West-Betuwe
Landschap
donderdag07jan2021

Natuurgebieden West-Betuwe

Het werkgebied van IVN West-Betuwe ligt tussen de Lek in het noorden en de Waal in het zuiden. De Linge stroomt er tussendoor. Er zijn diverse grote en kleine natuurgebieden. De meeste gebieden zijn open. Al wandelend over paden of struinend door het gebied kun je ervan genieten. Ook leent het rivierengebied zich uitstekend voor fietstochten. Over ‘onze’ natuur vertellen we je graag meer.

Ontstaan
Ons werkgebied is op en top een rivierengebied. De ligging van de dorpen en wegen, het gebruik van de grond en de natuur zijn sterk bepaald door de ligging en dynamiek van de rivieren. Kenmerkende elementen zijn de rivieren zelf, uiterwaarden, oeverwallen, stroomruggen en komgronden en de door de mens aangelegde dijken. Hoe is het gebied zo ontstaan?

Uiterwaarden
Tussen de dijken en de rivieren liggen de uiterwaarden die bij hoogwater kunnen overstromen en waar de rivier klei en zand kan afzetten. De uiterwaarden zijn in de 20e eeuw vooral als landbouwgrond en ook voor kleiwinning gebruikt. Nu zijn ze steeds meer ingericht om ruimte te bieden voor de rivier en als natuur- en recreatiegebied. Veel uiterwaarden zijn Natura-2000 gebied.  Voorbeelden zijn:

Voorbeelden van kleiputten vind je in de Crobschewaard bij Haaften en het Tichelterrein bij Buren.

Oeverwallen
De hogere plekken in het natte gebied vlak naast de rivier zijn de oeverwallen. Daar gingen de mensen wonen. Alle plaatsen zie je daarom in een lint langs de rivieren liggen. Denk aan Culemborg langs de Lek, Rhenoy langs de Linge en Heesselt langs de Waal. De paar dorpen die niet langs de rivier liggen zijn gebouwd op oeverwallen van vroegere rivierlopen (stroomruggen). Voorbeelden zijn Est, Erichem en Meteren. De oeverwallen hebben een lichtere goed doorlatende grond waar we traditioneel de boomgaarden vinden. Dat is vooral langs de Linge nog goed te zien.

Op deze hogere, strategisch gelegen, plekken langs de rivier werden vanaf de 14e eeuw ook kastelen gebouwd. De grond om de kastelen was ooit vooral landbouwgrond en bos om de bewoners van voedsel te voorzien. Vanaf de 17e eeuw is de kasteelomgeving steeds meer tot park(bos) ontwikkeld. Het zijn meestal kleine bossen die dankzij de rivierklei en ouderdom van de bossen rijk zijn aan planten en paddenstoelen. Voorbeelden zijn:

Komgronden
De uitgestrekte laaggelegen gebieden tussen de rivieren zijn de komgronden. Van oudsher zijn dit drijfnatte gebieden die de hele winter onder water stonden. Het water kon niet in de zware klei wegzakken en het gebied droogde in de zomer maar langzaam op. Tot halverwege de 20e eeuw waren de komgebieden vooral in gebruik als hooiland, grienden (wilgenakkers) en voor eendenkooien. Dankzij betere drainagemogelijkheden wordt de meeste grond nu als intensieve landbouwgrond gebruikt. Als eilanden in het landbouwgebied liggen er veel eendenkooien en natte natuurgebieden. Voorbeelden zijn:

  • De Steendert bij Est
  • Het Broek bij Waardenburg
  • Het Lingebos bij Gorinchem
  • De Regulieren tussen Geldermalsen en Culemborg.

Nieuwe Hollandse Waterlinie
Haaks op de rivieren, uiterwaarden en dijken loopt de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Een verdedigingswerk uit de 18e eeuw met inundatiegebieden en forten. De inundatiegebieden moesten vrij van bebouwing blijven, zodat we ze in oorlogstijd onder water konden zetten. De strook kniediep water moest ervoor zorgen dat de vijand Holland niet zou kunnen bereiken. In 1940 bleken vliegtuigen er overheen te kunnen vliegen en verloor de waterlinie zijn verdedigingsfunctie. Pas vanaf de jaren ’60 werd het mogelijk om in de inundatiegebieden te bouwen. Daardoor loopt er van Muiden tot aan Werkendam nog steeds een grote groene, relatief lege, zone door ons land. In ons rivierengebied gaat het om terreinen tussen Lek en Linge en tussen Linge en Waal. Natuurgebieden als de Regulieren en de Molenkade liggen in de inundatiegebieden. De forten moesten de doorgangen bij de rivieren bewaken. Nu zijn het vaak verhoogde groene pareltjes met veel bomen en water, die een recreatieve bestemming hebben.

Wat heeft ‘onze’ natuur je te bieden?

De natuurgebieden in onze regio geven je een goed beeld van de diverse elementen in het rivierengebied. Van uiterwaarden tot komgronden en van kleiputten tot parkbossen en landgoederen.
Hieronder vind je meer informatie over de gebieden.

Goilberdingerwaarden
Heemtuin
Heerlijkheid Mariënwaerdt
Heesseltsche uiterwaarden
Het Waardsche Blok
Landgoed Waardenburg en Neerijnen
Tichelgaten of ”de Put van Buren“
Wetlands Passewaaij
 

Foto: Rijswaard. Fieke Vos