Soort van de maand

September: Bosmestkever/voorjaarsmestkever - Trypocopris vernalis

16 jaar geleden kreeg ik van mijn man een kettinghangertje uit Egypte met een kever erop.

IVN Hoogeveen mestkever

Het was een gelukskever vertelde hij, een scarabee, deze kever is heilig in Egypte. 
Volgens mij is het een gewone doodordinaire mestkever zei ik. En ik dacht ga ik met een mestkever om mijn nek rondlopen?

Het is toch wel een interessante kever. Wereldwijd zijn er wel 5000 soorten mestkevers. In Nederland komen ca. 10 soorten mestkevers voor. De meest voorkomende zijn de Voorjaarsmestkever, ook wel Bosmestkever genoemd  (Geotrupes vernalis) en de Gewone mestkever, ook wel Paardenmestkever genoemd (Geotrupes stercorarius).

Je bent ze vast weleens tegen gekomen in het bos of op de heide, die grote donkere blauw/zwarte glanzende kevers, die vaak een paars en groene gloed over zich hebben. Dit zijn de voorjaarsmestkevers, deze zijn overdag actief. De gewone mestkever is ‘s nachts actief. Vanaf mei tot oktober kun je ze vinden. Ze bewegen zich tergend langzaam voort. Dit komt door hun logge gepantserde bouw. Met hun stevige geruwde harige poten kunnen ze goed graven. Op hun kop zitten twee antennes, die uit elf stukjes bestaan met daarbovenop een waaiertje die uit drie delen bestaat.

Ondanks hun logheid kunnen ze wel vliegen!

IVN Hoogeveen Bartje Struun bosmestkeverDit insect leeft van poep........poep van planteneters, poep van planteneters die geen ontwormingskuur gehad hebben, want daarvan gaan ze dood.
Als de kevers volwassen zijn zoeken de mannetjes in de herfst een vrouwtje en samen gaan ze verticale gangen maken van 5 tot 30 cm diep. In deze gang maken ze horizontale zijgangen van zo’n 20 cm lang. Dan gaan ze het eind van deze gang vullen met poep. Het zijn echte krachtpatsers. Ze kunnen wel 1000x hun lichaamsgewicht verslepen. Het vrouwtje legt er één eitje in en vervolgens vullen ze de hele gang op met poep. Als alle gangen gevuld zijn wordt de verticale gang dichtgemaakt met aarde, zo ziet niemand dat er een nest onder de grond zit. Zo het werk zit erop. Het mannetje en vrouwtje blijven niet bij elkaar maar gaan ieders hun eigen weg.
Het eitje komt na een paar weken uit en de larve begint te smullen van de poep tot hij groot genoeg is. Dan verpopt hij zich. Na enige tijd sluipt er een mooie mestkever uit. Dan is het ondertussen voorjaar. De jonge kever graaft zich een weg naar boven. Spreidt zijn vleugels en vliegt weg..................................

IVN Hoogeveen Bartje Struun bosmestkeverHieronder een filmpje van Bartje Struun van een actieve voorjaarskever. 

Accepteer cookies
En ja ik draag af en toe de mestkever om mijn nek! Alleen als ik iets moet doen waar ik zenuwachtig voor ben, iets spannends moet doen, waarbij ik wel een beetje hulp kan bij gebruiken.

Tekst: Henny Hauschild
Foto's en video: Bartje Struun

Augustus: Vossenstaart en Timoteegras - Alopecurus en Phleum pratense

De vos laat los, timotee geeft niet mee                          

De grassen bloeien. Dat geeft problemen bij mensen die gevoelig zijn voor pollen. Bijna alle grassen zijn windbloeiers. Ze bezwangeren de lucht met hun stuifmeel. Allergie in de vorm van hooikoorts kan heel vervelend zijn. In augustus komt het timoteegras in bloei, ook zo’n windbloeier. Het is een zodevormend gras met halmen tot 150 centimeter, mits ze op rijke grond staan. Timoteegras van deze grootte herken je gemakkelijk, omdat de halmen boven andere grassoorten uitsteken. Als voedergras is timoteegras in veel landen geïntroduceerd, van IJsland tot Amerika. Aan het begin van de achttiende eeuw nam veehouder Timothy Hanson de zaden van dit gras mee naar de Verenigde Staten. Hij wilde het gebruik van timoteegras stimuleren als voedergras voor het vee. Deze grassoort werd later naar hem genoemd. 

Een van de eerste lentegrassen is vossenstaart, een grassoort die ver boven de begroeiing uitsteekt. Hij bloeit als pinksterbloemen, speenkruid, paarse dovennetel en fluitenkruid bloeien. De smalle elliptische aar is zacht en loopt uit in een puntje. Er is een tweede kleinere soort, de geknikte vossenstaart, met een duidelijke knik in de stengel. Timoteegras is groter. De aar is rechthoekig en stug, zelfs hard en van boven afgeplat. Strijk je met je vinger van boven naar beneden langs de aar van vossenstaart, dan laten de vruchtjes los. Dat lukt bij timoteegras niet. De graanvruchten zitten veel vaster aan de stengel. Vandaar de uitdrukking: de vos laat los, timotee geeft niet mee. Beide grassen bloeien met paarse meeldraden die veel stuifmeel afgeven. Hooikoorts ligt deze maand op de loer als timoteegras gaat bloeien. Bloeiden in de lente bij vossenstaart slechts enkele bloemplanten, rond timoteegras vormt zich aan weelde aan bloemen: koekoeksbloem, duizendblad, orchideeën, boerenwormkruid, boterbloem, soorten ooievaarsbek, soorten hoornbloem, klaversoorten, grote ratelaar, enz. Timoteegras is een echte zomerbloeier.

IVN Hoogeveen Hero Moorlag timoteegrasOntstekingen door kafjes
Het spreekt voor zich, dat zogauw timoteegras is uitgebloeid en de aar geel is geworden, de zaden wél loslaten. De plant wil zich immers verspreiden. Honden en wellicht ook katten, mogen graag door hoog gras banjeren. De zaden van timoteegras hebben kafjes met stugge haren. Ze blijven haken in de vacht van een hond, vooral als het een hond betreft met lang haar. Die kafjes komen op zijn huid, zelfs in zijn neus, op de haren rond zijn ogen en op andere plekken. De harde kafhaartjes kunnen ontstekingen veroorzaken die snel moeten worden behandeld door een dierenarts. 

Tekst en foto's: Hero Moorlag
Foto header: Bloeiende vossenstaart in de lente. 
Foto in tekst: Bloeiend timoteegras op ecoduct Stiggeltie. 

Juli: IJsvogel - Alcedo atthis

Wat vliegt daar ineens voorbij? Een glinsterende streep oranje-blauw is het enige dat je zo gauw hebt kunnen zien. Toch weet je: dit was de eerste ijsvogel die ik heb gezien! 

Wanneer je je verder verdiept in het gedrag van het kleine vogeltje weet je ook hoe en waar hij leeft. Hierdoor heb je ook de ijsvogel in het vizier gehad, stil zittend op een tak langs de kant van het water, wachtend op dat ene visje dat als voedsel gaat dienen. Zo ineens, vanuit het niets duikt de vogel razendsnel in het water en komt boven met de vis in zijn dolkvormige snavel. Het is het moment waarop je niet méér spijt kan hebben dan dit moment, omdat je telefoon leeg is en je het plaatje niet hebt kunnen vangen. 

IVN Hoogeveen Bart Pijper ijsvogel
De eerste keer dat ik deze bijzondere vogel zag zat ik op de Agrarische Hogeschool Larenstein in Velp. In de heemtuin en studeertuin voor het futuristische gebouw kwam de vogel vaak langs. De ijsvogel is een tropisch ogende vogel in ons koude kikkerlandje, met zijn prachtige oranje-blauwe verenkleed. Een prachtige verschijning, maar ondanks de opvallende kleuren wordt de vogel door maar weinig mensen gezien. De vogel is erg schuw.

Een ijsvogel spotten is dus echt een gelukstreffer. In tegenstelling tot wat zijn naam suggereert is de ijsvogel geen liefhebben van ijs. Zijn naam is vermoedelijk een verbastering van het Germaanse Eisenvogel, oftewel ‘ijzervogel’, vanwege zijn metaalachtige glans van de blauwe veren. Een andere verklaring is dat de ijsvogel ’s winters nog weleens bij het ijs werd gezien om uit een wak te vissen. Afgelopen winter was voor de ijsvogel een moelijke periode: door de strenge vorst is veel viswater dichtgevroren, waardoor zijn voedsel onbereikbaar was. 

Naast de onduidelijkheid over de herkomst van zijn naam komt het vogeltje ook voor in een aantal mythes en legendes en binnen sommige culturen geldt de vogel als symbool van rijkdom, vrede en schoonheid. Veren van het dieren werden in een talisman verwerkt als afweer tegen blikseminslagen, het hart werd als ketting gedragen om onheil af te wenden. 

IVN Hoogeveen Bart Pijper ijsvogel
De ijsvogel is een echte viseter. Zijn voorkeur voor steile wanden om te broeden is de reden dat hij vooral te vinden is bij stromend water. Verder is de vogel te vinden bij stilstaand water waar de oever sterk begroeid is. Met subsidie van het waterschap is in 2016 een ijsvogelwand aangelegd in het natuurgebied de Oude Kene, waar hij tijdens een wandeling zomaar in je ooghoek kan opduiken. 

IVN Hoogeveen Bart Pijper ijsvogel
Tekst: Bjorn Olthof
Foto's: Bart Pijper

 

Juni: Gewone pad - Bufo bufo

Je zou zeggen ‘gewone pad’ wat raar, zou er dan ook een ‘ongewone pad’ zijn? Dat niet, maar wel meer soorten padden. Zoals de rugstreeppad, knoflookpad, vroedmeesterpad en een zebrapad maar deze behoort niet tot de amfibieën.
We gaan het dus hebben over de gewone pad, een amfibie die in Nederland nog veel voorkomt. Het in een van de 16 soorten amfibieën die in Nederland thuishoren. Er zijn meer soorten maar deze horen niet in Nederland thuis en zijn dus exoten zoals de Amerikaanse stierkikker, Italiaanse kamsalamander en de springkikker.
De gewone pad is een middelgrote tot grote pad met oranje ogen met een horizontale pupil. 

IVN Hoogeveen Johan Scheeres gewone pad
Het lichaam is variabel van kleur op de rug van grijsbruin tot geelbruin of roodbruin, de buik is wittig met een gemarmerde tekening.
De mannetjes zijn kleiner dan de vrouwtjes en hebben dikkere voorpoten. De gewone pad kan tot 11 cm groot worden.
De gewone pad komt op veel plaatsen voor en je kunt ze dan ook overal tegenkomen.  Het liefst hebben ze een gevarieerd landschap. Ze komen veel voor in tuinen, parken, bossen en heideterreinen. Hij komt in bijna geheel Nederland voor, behalve in het noorden van Friesland en Groningen want daar zit nogal wat zout in de bodem.
Wat veel mensen niet weten is dat amfibieën de meeste tijd van hun leven op het land leven en alleen het water nodig hebben om erin te paren en eieren in te leggen. De larven leven natuurlijk wel in het water maar zodra ze pootjes krijgen en de staart kwijt zijn kruipen ze het land op en komen pas weer terug naar het water om te paren en eieren te leggen. 

IVN Hoogeveen Johan Scheeres gewone pad
De voortplanting komt vroeg in het voorjaar op gang als de temperaturen boven 5 graden is en de luchtvochtigheid goed gaan de mannetjes op weg naar het voortplantingswater. Deze zo geheten paddentrek kan zeer massaal zijn. Eenmaal in het water wachten de mannetjes op de vrouwtjes en als deze in het water arriveren dan worden ze vastgegrepen door een mannetje en zullen ze samen een geschikt plekje zoeken om de eisnoeren af te zetten.
Tijdens het wachten roepen de mannetjes met een monotoon geluid en klinkt als een hoog trillend piepje: orrt….ort….ort. en zijn zo gemakkelijk te zien tussen de waterplanten.

IVN Hoogeveen Johan Scheeres gewone padDe eisnoeren komen vrij snel uit en de larven zwemmen vrij rond en eten algen en ander kleine organismen. De larven zwemen vaak in wateren waar ook vissen in zwemmen, de vissen eten geen padden larven omdat deze een giftige stof afscheiden en daardoor niet smaken.
De eisnoeren zijn gemakkelijk van andere amfibieën te onderscheiden, niet altijd gemakkelijk te vinden maar goed zoeken tussen waterplanten helpt. 
De larven (kikkervisjes) zijn gemakkelijk van andere larven te onderscheiden, ze zijn geheel zwart en de staartpunt is rond.

Herkenningskaart_amfibie%EBnlarven.pdf (ravon.nl)

De larven krijgen eerst voorpootjes, later de achterpoten en als ze de staart kwijt zijn verlaten ze het water en gaan op land op zoek naar voedsel en schuilplaatsen.
Gewone padden eten op het land veel mieren, regenwormen, slakken, kikkers en insecten. Er is veel wat in hun bek past.
De jonge padden (subadulten) en de volwassen padden (adulten) kun je dus overal tegen komen en als ze eenmaal je tuin hebben ontdekt komen ze vaak terug. Padden kunnen best wel oud worden, tien jaar voor een pad is normaal. 

  • Zoeken naar gewone padden kan het gehele jaar op land onder bladeren of andere obstakels.
  • Ei snoeren zoeken vanaf maart tot mei.
  • Larven zoeken van mei tot juli.
  • Jonge padjes zoeken in juli.

Tekst en foto's: Johan Scheeres

Mei: Dagpauwoog - Aglais io

Dagpauwoog, het wonderleven van een dagvlinder

Wanneer je een kind vraagt welke vlinder hij of zij kent, is het antwoord steevast: Dagpauwoog. Deze vlinder is ook een van de allermooisten van de dagvlinders. De grote ogen zijn aansprekend en wij genieten er van. De functie van die ogen is eigenlijk heel anders. Wanneer een Dagpauwoog de vleugels gesloten houdt, is het een heel donkere, bijna zwarte vlinder. Wanneer hij plotseling de vleugels wijd open zet, kijken ineens grote ogen je aan. Veel vijanden schrikken daarvan en in de fractie tijd die dat oplevert, heeft de Dagpauwoog kans om te ontsnappen. Ook andere vlindersoorten hebben 1 of meer ogen op de vleugels. Ook dat is bedoeld om de vijand in verwarring te brengen: Wat is nu je kop en wat is je kont? Veel vlinders zijn aan vijanden ontsnapt omdat een predator ze aan de verkeerde kant vastgreep en zo alleen maar een hap vleugel in de bek of de snavel hield. De vlinder kan met een hapje er uit wel verder. De Dagpauwoog leeft in een paar generaties per jaar. Ze leggen eitjes op de brandnetel en de rupsen malen niet om de brandharen. Ze smullen van het blad en groeien als brandnetel. Het zijn zwarte rupsen met uitsteeksels aan alle kanten. Eenmaal volgroeid zoeken ze hun eigen weg en een verstopplekje om zich te verpoppen. Na verloop komt daar weer een nieuwe generatie uit. Die gedaanteverwisseling is een onbegrijpelijk wonder. De eerste generaties vlinders die uit de pop komen, leven een week of 6...... als ze geluk hebben. De laatste generatie die in het najaar uit de pop komt, leeft veel langer: De Dagpauwogen zoeken een plek om de winter door te brengen. Soms in bosje of een houtstapel. Vaak ook een schuurtje of een zolder. Om bestand te zijn tegen kou, maken ze van hun lichaamsvloeistof een soort antivries. Ze kunnen dan weinig meeer bewegen, maar wel temperaturen ver onder nul overleven. In het voorjaar bij temperaturen boven de 12 graden  wordt de antivries weer gewoon lichaamsvloeistof en gaat de Dagpauwoog weer op stap. Eerst brandstof zoeken in de bloemen en dan een partner zoeken en paren. Daarna zoeken de vrouwtjes weer de brandnetels op om eitjes te leggen. De cyclus is rond. Het is tragisch, dat het met de dagvlinders en ook met de Dgpauwoog niet goed gaat. Gif, nectartekort, ammoniakovermaat, klimaatveranderingen; allemaal oorzaken van afname van de dagvlinders. Help de dagvlinders: zorg voor (liefst wilde) bloemen in de tuin het hele jaar, spaar een plekje met brandnetels, gebruik geen gif in je tuin. Met z'n allen kunnen we wat betekenen voor de Dagpauwoog.    

IVN Hoogeveen Joop Verburg dagpauwoogTekst en foto: Joop Verburg,  Zuidwolde

April: Hondsdraf - Glechoma hederacea

Prachtige blauwe bloemetjes met roodbruine bladeren, kruipend over de grond. Hondsdraf. De naam is op meer manieren uit te leggen. De Latijnse naam, hederacea, betekent ‘klimopachtig’ en dat verklaart het groeigedrag van klimmen en kruipen. De familienaam Glechoma is afgeleid van de Oudgriekse plantnaam glechon wat munt betekent.

IVN Hoogeveen Bea Gorter hondsdraf
Hondsdraf heeft een kruidige pepermuntachtige geur, kneus maar een blaadje tussen de vingers en je ruikt het direct. De bloemen vallen op door hun helder paarsblauwe kleur. De stengels zijn vierkant en de gekartelde blaadjes staan in paren kruisgewijs tegenover elkaar. De kleine blaadjes zijn niervormig en bij de steel hartvormig.

Biotoop: op een zonnige tot lichte schaduwplek met een vochtige tot matig vochtig, droge voedselarme maar ook voedselrijk humus-houdende grond. De plant doet het dus eigenlijk op alle grondsoorten.
De groeiplaatsen zijn legio. Overal kan dit plantje voorkomen. Hondsdraf bloeit van april tot juli en kan heerlijk woekeren. Dus een beetje ruimte maken voor de hondsdraf is wel leuk. Hondsdraf is in het voorjaar een grote vriend voor hommel en bij.  Mooie bijkomstigheid is dat dit plantje samenwerkt met de brandnetel. En omdat een brandnetel voor een naar branderig gevoel kan zorgen maakt een gekneusd blaadje van de hondsdraf daar juist een einde aan. Het blad van hondsdraf vormt net als een weegbreeblad een oud huismiddeltje tegen zweren, jeuk en zwelling. Het verzacht dus de pijn die veroorzaakt wordt door brandnetel.
In de 16de eeuw werd de hondsdraf gebruikt voor het helder maken van gistend bier. De bittere blaadjes werden hiervoor gebruikt. Later werd dit overgenomen door hop.

IVN Hoogeveen Duitse floraHondsdraf werd en wordt gebruikt bij klachten van de luchtwegen, met name bij kinderen met klachten over veel slijm. Thee van hondsdraf, gemaakt van de gedroogde bladeren, is rijk aan vitamine C en kan prima gemengd worden met andere kruiden.

Er wordt zelfs gedicht over hondsdraf. Of Oerkenbladties, zoals in het onderstaande gedicht.

Oerkenbladties

An de boswal, langs het padtien,
gruit het kleine oerkenbladtien;
hoewel eeuwen bint vergaone,
Of ’t er altied hef estoane.

De blauwe bloempies an het staaltien,
vertelt een oerold volksverhaaltien:
onopvallend tussen ’t grös
döt ’t zien kleine hartien lös

in het nederige blad,
hef het altied krachten had,
want ze trökken alle zeer,
zee men vrogger, uut een zweer.

In het olde Drèntse land,
heurt de oerkenbladtiesplaant,
umdat ’t onbewust verwoordt,
oenze eigen Drèntse aord.

Gré Seidell - Broekhuizen

Tekst: Grietje Loof
Foto's: Bea Gorter
Tekening: Duitse flora

Maart: Adder - Vipera berus

‘Veur een edder gao ik niet verder, veur ’n slang zin ik niet bang’

Dat zei men vroeger in Hoogeveen. Een adder heeft immers giftanden, met ‘slang’ bedoelde men waarschijnlijk de ringslang, waarvan de beet niet gevaarlijk is. Een adder hoorde je dood te slaan. Dat deed men bij het ven in het Spaarbankbos. Jongens hingen doodgeslagen adders trots aan het stuur van hun fiets en reden ermee door de Hoofdstraat. Ze gooiden de slangen in de achtertuin. Na een week was de stank daar niet te harden. Tegenwoordig is de adder wettelijk beschermd.
In maart komen adders tevoorschijn voor de warming-up. In de wal voor de radiotelescoop in het Dwingelderveld liggen op zonnige dagen 5 tot 10 adders. De bruine vrouwtjes komen eerst, later de grijze of zilverkleurige mannen. Om zo weinig mogelijk warmte te verliezen, krullen ze zich op tot een hoopje waarin je de kop moet zoeken. Zo’n hoopje is van een juveniele adder nauwelijks 6 cm in doorsnede. Eenmaal warm, gaat een adder jagen op kevers, spinnen en muizen.
Kom niet te dicht bij een adder. Een snelle korte beet heet een droge beet. Je hebt maar weinig gif in je hand, maar als ja daarvoor allergisch bent …. Altijd melden bij een arts. Houdt de adder vast en beweegt hij zijn kaken op en neer en heen en weer, dan leegt hij de gifblazen van beide boventanden volledig. Eigenlijk mag je dan niet meer bewegen en door iemand anders naar het ziekenhuis worden gebracht. Maar let wel, de afgelopen 150 jaar zijn slechts 2 mensen aan adderbeten overleden, althans voor zover bekend. Het beste is op gepaste afstand naar deze prachtige reptielen te kijken. Bij de Radiotelescoop komen ze puntgaaf uit de grond en ingezoomd kun je prachtige foto’s maken.

Adder vrouw:
IVN Hoogeveen Hero Moorlag adder vrouw
Adder man:
IVN Hoogeveen Hero Moorlag adder man

Accepteer cookies

Tekst, foto's en video: Hero Moorlag

Februari: Edelhert - Cervus elaphus

Ononderbroken leeft het edelhert al 250.000 jaar in ons land en is daarmee de oudste bewoner. Alleen tijdens de IJstijd waren er geen edelherten. Tot in de negentiende eeuw heette dit grootste landzoogdier hert. Waarschijnlijk is de toevoeging ‘edel’ ontstaan doordat alleen de adel (edelen) dit dier mochten bejagen. Of wellicht is de statige houding en het imposante gewei oorzaak van de naam edelhert. Het damhert werd vroeger ook hert genoemd. De woorden edelhert en damhert maken het onderscheid duidelijker. Het kleinste hert is de ree. Door stroperij en slecht toezicht en beheer waren na de Tweede Wereldoorlog op de Veluwe nog 200 edelherten over. In 1946 werd de Vereniging tot Behoud van het Veluwse hert opgericht. In 1954 verscheen een nieuwe jachtwet. Er kwam een samenwerkingsverband tot stand tussen Rijk, Provincie Gelderland en de vereniging. Een veel beter beheer moest ervoor zorgen dat het edelhert niet verloren ging als grootste landzoogdier van ons land. Tegen de verdrukking in van bevolkingsgroei, intensief grondgebruik, aanleg van wegen (ook op de Veluwe) en de talloze campings bleven er toch enkele rustgebieden voor het edelhert over. Men zocht naarstig naar een balans russen recreatie en natuur. Het wildviaduct bij Terlet zorgde voor genetische uitwisseling tussen de roedels edelherten. Nu leven op de Veluwe in de vrije wildbaan 900 edelherten en 500 in de ingerasterde gebieden van de Hoge Veluwe, het Kroondomein en het Deelerwoud. En in de Oostvaardersplassen nog eens 200.

IVN Hoogeveen edelhert Frits KruizingaEdelhert in Drenthe
In december liep een edelhert met enorm gewei in de Boerenveensche Plassen ten oosten van Pesse. Toen werd bekend dat dit hert al twee jaar in Drenthe verblijft. Het beleid van de Provincie is erop gericht grofwild (edelherten, damherten en wilde zwijnen) niet toe te laten, ook niet in natuurgebieden. Als argument voert men verkeersveiligheid aan. IVN-consulent Mark Tuit begon een handtekeningenactie voor behoud van het Drentse edelhert. Hij verzamelede meer dan 27.000 handtekeningen. Dat is uniek in Drenthe. Het edelhert mag hier (voorlopig) blijven. In februari werpen edelherten het gewei af. Tot op heden zijn de geweistangen van voorgaande jaren niet gevonden. Wie vindt in februari de geweistangen van het Drentse edelhert?

Tekst: Hero Moorlag.
Foto header: 
Edelhert in de bonsttijd op de Veluwe. Ronald Jansen
Foto in tekst: Hinde in augustus op de Veluwe. Frits Kruizinga

Januari: Sporkehout - Rhamnus Frangula


Sporkehout, pijlhout, Hondskers, houtjeshout, stinkboom, sprokkel, peggehout, honzehout, bloedboom, buskruidhout. De vuilboom kent vele namen en is een belangrijke leverancier van nectar. 

Wereldwijd zijn er ongeveer 150 soorten. Ze kunnen in hoogte variëren van 1 tot 10 meter en kunnen zowel bladverliezend als groenblijvend zijn. 

In Nederland komt de vuilboom overal voor, in bossen, plantsoenen en tuinen. Vroeger werd de boom ook veel aangeplant (of door natuurlijke aanplant) in de houtwallen (ook wel het Drentse goud genoemd). Helaas is hiervan ontzettend veel verloren gegaan. Voor de bijenhouder is de boom een belangrijke drachtplant. Drie maanden lang wordt hij intensief bevlogen omdat de bijen er nectar en stuifmeel van halen.  

Ook het boomblauwtje maakt gebruik van de vuilboom voor het leggen van de eitjes. Ook kunnen ze van de nectar gebruik maken. Vroeger werd het zelfs vuilboomblauwtje genoemd omdat de struik zo vaak gebruikt werd. Het is van belang dat er voldoende boomknoppen aanwezig zijn op de boom omdat de rupsen zich daarmee voeden. Het boomblauwtje kiest in het voorjaar voor de vuilboom en als er minder boomknoppen zijn zal ze de eitjes afzetten op bijvoorbeeld de klimop.

Het is belangrijk om de boom regelmatig terug te snoeien omdat de boom altijd op jong hout bloeit. Vanwege de snoeibestendigheid van de vuilboom wordt deze al van oudsher gebruikt als haagplant, windsingel of als bron voor houtskool.

Bij de tuincentra zijn deze ‘gewone’ boompjes bijna nooit te koop. Soms lukt het bij een kweker onder de afdeling plantsoen. Een vuilboom is wel te vermeerderen maar zoals bij meer bomen komt het zaad pas na bevriezing tot kiemkracht. Bij de vuilboom is het zelfs noodzakelijk om het meerdere keren te laten bevriezen voor het tot kiemkracht komt. Je kunt je dus nu al afvragen hoe dit in de toekomst met de klimaatverandering zal gaan. Het is denkbaar dat dit dan niet meer in Nederland kan plaatsvinden. Het is een sterke plant, goed beschermd tegen ziektes en vorstbestendig.

De bloeiperiode van de vuilboom is van mei tot september. De boom wordt ongeveer 5 meter hoog (regelmatig snoeien levert jong hout waarop weer nieuwe bloempjes bloeien).

In de volksgeneeskunde geldt vuilboomschors als een probaat afvoerend middel In de 16de eeuw werd het al aanbevolen tegen gal en lever-klachten. Tegen bleekzucht, koorts en aambeien. 

In de huidige plantengeneeskunde wordt het gebruikt bij voorjaarsmoeheid (kuur) en bijvoorbeeld constipatie. Sporkehout is een vriendelijker naam van Vuilboom. Dat laatste heeft de boom te danken aan het eten van blaadjes en takken door de koeien die vervolgens diarree kregen en zichzelf vervuilden.  (overlevering) 

IVN Hoogeveen Hero Moorlag eikenpageTekst: Grietje Loof
Foto's: Hero Moorlag

2020  
December Grove den; Pinus sylvestris
November Klimop; Hedera
Oktober Reuzenbovist; Langermannia gigantea
September Bandheidelibel; Sympetrum pedomantanum
Augustus (witte) Paardenkastanje; Aesculus hippocastanum
Juli Sint-jacobsvlinder; Tyria jacobaeae
Juni Bruine kikker; Rana temporaria
Mei Gewone veldbies; Luzula campestris
April Citroenvlinder; Gonepteryx rhamni
Maart Das; Meles meles
Februari Gewoon speenkruid; Ficaria verna verna
Januari Kruipers en Klevers
2019  

December

Eik; Quercus
November  Grauwe gans; Anser anser
Oktober Gele ringboleet; Suillus grevillei

September

Regenworm; Lumbricidae
Augustus Eekhoorn; Sciurius vulgaris
Juli Heidelibel; Sympetrum
Juni Schaatsenrijder; Gerris lacustris
Mei Grote brandnetel; Urtica dioica
April Oranjetipje; Anthocharis cardamines
Maart Ringslang; Natrix natrix
Februari Gaai; Garrulus glandarius
Januari Pestvogel; Bombycilla garrulus
2018  
December

Ree, Capreolus capreolus

November Egel, Erinaceus europaeus
Oktober Zwerminktzwam, Coprinellus disseminatus
September Pissebed, Isopoda
Augustus Dwergvleermuis, Pipistrellus pipistrellus
Juli Grote keizerlibel, Anax imperator
Juni Schrijvertje, Cyrinus natator