Het ontstaan van het rivierengebied

De afgelopen 10.000 jaar, sinds de laatste ijstijd, zochten de rivieren van oost naar west hun weg naar zee. Lang geleden waren dat snelstromende rivieren die veel stenen, zand en klei meenamen. Bij hoogwater overstroomden de rivieren. Vlak naast de rivier nam de snelheid van het water af en zakte het zwaardere zandige materiaal naar beneden.  Dat vinden we terug in de vorm van oeverwallen en oude rivierlopen. In het water dat verder van de rivier tot stilstand kwam, zakten de kleinere kleideeltjes naar beneden en vormden zo in de loop van vele duizenden jaren een dik zwaar kleipakket. Dat zien we terug in de open, natte komgronden tussen de rivieren.

oeverwal, komgrondVanaf de middeleeuwen hebben we de rivieren getemd. Met kribben, waardoor de rivier op z’n plek blijft. En met dijken, die ons tegen overstromingen moeten behoeden. Tussen dijk en rivier treffen we nu de uiterwaarden aan.

De rivieren stromen van oost naar west en de begeleidende uiterwaarden, oeverwallen en dijken dus ook, net als veel wegen en spoorwegen. Dat zie je ook terug op landkaarten: veel lange lijnen van oost naar west, her en der doorsneden door noord-zuidlijnen van wegen, spoorwegen en de Nieuwe Hollandse Waterlinie.