Biodiversiteit
Struintocht Brienenoord: Kinderen beleven het getij met hun zintuigen
Brandnetels aaien, poep beleven, in de voetsporen van de Schotse Hooglanders lopen en het getij ontdekken met je zintuigen. Dat en meer doen kinderen tijdens de buitenles ‘Struintocht op het Eiland van Brienenoord’, georganiseerd door De Stad Uit (Groen doet Goed Rotterdam) en ARK Rewilding Nederland. Monique Ravensberg (De Stad Uit) en Gerben Overweg (ARK Rewilding Nederland) vertellen meer over de activiteit. ‘De kinderen komen met gesloten zintuigen de bus uit maar gaan er met open zintuigen weer in.’
Foto’s: Anne Kaere Fotografie

Wat doen jullie precies tijdens de activiteit?
Gerben: ‘De kinderen krijgen eerst een presentatie in de klas over het getij. Ze leren over het deltagebied en over dat zoet en zout niet hetzelfde zijn. Daarbij haken we aan bij kennis die al aanwezig is.’
Monique: ‘En tijdens de Struintocht gaan we met ze naar buiten. De kinderen gaan dan met hun zintuigen ontdekken wat het getij doet en welke invloed dat heeft op de natuur.’
Hoe doe je dat, het getij ontdekken met je zintuigen?
Monique: ‘Hoe de stroming loopt kun je ontdekken door iets in het water te gooien. Of door te kijken waar het water heen stroomt. Eb en vloed kun je zien aan de sporen van het water op het zand. En we gaan ook lekker de rivier in lopen, zo ver mogelijk. En we struinen door het bos, in de voetsporen van de Schotse Hooglanders. Zo leren de kinderen meteen een nieuw woord: struinen. Normaal mag je daar niet lopen, maar zij mogen dat wel. Dat maakt het extra bijzonder. We gaan sporen zoeken, zoals poep van de runderen. Daar hoort ook poepbeleving bij: kijk maar eens naar de vlaai, roer er eens in met een stokje, waar bestaat poep uit? ‘‘Ik ga er toch niet aan ruiken, bah’’, hoor ik dan weleens. Maar we willen ze graag laten relativeren wat ze zien.’
Waarom zijn dit soort activiteiten belangrijk voor de doelgroep: kinderen uit versteende wijken?
Monique: ‘Op school zijn kinderen vooral cognitief bezig. Maar als ze met ons meegaan zetten ze hun zintuigen open. Soms krijg je ineens een heel ander kind te zien. Kinderen doen soms heel stoer en zijn druk bezig met alles om zich heen. Maar dan zeg ik: kijk nou eens door het loepje naar dat plukje mos. Dan gebeurt er iets magisch: ze kunnen ze niet meer stopen met ontdekken en kijken. ‘’We dachten dat het saai zou zijn, maar het is echt leuk’’, zei laatst een leerling.’
Gerben: ‘Ze komen met gesloten zintuigen de bus uit maar gaan er met open zintuigen weer in. De dag gaat ook over verantwoordelijkheidsgevoel en elkaar helpen. Ze lopen bijvoorbeeld over een smal paadje met takken. Daar helpen ze elkaar overheen en onderdoor. En zo’n buitenles zorgt ook voor de nodige beweging, sommige kinderen komen nauwelijks buiten.’
Hoe is dit initiatief ontstaan?
Gerben: ‘In gebieden waar wij actief werken aan het versterken van wilde natuur organiseren we veldlessen voor de bovenbouw van basisscholen. Dat doen we samen met lokale partners, zoals De Stad Uit. De trainers krijgen zelf ook een training over rewilding en natuurbeleving. We willen kinderen de natuur in onze gebieden graag laten beleven. Een van de ideeën daarachter is dat kinderen er thuis enthousiast over vertellen en dan hun ouders meenemen naar het gebied. Vaak hebben ze geen idee hoe dichtbij dit is: een stukje wilde natuur in de stad. En het is nog gratis ook.’
De Stad Uit verzorgt in Rotterdam onder andere activiteiten binnen het Provinciale programma Groen doet Goed.









