Instituut voor natuureducatie en duurzaamheid

Amsterdamse Waterleidingduinen

De AWD is een van Nederlands grootste duingebieden (3500 ha incl. 530 ha bos) en wordt grotendeels gebruikt als waterwingebied voor de regio Amsterdam. Het kent een grote landschappelijke variatie en een rijke flora en fauna.
De AWD is toegankelijk voor het wandelpubliek: dit publiek heeft een unieke mogelijkheid om dit typisch Nederlandse landschap te verkennen. De grote variatie in landschap en begroeiing hangt natuurlijk samen met de rijke flora en fauna. Het laatste is een gevolg van het eerste. Het terrein bestaat uit bos en struweel, open plekken met stuifzand, vochtige en moerassige valleien en droge vlakten. Aan de zeezijde is er nauwelijks opgaand bos of struweel, maar landinwaarts neemt dit sterk toe. De vele duindoornstruwelen bieden voedsel, dekking en nestgelegenheid aan tal van vogels en zoogdieren.
Boompieper, foto Jan Westgeest

Broedvogels
Het landschap van de AWD is zó afwisselend, dat er elk jaar zo’n 70 verschillende soorten vogels broeden. Roodborsttapuit en Braamsluiper, maar ook rietvogels zoals Blauwborst en Rietzanger zijn er vaste klant. Evenals in de omliggende duingebieden zijn hier helaas vooral de karakteristieke open-duin-vogels zoals Tapuit, Paapje en Patrijs verdwenen. Andere soorten zoals de Wintertaling, de Veldleeuwerik, de Zomertortel, de Fazant en de Groene specht worden ernstig bedreigd.
Mogelijke oorzaken hiervan zijn:
• toenemende vergrassing
• stoppen met voeren (fazanten)
• verdringing door andere soorten
• mindere kwaliteit riet
Gelukkig zijn er ook broedvogels die het wel goed doen. De Grasmus, Tjiftjaf, Nachtegaal, Winterkoning, Boomklever, Kleine karekiet, Havik en Buizerd gedijen juist goed bij de toegenomen verruiging van het gebied en bij het uitblijven van strenge winters.
Nachtegaal zingend, foto Jan Westgeest

Wintergasten
In de AWD verblijven ook in de winter veel vogels. Deze wintergasten overwinteren in de AWD zelf of zijn onderweg. De meeste overwinteraars zijn afkomstig uit het hoge noorden. In Nederland vinden zij in het algemeen voldoende voedsel om de winter door te komen. In de AWD hebben we het dan vnl. over watervogels, maar natuurlijk komen er ook zangvogels uit het hoge noorden. Dan betreft het bijv. roodborstjes, spreeuwen en mezen. Kramsvogels en koperwieken komen vooral langs op weg naar een meer zuidelijk gelegen wintergebied.
Uit tellingen is gebleken dat in januari de meeste wintergasten aanwezig zijn, zo’n 2000-3000. In de laatste jaren is dit aantal echter flink gedaald. Mogelijke oorzaken zijn:
 • minder strenge winters. Minder eenden hebben last van een bevroren IJsselmeer.
 • het schonere rivierwater dat in de AWD geïnfiltreerd wordt. Hierdoor is minder voedsel voorhanden
 • steeds meer bezoekers die ook op voorheen afgesloten paden mogen komen.

U vindt  hier meer informatie over de Amsterdamse Waterleidingduinen.
Een zeer mooie ANWB wandeling van ca. 16 km door het gebied vindt u hier.