Kikkers & Padden

 

Groene Kikker, Bruine Kikker en Gewone Pad

 

De overeenkomst tussen deze 3 amfibieën is dat ze afhankelijk zijn van het water voor de voortplanting. Daarnaast zijn er toch wel wezenlijke verschillen in uiterlijk en leefwijze.

Overwinteren:
De Groene kikker kiest voor overwintering meestal de bodem van plassen en vijvers. De Bruine kikker overwintert zowel op het land als in het water. Op het land tussen bladeren, onder boomstammen en onder stenen en in het water op de bodem van plassen en vijvers.
In het water overwinterende kikkers schakelen over op huidademhaling. Veel zuurstof hebben ze niet nodig omdat de stofwisseling in het lichaam op een zeer laag pitje staat.
Het hart klopt hierbij heel langzaam en het bloed stroomt heel traag door het lichaam.  Beweging kost energie, dus bewegen doen ze nauwelijks.
In de Heemtuin In De Struiken hebben wij vaker Bruine kikkers en padden gevonden tussen steenhopen.
De Gewone pad kiest voor overwintering op het land. Onder bladeren, steenhopen., rottend hout. Soms zelfs bij mensen in de kelder. De pad kan zich ook zelf ingraven in losse grond, door een achterwaartse beweging met de achterpoten.  
Mensen met een vijver dienen er rekening mee te houden dat te veel bladafval in het water gaat rotten op de bodem. Bij het rottingsproces wordt zuurstof aan het water onttrokken. De problemen voor de in de vijver overwinterende kikkers worden dan pas echt groot bij strenge vorst. Het is dus zaak om de bodem van de vijver voor de winter vrij te maken van rottend blad. Daarnaast verdient het aanbeveling om in de vijver een wak open te houden. De ijslaag kan worden doorbroken door een ketel heet water op het ijs te plaatsen om er een gat in te smelten.  Eventuele nog in de vijver aanwezige rottingsgassen kunnen dan ontwijken.  Sneeuw dient van de ijslaag te worden verwijderd, waardoor in het water aanwezige algen nog voldoende kunnen licht krijgen om zuurstof te produceren.  Indien men deze voorzorgsmaatregels achterwege laat, dan kan men na de dooi onaangenaam worden verrast met  de aanblik van  heel veel dode kikkers die onder de ijslaag zijn gestikt.

Levenswijze:
De Groene kikker verschijnt bij voldoende dagwarmte in april in de vijver. De kikker blijft het hele seizoen in of aan de rand van het water.  Daarbij wordt jacht gemaakt op in en bij het water levende insecten.
De Bruine kikker en de Gewone pad zoeken na de voortplantingstijd het land op.  Ze voeden zich met wormen, slakken, spinnen, insecten en larven. 

Voortplanting:
De Gewone pad trekt in het vroege voorjaar, ’s-avonds en ’s-nachts bij gunstige vochtige weersomstandigheden en bij een temperatuur van enkele graden boven het vriespunt massaal vanuit het overwinteringsgebied op het land naar de voortplantingspoelen. Helaas vallen daarbij bij het oversteken van wegen vaak veel slachtoffers. Juist daarom zijn veel vrijwilligers in de weer om ’s-avonds de wegen met een zaklamp af te speuren naar padden die ze vervolgens kunnen uitzetten in de poelen.  Ook worden veel wegen afgezet met schermen waarlangs op regelmatige afstand emmers zijn ingegraven. Die worden dan ’s-morgens geleegd. De terugtocht naar het land gebeurt veel meer gespreid. De Gewone pad zet de eitjes af in lange snoeren, liefst aan de rand van de poel, in de buurt van planten.
De Bruine kikker zet in het vroege voorjaar (maart) grote klompen kikkerdril af in het ondiepe deel van het water. Daar warmt het water immers het snelst op, hetgeen ten goede komt aan de ontwikkeling van de kikkervisjes in de klomp.  De zwarte eitjes in de klomp zijn omgeven door een gelatineachtige massa die in het begin voeding is voor de kikkerlarven.  Uiteindelijk komen de kikkervisjes massaal vrij, om te beginnen aan hun metamorfose tot echte kikkers.
De Groene kikker overwintert langer en is dus ook pas later zichtbaar in de vijver.  Heel veel mensen zullen de eitjes van deze kikker evenwel nog nooit hebben gezien. Het dril wordt wat dieper in het water afgezet in een aantal kleine klompjes in de buurt van stengels van waterplanten. De eitjes zijn 2-kleurig, donkerbruin aan de bovenkant en roomkleurig wit aan de onderkant.  Al spoedig na het afzetten van de eitjes door het vrouwtje draaien de eitjes met de donkere kant naar boven en met de roomkleurig witte kant naar beneden. De donkere kant absorbeert meer warmte, waardoor de ontwikkeling van de kikkervisjes sneller verloopt. De witte kant zal er waarschijnlijk voor zorgen dat de eitjes van onderaf moeilijk zichtbaar zijn tegen de achtergrond van het  heldere wateroppervlak / de heldere lucht, waardoor predatie (opgegeten worden door andere waterdieren) van de onderzijde zoveel wordt voorkomen.

Nog wat wetenswaardigheden:
De Bruine kikker is nogal variabel van kleur, waarbij verschillende bruintinten mogelijk zijn.  De vrouwtjes zijn doorgaans veel groter

De Groene kikker is bekend vanwege zijn luide concerten, vooral in de wat warmere zomeravonden. Er zijn nogal wat mensen die hiervan ’s-nachts hinder van ondervinden, als een vijver met veel kikkers bij hun in de buurt ligt.
Bij de Gewone pad zit achter elk oog een gifklier, waardoor de kikker niet erg geliefd ia als prooidier.

Herman Langen

Kikkers & Padden

Kikkers & Padden

Kikkers & Padden

Kikkers & Padden
Kikkers & PaddenKikkers & PaddenKikkers & Padden