Ken je eigen streek

Vanaf het moment waarop de Coronaperiode in 2020 onze fysieke IVN-activiteiten vrijwel stillegde, zijn we in onze Nieuwsbrief gestart met de foto-vraag-rubriek "Hoe goed ken jij onze streek".
De ''Waar?" vraag bij elke foto wordt in de daaropvolgende Nieuwsbrief onthuld.
Omdat de fotovraag gewaardeerd wordt gaan we er, ook na Corona, gewoon mee verder.

Omdat we onze Nieuwsbrief kort en zakelijk willen houden is er geen plaats voor uitvoerige tekst en uitleg bij de getoonde foto's.

Dat gat willen we via deze pagina opvullen.
De meest recente foto's eerst en zo langzaam teruglopend naar eerdere fotovragen.

We hopen dat de foto's een glimlach van herkenning bij u oproepen
en dat u wellicht ook nog van kennis wordt voorzien die nieuw voor u is.

 

                                              -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

Op de eeste foto uit Nieuwsbrief nr. 3 - april 2022 ziet u de Liudgerkerk in Niekerk met daarvoor het Monument Haringeters.Niekerk en haringetersIn 1476 ontstond de traditie toen Menno Jeltema een legaat in de vorm van een groot stuk land naliet aan de voogdij van het Pepergasthuis te Groningen onder de eeuwigdurende verplichting, dat jaarlijks onder de armen van het Faan een ton haring zou worden uitgereikt.
De voogdij heeft zich elk jaar aan deze verplichting gehouden.
In 1979 besloot de voogdij om deze verplichting af te kopen.
Sindsdien is de Menno Jeltema Stichting opgericht, die zich ten doel stelt om deze traditie in stand te houden.

Traditiegetrouw gaan paard en boerenwagen op de woensdag voor Pasen door de straten van Niekerk, Oldekerk en Faan met de haringen in een houten ton. De koetsier ment de paarden, de bijrijder luidt de bel om de dorpsbewoners te attenderen op de haringuitreiking bij de kerk.
De haringen zijn tegenwoordig bestemd voor alle inwoners van Niekerk, Oldekerk en Faan.

Sinds 30 september 2017 is deze traditie uit 1476 officieel toegevoegd aan de ‘Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed Nederland’.

De traditie van het uitdelen van de haringen is verbeeld in het momument Haringeters staand in een klein pleintje voor de Liudgerkerk (de voormalige Hervormde kerk) in Niekerk.
Het werd in 1983 gemaakt door beeldhouwer Harm Blanken

Op de achtergrond van deze foto is de Liudgerkerk zichtbaar.
Het schip is nog volledig opgetrokken in tufsteen. De toren werd in de 13e eeuw opgetrokken uit baksteen en delen tufsteen die bij de afbraak van dat deel van de kerk vrijkwam.
Het dak van de kerk bestond oorspronkelijk uit riet en werd later voorzien van dakpannen. 
In de kerk staat onder andere een rijk gesneden preekstoel uit 1705 van de hand van Allert Meijer en Jan de Rijk.
De oude kerkklok van 1620 van de Lotharingse klokkengieters François Simon en André Obertin (Aubertin) werd in de Tweede Wereldoorlog omgesmolten en na de oorlog vervangen door een nieuwe.
Het Van Oeckelenorgel dateert van 1895.
Uit opgravingen is gebleken dat het kerkhof van deze kerk al bestond voordat de stenen kerk werd gebouwd

 

                                      -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

De tweede foto in Nieuwsbrief nr. 3 - april 2022 is genomen in het Wierdedorp Niehove.NiehoveNiehove is een typisch wierdedorp met ongeveer 130 inwoners. Het gehele dorp is beschermd dorpsgezicht.
Nadat rond 800 de Lauwerszee was ontstaan, kwam Niehove (toen nog Suxwort of Suxqwerd, Zuidwierde) op het eiland Humsterland te liggen.

Het dorp was onder die naam de hoofdplaats van het voormalige waddeneiland Humsterland.
Wandelend over de smalle kerkenpaden van Niehove zou je niet zeggen dat dit kleine dorpje vroeger de hoofdstad van Humsterland was. Zoals je hier staat tussen de huisjes van rood baksteen, zo was het hier eeuwen geleden ook. De kerk staat in het midden van het dorp, bovenop de wierde. Van bovenaf gezien is Niehove een soort spinnenweb. Om de kerk heen staan, in twee cirkels gebouwd, de huizen van het dorp met de achterkanten naar de velden gekeerd. Vanaf de kerk lopen smalle kerkenpaden naar de lager gelegen ringweg. Wandel zeker rond om dit stratenplan met eigen voeten te ervaren.

De kerk in het midden is een romanogotische kerk uit de 13de eeuw. Tot de 16de eeuw was dit het enige gebouw van steen in het dorp. Pas nog veel later kreeg de kerk banken. Tot die tijd moesten de kerkgangers staan: mannen aan de zuidzijde en vrouwen aan de noordzijde. In de kerk zit nu een bezoekerscentrum met informatie over het dorp en Humsterland. Het kerkhof van Niehove was lange tijd van de straat gescheiden door een cirkelvormige gracht. Deze gracht moest ervoor zorgen dat de geesten netjes op het kerkhof bleven en niet door het dorp gingen dwalen.

                                            -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

De eeste foto uit Nieuwsbrief nr. 2 - maart 2022 toont vanaf de Dijkweg de ondergelopen polder de Dijken - Bakkerom.
Op maandag 21 februari besloot waterschap Nooderzijlvest de waterberging De Dijken – Bakkerom vanaf 15.00 uur voor het eerst in te zetten.
De Dijken - BakkeromDe foto toont het vele water vanaf de Dijkweg.Polder de Dijken – Bakkerom beslaat na de herinrichting 200 hectare natuur. De verwachting is dat het gebied één keer in de 25 jaar gebruikt wordt voor waterberging. Hierbij is dan ruimte voor 1,1 miljoen m3 water.
Inmiddels is het water alweer grotendeels afgevoerd, maar het gebied heeft al bewezen dat het zich als onderdeel van de natuurzone die loopt vanaf de Marumerlage tot aan de Drie Polders ontwikkeld tot een waar vogelparadijs.
Je kunt er genieten van eenden, zilverreigers, ganzen en andere vogels. Ook reeën worden er regelmatig gespot.
In dit gebied wordt de laatste hand gelegd aan waterberging (tijdelijk opvangen van water in de bodem, sloten en overige waterbergingsgebieden om bij droge periodes in te zetten) en aan de ontwikkeling van natuur. Doel van deze nieuwe inrichting is het opheffen van de verdroging. Daarnaast ontwikkelen we natte natuur met o.a. natte schraallanden en vochtige hooilanden. Nat schraalland is, net als vochtig hooiland, zeer oud boerengrasland. Nat schraalland is minder productief en de bodem is heel slap. De variatie in de graslanden is groot. Door de rijkdom aan zeldzame soorten is het van groot Europees en nationaal belang. Vochtig hooiland bestaat uit bloemrijke/kruidenrijke graslanden, bijvoorbeeld de dotterbloemhooilanden. Ze zijn nationaal en internationaal van belang voor de flora en fauna. Vochtig hooiland is door bemesting, ontginning en ontwatering zeldzaam geworden in Nederland.

                                      -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

De tweede foto in Nieuwsbrief nr. 2 - maart 20212 is genomen aan de Doezumertocht nabij de brug in de Peebos.Doezumertocht

Net buiten beeld aan de rechterzijde van de grote beukenboom staat de houthandel en -zagerij van de fa. van der Naald.  De ijzeren ophaalbrug op de achtergrondover de Doezumertocht, markant gelegen in de Peebos, dateert uit 1930. Het is een brug met cultuurhistorische waarde, vooral door het vakmanschap wat aan de constructie en vormgeving van de brug is af te lezen.
Het buurtje langs de Doezumertocht staat ook wel bekend als de Bokkebuurt, ooit een gehucht langs de Doezumertocht, tussen Peebos en de Eesterweg. Het gehucht kreeg in 2007 eigen plaatsnaamborden, maar die zijn sindsdien alweer verdwenen. Het buurtje is waarschijnlijk ontstaan tijdens het graven van de Doezumertocht. Het stond in Doezum bekend als een arme buurt. De naam is waarschijnlijk afgeleid van bok, het Groningse woord voor geit, die door de bewoners van het gehucht werden gehouden.

                                            -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

Deze foto uit Nieuwsbrief nr. 1 - januari 2022 met een klokkenstoel is genomen nabij Oldekerk.   Klokkenstoel

Op dit rondom met bomen omzoomd kerkhof aan de Kroonsfelderweg in Oldekerk staat een houten klokkenstoel met gezwenkte kap. De daarin hangende klok dateert uit 1630. De klokkenstoel van Oldekerkstaat staat schijnbaar verloren en zonder functie in het landschap, maar iedere dag luidt de klok nog op vaste tijden! 
De terp waarop de klokkenstoel staat bevat het laatste restant van het metersdikke veenpakket. Rond de 12e eeuw stond op de terp al een kerk van 20 bij 10 m, voor die tijd al een fors gebouw.
Deze kerk werd waarschijnlijk in 1623 afgebroken. De resten zijn in 1998 weer zichtbaar gemaakt. Met keien is de omtrek van de toren, kerk en koor aangegeven.

Zie voor diepgaander informatie ook: https://www.nazatendevries.nl/Artikelen%20en%20Colums/Dorpen/Oldekerk/Oldekerk%20en%20het%20klooster%20Kuzemer.html

                                      -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

De tweede foto in Nieuwsbrief nr. 1 - januari 20212 is genomen bij de sluis van Aduarderzijl met op achtergrond ‘t Waarhuis.
Aduarderzijl

In de 17e eeuw lag er een schans op de plaats waar het Aduarderdiep in het Reitdiep uitkomt.
De schans is in 1580 door Graaf Willem Lodewijk (Staats aanvoerder) aangelegd in opdracht van de Ommelandere gedeputeerden. De schans was van belang voor controle van de scheepsvaart en het waterpeil. Het Reitdiep moest immers tot zo dicht mogelijk bij de stad beheerst worden.
De schans werd al na drie maanden ingenomen (augustus 1580). In 1581 heroverde Wigbold van Ewsum de schans op de Spanjaarden. 
Kort daarna werd Aduarderzijl weer Spaans. De Spanjaarden verbeterden de schans in 1590.
Verdugo trok zich echter in de stad terug en zo werd de schans weer staats.
Luitenant Herman Ophof verdedigde in 1593 met slechts 35 de schans tegenover een enorme overmacht van Verdugo. De derde bestorming werd de bezetting fataal, alle overlevenden, ook vrouwen en kinderen, werden om het leven gebracht.
In mei 1594 stond Graaf Willen Lodewijk weer voor de Aduarderzijl. Zonder zijn bevel af te wachten vielen de woedende Staatse soldaten aan. Ze waren de behandeling van Ophof en zijn soldaten niet vergeten. Slechts 8 soldaten en wat vrouwen en kinderen overleefden de aanval. In de ongeordende aanval sneuvelden ook 50 Staatse soldaten.
De schans was onbruikbaar, het kruitmagazijn was geraakt en ontploft.
Door het verlies van Aduarderzijl ontmoedigd gaf Groningen zich kort daarna bij Verdrag over aan Prins Maurits op 23 juli 1594. De stad was weer in protestantse handen.

                                      -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

Deze foto uit Nieuwsbrief nr. 8 - december 2021 is genomen in het Gemeentebosje, of Bre(e)merbos te Zevenhuizen. Een klein bosje met o.a. Douglassparren met op borsthoogte soms een doorsnede van wel 75 cm. 

Bre(e)merbosTot pakweg 1900 lag ten zuidwesten van Zevenhuizen nog een groot oorspronkelijk moerassig heideveld, genaamd Breemhaar.
Prachtige natuur met adders, ringslangen, hagedissen, vogels, planten. Er graasden schapen, hier en daar lag een boekweitperceel en valkeniers oefenden hun bedrijvigheid uit.
Er liepen nog geen wegen, hooguit voetpaden en karrensporen en de allerarmsten woonden in verspreid staande plaggenhutten.
Na 1900 begon men ook rond Zevenhuizen met de ontginning van deze heidevelden die gezien werden als woeste grond.

In 1908 kocht Gerard Bakker, burgermeester van Uithuizen hier een groot gedeelte van het heideveld.  Vanaf toen begon het landschap te veranderen.
Bakker liet vanaf 2010 begaanbare wegen aanleggen waaronder de Bremerweg. Er werd ontgonnen, het laatste veen werd afgegraven en Bakker plantte op de hoogste zandkoppen dennen (het latere Harense Bos).

De aanplant bekend als het zgn. gemeentebosje, ook wel Bre(e)merbos genaamd, lijkt van recenter datum.
Het is nog een relatief jong bos. Tot rond 1950 was het woeste met heide en wat veen in de natte ondergrond. Op een oude topografische kaart uit 1925 hete dit gebied toen Ter Heils venen.
Rond 1954 zijn hier douglassparren (Pseudotsuga menziesii) en de grove dennen (Pinus sylvestris) aangeplant in het noordelijke deel. De douglassen zijn nu ongeveer dus 70 jaar oud waarbij de dikste ook al een diameter van soms meer dan 70 cm. hebben bereikt.
Of dit ook voor de grove dennen geldt is onduidelijk, mogelijk zijn die jonger en is er een keer geoogst en opnieuw aangeplant. Rond 1970 is er aan de zuidkant een strook bos bij geplant. Dit leeftijdsverschil is goed te zien als je door het bos loopt. 


Het iets meer dan 10 h. grote bos kent een geschiedenis die er op duidt dat de gemeente het bosje i.v.m. onderhoudskosten eerder als last dan als lust ervaart.
In 1964-1967 zijn er plannen ontwikkeld om het bosje te verkopen aan ene hr. Veenstra met de bedoeling er vakantiehuisjes neer te zetten t.b.v. wat toen heette forensenkamperen ¹.
In 1969 zijn er pogingen gedaan het bos te verkopen aan Staatsbosbeheer. Door bezuinigingen bij de laatste is dit toen uiteindelijk niet doorgegaan.

Rond 1974 valt uit gemeentelijke archiefstukken op te maken dat raadslid Heida de suggestie deed het bosje, zonder dit te verkopen overigens, maar in onderhoud te geven aan de Stichting Milieubeheer ZWK, Nivon, de Natuurwacht of iets dergelijks.
Dit dan wel onder de conditie dat het onderhoud wel deskundig moest geschieden.
En uit ons eigen archief weten we dat medio 2016 nog is onderzocht of het bosje kon worden overgedragen aan het Groninger Landschap.
Tot op heden is het echter nog steeds in gemeentelijke handen.

Vanaf de (verlengde) Veldstreek kan je het bos betreden ongeveer ter hoogte van het houten huis met huisnr. 45. De "Vereniging het ree" kent het bosje ook als plek waar reeën hun kalveren verstoppen gezien de bebording langs de Veldstreek.
Aan de Bremerweg huisnr.1, tegen het bos aan, ligt de SVR camping ‘Aan de bosrand’ van J. Kramer.
Links naast het erf ligt nog altijd een grote ondiep dobbe, bekend onder de naam ‘Bakkers dobbe’.
Via hier is een toegang voor (alleen) campinggasten tot het bos aangebracht.
Al met al een klein, nog altijd rustig en mooi bosje!

Noot:
 ¹  In het gemeentelijk archief o.a. deze brief van 26-10-1966:
   “Het gemeentelijk bos in Zevenhuizen vervult thans alleen maar 
    landschappelijk een functie.
    In recreatief opzicht heeft het zo goed als geen waarde.
   Op grond van deze situatie zou vergunning kunnen worden verleend om in
   het bos houten zomerverblijven te plaatsen op erfpachtbasis en onder zekere  
   voorwaarde.  Wellicht alleen aan zogen.  
   Hobbeïsten, d.w.z. lieden, die in staat zijn zelf het verblijf te bouwen.
   Gaarne een schetsje van de dgw. hoe deze verblijven gesitueerd kunnen
   worden, zodat landschappelijk er niets wordt veranderd.
   Noot bij deze tekst: Infomeren ANWB naar het bestaan van organisaties die
   van de bouw van zomerhuizen een hobby maken
. “  

Bronnen:  “Breemhaar, een centrum van de wereld”
                   “Van Breemhaar tot Nij Breemen”
                   Oral historie van enkele bewoners
                   Archiefstukken ten gemeentehuize (Leek)

-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

De tweede foto in Nieuwsbrief nr. 8 - december 2021 is genomen oostelijk van het gehucht ‘t Hoekje langs de Ooster-Waarddijk in de richting Kommerzijl. Ooster Waarddijk

De polder die u rechts op de foto ziet is de Middenwaard. Deze maakt deel uit van de Ruigewaard of de Waarden, een 750 ha, grote polder.
Met de inpoldering van dit
nog niet-ontgonnen land van met ruigtes (riet en biezen) en begroeide kwelder is mogelijk al kort na 1426 en anders zeker na 1476 een aanvang gemaakt.
Toen namelijk hadden de cisterciënzer monniken van klooster Jeruzalem in Gerkesklooster twee zijlen (sluizen) gebouwd, die dienden als 
spuisluis.
Hiermee kon de afwatering in westelijke richting op de Lauwers worden geregeld en kon de ontginning een aanvang nemen.
Onderstaande kaart toont de situatie tussen Munnikezijl en Kommerzijl in 1864.  De foto is gemaakt iets rechts t.o.v. het huidige gehucht 't Hoekje ter hoogte van de rode pijl.

Middenwaard 1864Langs 't Hoekje liep oorspronkelijk de Waarddijk, een zeedijk. Deze werd aangelegd in 1425, verzwaard in 1476 en deed dienst tot 1660, toen de zeedijk om de Waardsterpolder gereed kwam.

N.B.: Op bovenstaande kaart ziet u ook Ruigezand, het onderwerp bij de foto in Nieuwsbrief 7,  hieronder.

                                                     -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

In Nieuwsbrief nr. 7 - november 2021 vond u onderstaande foto.
RuigezandU ziet hier de prachtige dubbele bomenrij rondom de voormalige boerderij “Ruigezand”, Teenstraweg 9 te Lauwerzijl
Zo’n tweehonderd jaar geleden was het Ruigezand een schiereiland in de monding van het Reitdiep. Dit stond toen nog in open verbinding met de zee. In 1795 is dit eiland door de gebroeders Teenstra ingepolderd en bouwden zij twee grote boerderijen met een ruim (2,5 ha) erf met gracht en bomensingel eromheen. Boerderij ‘Ruigezand’ is de westelijk gelegen Teenstraboerderij. De schuur en hals ervan zijn in 1798 gebouwd. Het voorhuis in Empirestijl is iets later gebouwd: 1803.
Voor meer geschiedenis zie: https://www.martienvanbrederode.nl/tuin-ruigezand

 

De 2e foto die we toonden in Nieuwsbrief nr. 7 - november 2021 liet een smal pad zien, slingerend door de weilanden.
't PadU ziet hier een stukje van "het Pad", iets westelijk van het Iwema Steenhuis.
"Het Pad" is een oude verbindingsroute in het zuidelijk Westerkwartier en is één van de weinige nog bestaande oude, niet bestrate of geasfalteerde paden die de provincie Groningen nog kent. Het is de oudste verbindingsweg over de zandrug tussen Marum en Tolbert. Oorspronkelijk vormde "het Pad" een doorgaande verbinding tussen Marum en Tolbert, maar het traject kent verschillende (oude) benamingen. Vanuit Marum zijn dat achtereenvolgens Malijksepad tot Nuis; vanaf de Wester Nuismertocht tot de Jonkerweg Oude Weg; vervolgens naar Niebert ’t Pad; tenslotte vanaf de Halbe Wiersmaweg bij Niebert Holmerpad, tot aan Tolbert.

"Het Pad" is een schilderachtige route die voert langs boerderijen, maar ook over de erven zelf, over houten vlonders, betonnen bruggetjes en langs weilanden en akkers, bossen en landen, singels en tuinen. Ook voert "het Pad" langs verschillende waterlopen.

Aan "het Pad" liggen oude boerderijen zoals de Frimaheerd en Renkemaheerd. Bij Nuis lagen de de Heringa-, de Harkema- en Fossemaheerd, later samengevoegd tot het landgoed Coendersborg, dat nu zo’n 81 hectare groot is en beheerd wordt door Stichting Het Groninger Landschap. Bij Niebert ligt aan "het Pad" het Iwema Steenhuis.
Het is het enige overgebleven steenhuis in Groningen en dateert van omstreeks 1400.

 


In Nieuwsbrief nr. 6 - oktober 2021 vond u onderstaande foto.
Harense BosHet getoonde pad is de noordelijke ingang van het Harense bos nabij Zevenhuizen.
Met negen hectare is dit bos niet zo groot, maar het biedt de wandelaar veel moois. Als je door het Harense Bos loopt, merk je de hoogteverschillen. In het oosten ligt het bos wel twee tot drie meter lager dan in het westen. Die hoogteverschillen zijn ontstaan in de tijd dat het gebied nog een zandverstuiving was.
Het Harense Bos is ontstaan doordat boeren uit de omgeving in de 19e eeuw hier bomen plantten. Zij hadden veel last van het stuivende zand. Om hun akkers te beschermen werden lariksen en dennen gepoot. Die hielden het zand vast. De sporen van het stuivende zand zijn nu nog te zien in het bos door de grote hoogte verschillen die in het verleden zijn ontstaan.

De huidige eigenaar, het Gronings Landschap, vormt het bos langzaam om tot een natuurbos.
In het Harense Bos staan nu vooral nog dennenbomen, sparren en lariksen. Sommige zijn wel honderd jaar oud. De overgang naar een natuurbos is hier nog maar net begonnen. Er groeien al wel weer hulst, brem, framboos en braam. De wespendief komt veel langs en ook het goudhaantje voelt zich hier thuis.  (Bron Groninger Landschap).

 

De 2e foto die we toonden in Nieuwsbrief nr. 6 - oktober 2021 was de onderstaandeJilt DijksheideDe Jilt Dijksheide, genoemd naar de laatste eigenaar, is het enige overgebleven heidegebied in het Westerkwartier.
Het gebied is gelegen tussen de buurtschappen Trimunt en Zethuis langs de voormalige tramlijn Drachten - Groningen en vormt samen met het Trimunter ontginningsbos een natuurgebied dat onder beheer staat van Staatsbosbeheer. De oppervlakte aan heide bedraagt ruim 20 ha. In het zuidelijke deel ligt nog een vennetje.

Vanouds werd in dit gebied veen afgegraven. Eerst op kleine schaal door de boeren in turfputten. Ook is bekend dat het vroegere klooster 'Maria's poort' (nabij Sebaldeburen) vóór 1600 in de buurt van Trimunt veen ontgon.
Na 1600 groeide echter de vraag naar turf. In het zuiden van het Westerkwartier werd daarom de veenontginning door de Heren van Nienoord grootscheeps aangepakt. Ook op de hoge zandruggen werd, hoewel kleinschaliger, het aanwezige hoogveen vergraven. De ondergronden werden echter niet als landbouwgrond in gebruik genomen en veranderden in heidevelden.

Op een kadasterkaart van 1832, en zelfs op de topografische kaart van 1864 is te zien dat het gebied voor het overgrote deel nog steeds uit heide bestond. Pas na 1900 werd ook hier de ontginning grootschalig aangepakt en voortgezet tot 1937. Op dat moment was nog maar een klein stukje hoogveen in tact.
Dit stukje hoogveen ligt er nu nog steeds en is begroeid met heide: Het draagt nu de naam Jilt Dijksheide.

 

In Nieuwsbrief nr. 5 augustus-september 2021 toonden we u onderstaande foto met als bijschrift: Een park met notariële kenmerken.
Notoaristuun Grootegast
Het betrof een foto van de Notoaristuun in Grootegast, en tuin waar in eerste instantie erg weinig informatie over te vinden was. Een oproep onder de leden leverde onderstaande informatie op.

In een zuil van de toegangspoort aan de markt in Grootegast staat het jaartal 1884. De tuin is inderdaad in 1884 aangelegd door notaris Hofstede, maar eerst gaan we wat verder terug in de tijd.

De in 1807 in Grootegast geboren Bouke (of Bauke) Piers Hazenberg, ging na een korte mislukte periode in het onderwijs, op de boerderij van zijn vader in Grootegast wonen . Behalve boer was hij ook commissionair in granen en handelaar in geslachte varkens op Groningen. (Een commissionair is een tussenpersoon die in eigen naam overeenkomsten sluit, maar voor rekening van een opdrachtgever (de committent).
Dit verdiende zo goed dat hij midden 1840 in Grootegast een groot herenhuis liet bouwen. Van de winst kon hij wekelijks de kosten betalen, zodat toen het huis klaar was het tegelijk met de winst was betaald.

Na Hazenbergs overlijden (1877) is de woning als eerste bewoond
door notaris Hofstede.
Deze notaris legde in 1884 achter de woning de zgn. Notoaristuun aan.

Destijds was de tuin veel groter. Een laan met dubbele rijen kanstanjebomen liep in Noordelijke richting tot aan de waterlossing van het waterschap, waarover een rolplank lag. Ook werden er vroeger evenementen als bv. een zangfestival gehouden.

De tuin heeft qua ontwerp kenmerken van tuinarchitect Lucas Pieter Roodbaard (1782-1851), eerder actief in de noordelijke provincies. Of de tuinaanleg is geïnspireerd op het werk van deze bekende (maar bij de tuinaanleg al overleden) tuinarchitect is niet bekend.
In 1977 is het park uitgebreid en zijn er tennisbanen aangelegd.

Na notaris Hofstede's overlijden hebben de notarissen W.L.  Tonckens, Hermannus Bos, L.M. Bruins, T.H. Huisman en W.J Ludwig in het zelfde pand hun beroep uitgeoefend.
Notaris Huisman heeft de tuin behorende bij de notariswoning, in 1979 overgedragen aan de gemeente Grootegast (nu gem. Westerkwartier).  

Het linker gedeelte van de woning, met boogramen, was vroeger het rijtuighuis. Het boerderijtje huisnummer 94, gebouwd in 1912 was eigendom van notaris Tonckens. De vroegere bewoner hiervan was tevens de koetsier van notaris Tonckens.


Eveneens in Nieuwsbrief nr. 5 augustus-september 2021 stond de volgende foto:Nienoord poort

De foto toont de fraaie ophaalbrug van Nienoord met de poort van Bentheimer zandsteen.
Die laatste stamt uit de glorietijd van de borg, de tijd van Georg Wilhelm von Inn- und Knyphausen en Anna van Ewsum, halverwege de 17e eeuw.
Zij waren toen graaf en gravin, en heersers over Nienoord en de landstreek
Vredewold.
Op de foto zijn ook de twee schuinstaande ingegraven kanonlopen voor de poort te zien. Deze waren bedoeld om aanrijschade door koetsen met het kwetsbare zandsteen te voorkomen