Ken je eigen streek

Vanaf het moment waarop de Coronaperiode in 2020 onze fysieke IVN-activiteiten vrijwel stillegde, zijn we in onze Nieuwsbrief gestart met de foto-vraag-rubriek "Hoe goed ken jij onze streek".
De ''Waar?" vraag bij elke foto wordt in de daaropvolgende Nieuwsbrief onthuld.
Omdat de fotovraag gewaardeerd wordt gaan we er, ook na Corona, gewoon mee verder.

Omdat we onze Nieuwsbrief kort en zakelijk willen houden is er geen plaats voor uitvoerige tekst en uitleg bij de getoonde foto's.

Dat gat willen we via deze pagina opvullen.
De meest recente foto's eerst en zo langzaam teruglopend naar eerdere fotovragen.

We hopen dat de foto's een glimlach van herkenning bij u oproepen
en dat u wellicht ook nog van kennis wordt voorzien die nieuw voor u is.

                                              -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

De eerste foto uit Nieuwsbrief nr. 7 - oktober 2022 is gemaakt in het hart van de Wilp.
De WilpOp de foto ziet u op de sokkel een beeldje van een Wulp.
De naam van het dorp komt van de weidevogel de wulp, die op het uithangbord van de lokale herberg stond. In het Fries wordt deze vogelsoort met wylp aangeduid.
De Wilp ontstond in de 19e eeuw, toen Friese arbeiders hier kwamen werken in de vervening. De ontginning van dit gebied was al in de 17e eeuw begonnen, maar vorderde zeer langzaam. Jonkersvaart werd ontgonnen vanuit Zevenhuizen, De Wilp vanuit Friesland.
Het door kunstenaar Klaas Duursma gemaakte beeldje van de Wulp is overigens geregeld doelwit van vandalen die het hetzij vernielen, hetzij weg maken.

                                              -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

De tweede foto die we tonen in Nieuwsbrief nr. 7- oktober 2022 is gemaakt in het hart van Midwolde. Op de voorgrond ziet u Gasterij Inkies, ook wel bekend als Theehuis Midwolde.
MidwoldeDe hoge toren is van de NH-kerk aldaar. Zowel Gasterij als kerk hebben een lange historie.
De romaanse kerk stamt uit ca. 1200  en is een zgn. adelskerk, gebouwd door en t.b.v. de adel, in dit geval de bewoners van de nabijgelegen borg Nienoord.
Interieur en inventaris zijn grotendeels vervaardigd in opdracht van deze bewoners, de families van Ewsum en von Inn- und Knyphausen. Het pronkstuk is de marmeren graftombe door Rombout Verhulst in opdracht van Anna van Ewsum († 1714). Onder het praalgraf bevindt zich een grafkelder. Verder zien we een eikenhouten portaal, een herenbank uit ca. 1660 en een fraai gesneden preekstoel uit 1711, ontworpen door stadsbouwmeester Allert Meijer met houtsnijwerk van Jan de Rijk. Een gebrandschilderd glas herinnert aan 1907, het jaar waarin de familie Van Panhuys uit Midwolde verdronk in het Hoendiep.

Ook de Gasterij kent een lang verleden o.a. als herberg en postiljon waar de paarden konden worden gewisseld.

                                             -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

Op de eerste foto uit Nieuwsbrief nr. 6 - sepember 2022 ziet u de bergboezem Enumatil in de richting van de kade van het Lettelberterdiep met daarachter het in 2021 gebouwde gemaal t.b.v. de Drie Polders.Bergboezem nabij EnumatilIn 2002 werd direct ten zuiden van Enumatil een gebied van 100 hectare grasland geschikt gemaakt als opvang voor water uit het Lettelberterdiep. Dit was een eerste maatregel om iets te doen aan de hoge waterstanden, die in 1998 bijna tot overstromingen leidden.

De kade om dit bergboezem werd voor een deel aangelegd met grond die ter plekke afgegraven werd. Hierdoor ontstonden twee ondiepe meertjes in het gebied. In het zuidelijke meer bleef een eiland over, waar nu jaarlijks een paar honderd Kokmeeuwen, enkele Visdieven en een paar ganzen broeden. Een paar jaar lang broedde hier ook een Zwartkopmeeuw. De meertjes trekken in voor- en najaar veel steltlopers aan. Soorten als Grutto, Watersnip, Kemphaan, Oeverloper en Kleine Plevier zijn er dan, soms in grote aantallen, te vinden. 's Winters zijn het eenden en ganzen die gebruik maken van het gebied. Eenden (vooral Smient en Wintertaling) op het water, ganzen vooral foeragerend in de omgeving.

Veel van de graslanden naast het Bergboezem zijn aangewezen als ganzenfoerageer-gebieden. In dit jaargetijde is er ook meestal wel minstens één Grote Zilverreiger te zien in het gebied. Meest bijzondere gasten in het Bergboezem zijn de Lepelaars. In de nazomer (vanaf eind juni) zijn er vaak een aantal te vinden aan de rand van het zuidelijke meertje. Het Bergboezem hoort officieel niet bij De Onlanden, maar het ligt er wel vlak boven en heeft dezelfde natte natuur. Vogels maken geen onderscheid tussen de gebieden en voor andere dieren is er een faunapassage langs het Lettelberterdiep, onder de A7 door.


In 2020-21 werd in het kader van de gebiedsontwikkeling Westerkwartier de Drie Polders eveneens ingericht voor waterberging en natuurontwikkeling. Het streefbeeld betreft een afwisseling van gevarieerde natte tot vochtige graslanden met een uitgebreid netwerk van sloten met brede oeverzones (dit is een deel van de rand van een kanaal, oever of meer over een variabele lengte en/of breedte). In dit gebied wordt waterberging gerealiseerd van 180 hectare met een capaciteit van 1,2 miljoen m3 water. Het is de verwachting dat de waterberging één keer per 25 jaar wordt ingezet. Waterberging houdt in dat (regen)water tijdelijk opgevangen wordt in de bodem, sloten, rivieren en overige waterbergingsgebieden. Het voordeel hiervan is dat dit water bij droge periodes gebruikt kan worden.

 

                                      -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

De tweede foto die we tonen in Nieuwsbrief nr. 6- september 2022 is genomen bij het zgn. 'Kerkje van Harkema' tussen Aduard en Fransum, in Den Ham. Christusbeeld kerkje van HarkemaRond 1960 werd Albert Harkema veehouder op de kloosterboerderij ’Abere’, voorheen behorend bij het Aduader klooster. In een moeilijk te interpreteren akte van 1313 is al sprake van de aanleg van een nieuwe zijl (sluis) bij het ten noorden gelegen Arbere.

Gaandeweg werd het boeren voor Albert Harkema bijzaak. Hij begon met het uitgraven en vergroten van de oude gracht om de kloosterboerderij. Hieropvolgend bouwde hij een kop-hals-romp boerderij in miniatuur, als onderkomen voor de eenden. Later kwam er nog een torentje bij.
Nog weer later, in 1998, bouwde hij een miniatuurkerk met 12.000 bakstenen uit België, een orgel uit IJhorst en Mariabeelden uit nog zuidelijker streken.
Nog weer later voegde hij het op de foto afgebeelde Vrijheidsbeeld toe wat in dit geval staat voor "de vrije boer”. De er vlakbij staande adelaar staat voor “vechten tegen de overheid”.

Albert Harkema stond bekend als een eigenzinnig persoon. “Hij ging dwars tegen alle wettelijke regels in. Hij had ontzettend veel energie. En wat hij in de kop had, dat ging er niet meer uit.” “Ja, zo man was het”,  zeggen degenen die hem kenden. Het is bijna niet in te denken dat er 20.000 man naar deze plek kwamen. “Maar Harkema was dan ook gek op publiciteit”.  “Hij zocht de media op en verscheen bijvoorbeeld in de stoel bij Villa Felderhof en in het programma Kruispunt.”
Het zgn. Kerkje van Harkema is nog altijd een toeristische trekpleister langs een mooie fietsroute.

Na het overlijden van zijn vrouw, gevolgd door ziekte van Harkema zelf, werden de boerderij, kerk en theehuis in 2009 verkocht aan de familie Ykema. Sindsdien worden het kerkje en het theehuis geëxploiteerd. Na een sluiting in 2019 van 3 jaar kwamen er in 2022 nieuwe eigenaren, en in 2023 zijn kerk en theehuis weer geopend voor publiek.
Albert Harkema zelf is in 2021 overleden, maar gelukkig leeft zijn droom dus voort.
   

                                      -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

Op de eerste foto uit Nieuwsbrief nr. 5 - juli 2022 ziet u de Kuzemerbalkbrug over het Wolddiep in het buurtschap Kuzemerbalk bij Sebaldeburen.
Vroeger was het niet ongebruikelijk om over een waterloop een balk te leggen als verbinding tussen beide oevers. Deze balken zijn inmiddels vrijwel allemaal verdwenen. Alleen in buurtschap Kuzemerbalk is de balk nog altijd prominent aanwezig.

KuzumerbalkDe buurtschap Kuzemerbalk ontleent haar naam aan het voormalige klooster Cuzemar en de balk die hier lag over het Wolddiep. Bijzonder is dat ook vandaag de dag de wegen ter plekke West en Oost van het Wolddiep nog altijd slechts door een balk met elkaar verbonden zijn. De buurtschap Kuzemerbalk ligt aan beide zijden van de balk over het Wolddiep, die de Kuzemerweg West en de Kuzemerweg Oost met elkaar verbindt.

 

                                      -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

De tweede foto in Nieuwsbrief nr. 5 - juli 2022 is genomen bij poldermolen de Eendracht nabij Grootegast.

Poldermolen de Eendracht

De Poldermolen de Eendracht is gebouwd in 1887 voor het bemalen van de Sebaldebuurster- en de Grootegastermolenpolder.

De molen is en achtkante grondzeiler. Het wiekenkruis bestaat ui twee zelfzwichtende roeden met een vlucht van 20,25 m.
De molen drijft twee vijzels aan die net wateroverschot in de polders uitslaan op de Grootegaster Tocht.

De Eendracht heeft tegenwoordig een functie als noodbemaling.

De molen is eigendom van de Molenstichting Westerkwartier en wordt gedraaid door vrijwillige molenaars.

Als de blauwe wimpel uithangt is de molenaar aanwezig en kan de molen worden bezichtigd.

                                           -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

Op de eerste foto uit Nieuwsbrief nr. 4 - juni 2022 ziet u het brug-en sluizencomplex Gaarkeuken in het van Starkenborghkanaal.
Voor ons het meest bekend vanwege zijn soms lange wachttijden als er één of meerdere schepen passeren. Gaarkeuken

Gaarkeuken (in het Gronings Goarkeuk'n of Goarkeuken), is een gehucht net ten zuiden van Grijpskerk gelegen aan het Van Starkenborghkanaal.

Het gehucht Gaarkeuken heeft zijn naam te danken aan de gaarkeuken, dat wil zeggen een eenvoudig restaurant annex café.
Oorspronkelijk was de gaarkeuken geplaatst bij het zuidelijker gelegen
Kolonelsdiep. Deze plaats wordt nu nog Oude Gaarkeuken genoemd. Tussen 1654 en 1657 werd een grotendeels nieuw kanaal gegraven tussen Groningen en Friesland, dat liep vanaf Briltil via Noordhornertolhek naar de Friese grens bij Gerkesklooster, waarvoor de gaarkeuken werd verplaatst naar de huidige plek op de kruising van het Van Starkenborghkanaal met het Langs- of Wolddiep.

Op 26 juni 1829 gebeurde er in Gaarkeuken een ongeluk met dodelijke afloop. Drie kinderen liepen bij de schuin omhoogstaande brug omhoog, waarna de contragewichten van de brug afbraken en de kinderen onder de brug kwamen.

In de tweede helft van de negentiende eeuw zijn de vaarwegen aangepast aan de moderne eisen van die tijd. In dit kader werd de Sluis Gaarkeuken in 1864 (min of meer) op de huidige plek aangelegd. Bij de sluis verrezen enige huizen waarvan de bewoners een bestaan zochten in de levering van schippersbehoeften: in de eerste plaats sterkedrank, maar ook proviand.  

Tussen 1922 en 1924 werd de sluis van Gaarkeuken vernieuwd en vergroot. In 1938 werd het Hoendiep verruimd en uitgebreid tot het
Van Starkenborghkanaal.

Dit Van Starkenborghkanaal is als vaarverbinding van Groningen naar Friesland in november 1938 officieel in gebruik gesteld door Koningin Wilhelmina.
Ter gelegenheid hiervan is een plaquette aangebracht op een van de bruggen bij de Oostersluis. Het kanaal is vernoemd naar de toenmalige commissaris van de Koningin: Edzard Tjarda van Starkenborgh Stachouwer.


Op 11 november 1944 werd de Gaarkeuken gebombardeerd door 15 Engelse Typhons van Vliegbasis Volkel die er 32 bommen lieten vallen. De brug en sluizen alsook enige woningen werden totaal vernield. Doordat de waterhuishouding daarna niet meer in de hand te houden was, kwam er een groot gebied blank te staan. De sluis werd hersteld, maar was zo ontzet dat decennia later er nog stenen uit losraakten.

In 1966 werd het kanaal verbreed en geschikt gemaakt voor schepen tot 1350 ton.
In 1981 werd besloten tot de aanleg van de huidige sterk vergrote sluis. Voor de bouw hiervan moesten vijf sluiswachterswoningen en 575 bomen wijken.

  

                                      -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

De tweede foto in Nieuwsbrief nr. 4 - juni 2022 is genomen daar waar de weg langs de Jonkersvaart via een vast brug van ene naar de andere overe oversteekt.
 

 

JonkersvaartHet dorp Jonkersvaart is een oude veenkolonie. De jonkers van Nienoord, eigenaren van landgoed Nienoord in Leek-Midwolde, bezaten een groot deel van het veen ten zuiden van Leek. Veen was een belangrijk bezit in de tijd van de grote ontginningen, turf was veel waard. Het gebied staat daarom bekend als het Nienoorterveen. De naam Jonkersvaart herinnert aan de zeggenschap van de heren, de Jonkers, van Nienoord. Nog voor 1800 is begonnen met de aanleg van de Jonkersvaart. De vaart werd gegraven voor de afvoer van turf. Jonkersvaart is nog altijd een lintdorp, aan weeszijden van de vaart werd gewoond en gewerkt.

In 1955 lag het schip van Jan Veenstra voor de laatste maal in de vaart. Het was tevens het laatste schip dat door de sluis ging. De sluis ging voorgoed dicht en de brug ging eraf.

                     

                                                     -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

Op de eerste foto uit Nieuwsbrief nr. 3 - april 2022 ziet u de Liudgerkerk in Niekerk met daarvoor het Monument Haringeters.Niekerk en haringetersIn 1476 ontstond de traditie toen Menno Jeltema een legaat in de vorm van een groot stuk land naliet aan de voogdij van het Pepergasthuis te Groningen onder de eeuwigdurende verplichting, dat jaarlijks onder de armen van het Faan een ton haring zou worden uitgereikt.
De voogdij heeft zich elk jaar aan deze verplichting gehouden.
In 1979 besloot de voogdij om deze verplichting af te kopen.
Sindsdien is de Menno Jeltema Stichting opgericht, die zich ten doel stelt om deze traditie in stand te houden.

Traditiegetrouw gaan paard en boerenwagen op de woensdag voor Pasen door de straten van Niekerk, Oldekerk en Faan met de haringen in een houten ton. De koetsier ment de paarden, de bijrijder luidt de bel om de dorpsbewoners te attenderen op de haringuitreiking bij de kerk.
De haringen zijn tegenwoordig bestemd voor alle inwoners van Niekerk, Oldekerk en Faan.

Sinds 30 september 2017 is deze traditie uit 1476 officieel toegevoegd aan de ‘Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed Nederland’.

De traditie van het uitdelen van de haringen is verbeeld in het momument Haringeters staand in een klein pleintje voor de Liudgerkerk (de voormalige Hervormde kerk) in Niekerk.
Het werd in 1983 gemaakt door beeldhouwer Harm Blanken

Op de achtergrond van deze foto is de Liudgerkerk zichtbaar.
Het schip is nog volledig opgetrokken in tufsteen. De toren werd in de 13e eeuw opgetrokken uit baksteen en delen tufsteen die bij de afbraak van dat deel van de kerk vrijkwam.
Het dak van de kerk bestond oorspronkelijk uit riet en werd later voorzien van dakpannen. 
In de kerk staat onder andere een rijk gesneden preekstoel uit 1705 van de hand van Allert Meijer en Jan de Rijk.
De oude kerkklok van 1620 van de Lotharingse klokkengieters François Simon en André Obertin (Aubertin) werd in de Tweede Wereldoorlog omgesmolten en na de oorlog vervangen door een nieuwe.
Het Van Oeckelenorgel dateert van 1895.
Uit opgravingen is gebleken dat het kerkhof van deze kerk al bestond voordat de stenen kerk werd gebouwd

 

                                      -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

De tweede foto in Nieuwsbrief nr. 3 - april 2022 is genomen in het Wierdedorp Niehove.NiehoveNiehove is een typisch wierdedorp met ongeveer 130 inwoners. Het gehele dorp is beschermd dorpsgezicht.
Nadat rond 800 de Lauwerszee was ontstaan, kwam Niehove (toen nog Suxwort of Suxqwerd, Zuidwierde) op het eiland Humsterland te liggen.

Het dorp was onder die naam de hoofdplaats van het voormalige waddeneiland Humsterland.
Wandelend over de smalle kerkenpaden van Niehove zou je niet zeggen dat dit kleine dorpje vroeger de hoofdstad van Humsterland was. Zoals je hier staat tussen de huisjes van rood baksteen, zo was het hier eeuwen geleden ook. De kerk staat in het midden van het dorp, bovenop de wierde. Van bovenaf gezien is Niehove een soort spinnenweb. Om de kerk heen staan, in twee cirkels gebouwd, de huizen van het dorp met de achterkanten naar de velden gekeerd. Vanaf de kerk lopen smalle kerkenpaden naar de lager gelegen ringweg. Wandel zeker rond om dit stratenplan met eigen voeten te ervaren.

De kerk in het midden is een romanogotische kerk uit de 13de eeuw. Tot de 16de eeuw was dit het enige gebouw van steen in het dorp. Pas nog veel later kreeg de kerk banken. Tot die tijd moesten de kerkgangers staan: mannen aan de zuidzijde en vrouwen aan de noordzijde. In de kerk zit nu een bezoekerscentrum met informatie over het dorp en Humsterland. Het kerkhof van Niehove was lange tijd van de straat gescheiden door een cirkelvormige gracht. Deze gracht moest ervoor zorgen dat de geesten netjes op het kerkhof bleven en niet door het dorp gingen dwalen.

                                            -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

De eerste foto uit Nieuwsbrief nr. 2 - maart 2022 toont vanaf de Dijkweg de ondergelopen polder de Dijken - Bakkerom.
Op maandag 21 februari besloot waterschap Nooderzijlvest de waterberging De Dijken – Bakkerom vanaf 15.00 uur voor het eerst in te zetten.
De Dijken - BakkeromDe foto toont het vele water vanaf de Dijkweg.Polder de Dijken – Bakkerom beslaat na de herinrichting 200 hectare natuur. De verwachting is dat het gebied één keer in de 25 jaar gebruikt wordt voor waterberging. Hierbij is dan ruimte voor 1,1 miljoen m3 water.
Inmiddels is het water alweer grotendeels afgevoerd, maar het gebied heeft al bewezen dat het zich als onderdeel van de natuurzone die loopt vanaf de Marumerlage tot aan de Drie Polders ontwikkeld tot een waar vogelparadijs.
Je kunt er genieten van eenden, zilverreigers, ganzen en andere vogels. Ook reeën worden er regelmatig gespot.
In dit gebied wordt de laatste hand gelegd aan waterberging (tijdelijk opvangen van water in de bodem, sloten en overige waterbergingsgebieden om bij droge periodes in te zetten) en aan de ontwikkeling van natuur. Doel van deze nieuwe inrichting is het opheffen van de verdroging. Daarnaast ontwikkelen we natte natuur met o.a. natte schraallanden en vochtige hooilanden. Nat schraalland is, net als vochtig hooiland, zeer oud boerengrasland. Nat schraalland is minder productief en de bodem is heel slap. De variatie in de graslanden is groot. Door de rijkdom aan zeldzame soorten is het van groot Europees en nationaal belang. Vochtig hooiland bestaat uit bloemrijke/kruidenrijke graslanden, bijvoorbeeld de dotterbloemhooilanden. Ze zijn nationaal en internationaal van belang voor de flora en fauna. Vochtig hooiland is door bemesting, ontginning en ontwatering zeldzaam geworden in Nederland.

                                      -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

De tweede foto in Nieuwsbrief nr. 2 - maart 20212 is genomen aan de Doezumertocht nabij de brug in de Peebos.Doezumertocht

Net buiten beeld aan de rechterzijde van de grote beukenboom staat de houthandel en -zagerij van de fa. van der Naald.  De ijzeren ophaalbrug op de achtergrondover de Doezumertocht, markant gelegen in de Peebos, dateert uit 1930. Het is een brug met cultuurhistorische waarde, vooral door het vakmanschap wat aan de constructie en vormgeving van de brug is af te lezen.
Het buurtje langs de Doezumertocht staat ook wel bekend als de Bokkebuurt, ooit een gehucht langs de Doezumertocht, tussen Peebos en de Eesterweg. Het gehucht kreeg in 2007 eigen plaatsnaamborden, maar die zijn sindsdien alweer verdwenen. Het buurtje is waarschijnlijk ontstaan tijdens het graven van de Doezumertocht. Het stond in Doezum bekend als een arme buurt. De naam is waarschijnlijk afgeleid van bok, het Groningse woord voor geit, die door de bewoners van het gehucht werden gehouden.

                                            -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

Deze foto uit Nieuwsbrief nr. 1 - januari 2022 met een klokkenstoel is genomen nabij Oldekerk.   Klokkenstoel

Op dit rondom met bomen omzoomd kerkhof aan de Kroonsfelderweg in Oldekerk staat een houten klokkenstoel met gezwenkte kap. De daarin hangende klok dateert uit 1630. De klokkenstoel van Oldekerkstaat staat schijnbaar verloren en zonder functie in het landschap, maar iedere dag luidt de klok nog op vaste tijden! 
De terp waarop de klokkenstoel staat bevat het laatste restant van het metersdikke veenpakket. Rond de 12e eeuw stond op de terp al een kerk van 20 bij 10 m, voor die tijd al een fors gebouw.
Deze kerk werd waarschijnlijk in 1623 afgebroken. De resten zijn in 1998 weer zichtbaar gemaakt. Met keien is de omtrek van de toren, kerk en koor aangegeven.

Zie voor diepgaander informatie ook: https://www.nazatendevries.nl/Artikelen%20en%20Colums/Dorpen/Oldekerk/Oldekerk%20en%20het%20klooster%20Kuzemer.html

                                      -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

De tweede foto in Nieuwsbrief nr. 1 - januari 20212 is genomen bij de sluis van Aduarderzijl met op achtergrond ‘t Waarhuis.
Aduarderzijl

In de 17e eeuw lag er een schans op de plaats waar het Aduarderdiep in het Reitdiep uitkomt.
De schans is in 1580 door Graaf Willem Lodewijk (Staats aanvoerder) aangelegd in opdracht van de Ommelandere gedeputeerden. De schans was van belang voor controle van de scheepsvaart en het waterpeil. Het Reitdiep moest immers tot zo dicht mogelijk bij de stad beheerst worden.
De schans werd al na drie maanden ingenomen (augustus 1580). In 1581 heroverde Wigbold van Ewsum de schans op de Spanjaarden. 
Kort daarna werd Aduarderzijl weer Spaans. De Spanjaarden verbeterden de schans in 1590.
Verdugo trok zich echter in de stad terug en zo werd de schans weer staats.
Luitenant Herman Ophof verdedigde in 1593 met slechts 35 de schans tegenover een enorme overmacht van Verdugo. De derde bestorming werd de bezetting fataal, alle overlevenden, ook vrouwen en kinderen, werden om het leven gebracht.
In mei 1594 stond Graaf Willen Lodewijk weer voor de Aduarderzijl. Zonder zijn bevel af te wachten vielen de woedende Staatse soldaten aan. Ze waren de behandeling van Ophof en zijn soldaten niet vergeten. Slechts 8 soldaten en wat vrouwen en kinderen overleefden de aanval. In de ongeordende aanval sneuvelden ook 50 Staatse soldaten.
De schans was onbruikbaar, het kruitmagazijn was geraakt en ontploft.
Door het verlies van Aduarderzijl ontmoedigd gaf Groningen zich kort daarna bij Verdrag over aan Prins Maurits op 23 juli 1594. De stad was weer in protestantse handen.

                                      -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

Deze foto uit Nieuwsbrief nr. 8 - december 2021 is genomen in het Gemeentebosje, of Bre(e)merbos te Zevenhuizen. Een klein bosje met o.a. Douglassparren met op borsthoogte soms een doorsnede van wel 75 cm. 

Bre(e)merbosTot pakweg 1900 lag ten zuidwesten van Zevenhuizen nog een groot oorspronkelijk moerassig heideveld, genaamd Breemhaar.
Prachtige natuur met adders, ringslangen, hagedissen, vogels, planten. Er graasden schapen, hier en daar lag een boekweitperceel en valkeniers oefenden hun bedrijvigheid uit.
Er liepen nog geen wegen, hooguit voetpaden en karrensporen en de allerarmsten woonden in verspreid staande plaggenhutten.
Na 1900 begon men ook rond Zevenhuizen met de ontginning van deze heidevelden die gezien werden als woeste grond.

In 1908 kocht Gerard Bakker, burgermeester van Uithuizen hier een groot gedeelte van het heideveld.  Vanaf toen begon het landschap te veranderen.
Bakker liet vanaf 2010 begaanbare wegen aanleggen waaronder de Bremerweg. Er werd ontgonnen, het laatste veen werd afgegraven en Bakker plantte op de hoogste zandkoppen dennen (het latere Harense Bos).

De aanplant bekend als het zgn. gemeentebosje, ook wel Bre(e)merbos genaamd, lijkt van recenter datum.
Het is nog een relatief jong bos. Tot rond 1950 was het woeste met heide en wat veen in de natte ondergrond. Op een oude topografische kaart uit 1925 hete dit gebied toen Ter Heils venen.
Rond 1954 zijn hier douglassparren (Pseudotsuga menziesii) en de grove dennen (Pinus sylvestris) aangeplant in het noordelijke deel. De douglassen zijn nu ongeveer dus 70 jaar oud waarbij de dikste ook al een diameter van soms meer dan 70 cm. hebben bereikt.
Of dit ook voor de grove dennen geldt is onduidelijk, mogelijk zijn die jonger en is er een keer geoogst en opnieuw aangeplant. Rond 1970 is er aan de zuidkant een strook bos bij geplant. Dit leeftijdsverschil is goed te zien als je door het bos loopt. 


Het iets meer dan 10 h. grote bos kent een geschiedenis die er op duidt dat de gemeente het bosje i.v.m. onderhoudskosten eerder als last dan als lust ervaart.
In 1964-1967 zijn er plannen ontwikkeld om het bosje te verkopen aan ene hr. Veenstra met de bedoeling er vakantiehuisjes neer te zetten t.b.v. wat toen heette forensenkamperen ¹.
In 1969 zijn er pogingen gedaan het bos te verkopen aan Staatsbosbeheer. Door bezuinigingen bij de laatste is dit toen uiteindelijk niet doorgegaan.

Rond 1974 valt uit gemeentelijke archiefstukken op te maken dat raadslid Heida de suggestie deed het bosje, zonder dit te verkopen overigens, maar in onderhoud te geven aan de Stichting Milieubeheer ZWK, Nivon, de Natuurwacht of iets dergelijks.
Dit dan wel onder de conditie dat het onderhoud wel deskundig moest geschieden.
En uit ons eigen archief weten we dat medio 2016 nog is onderzocht of het bosje kon worden overgedragen aan het Groninger Landschap.
Tot op heden is het echter nog steeds in gemeentelijke handen.

Vanaf de (verlengde) Veldstreek kan je het bos betreden ongeveer ter hoogte van het houten huis met huisnr. 45. De "Vereniging het ree" kent het bosje ook als plek waar reeën hun kalveren verstoppen gezien de bebording langs de Veldstreek.
Aan de Bremerweg huisnr.1, tegen het bos aan, ligt de SVR camping ‘Aan de bosrand’ van J. Kramer.
Links naast het erf ligt nog altijd een grote ondiep dobbe, bekend onder de naam ‘Bakkers dobbe’.
Via hier is een toegang voor (alleen) campinggasten tot het bos aangebracht.
Al met al een klein, nog altijd rustig en mooi bosje!

Noot:
 ¹  In het gemeentelijk archief o.a. deze brief van 26-10-1966:
   “Het gemeentelijk bos in Zevenhuizen vervult thans alleen maar 
    landschappelijk een functie.
    In recreatief opzicht heeft het zo goed als geen waarde.
   Op grond van deze situatie zou vergunning kunnen worden verleend om in
   het bos houten zomerverblijven te plaatsen op erfpachtbasis en onder zekere  
   voorwaarde.  Wellicht alleen aan zogen.  
   Hobbeïsten, d.w.z. lieden, die in staat zijn zelf het verblijf te bouwen.
   Gaarne een schetsje van de dgw. hoe deze verblijven gesitueerd kunnen
   worden, zodat landschappelijk er niets wordt veranderd.
   Noot bij deze tekst: Infomeren ANWB naar het bestaan van organisaties die
   van de bouw van zomerhuizen een hobby maken
. “  

Bronnen:  “Breemhaar, een centrum van de wereld”
                   “Van Breemhaar tot Nij Breemen”
                   Oral historie van enkele bewoners
                   Archiefstukken ten gemeentehuize (Leek)

-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

De tweede foto in Nieuwsbrief nr. 8 - december 2021 is genomen oostelijk van het gehucht ‘t Hoekje langs de Ooster-Waarddijk in de richting Kommerzijl. Ooster Waarddijk

De polder die u rechts op de foto ziet is de Middenwaard. Deze maakt deel uit van de Ruigewaard of de Waarden, een 750 ha, grote polder.
Met de inpoldering van dit
nog niet-ontgonnen land van met ruigtes (riet en biezen) en begroeide kwelder is mogelijk al kort na 1426 en anders zeker na 1476 een aanvang gemaakt.
Toen namelijk hadden de cisterciënzer monniken van klooster Jeruzalem in Gerkesklooster twee zijlen (sluizen) gebouwd, die dienden als 
spuisluis.
Hiermee kon de afwatering in westelijke richting op de Lauwers worden geregeld en kon de ontginning een aanvang nemen.
Onderstaande kaart toont de situatie tussen Munnikezijl en Kommerzijl in 1864.  De foto is gemaakt iets rechts t.o.v. het huidige gehucht 't Hoekje ter hoogte van de rode pijl.

Middenwaard 1864Langs 't Hoekje liep oorspronkelijk de Waarddijk, een zeedijk. Deze werd aangelegd in 1425, verzwaard in 1476 en deed dienst tot 1660, toen de zeedijk om de Waardsterpolder gereed kwam.

N.B.: Op bovenstaande kaart ziet u ook Ruigezand, het onderwerp bij de foto in Nieuwsbrief 7,  hieronder.

                                                     -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

In Nieuwsbrief nr. 7 - november 2021 vond u onderstaande foto.
RuigezandU ziet hier de prachtige dubbele bomenrij rondom de voormalige boerderij “Ruigezand”, Teenstraweg 9 te Lauwerzijl
Zo’n tweehonderd jaar geleden was het Ruigezand een schiereiland in de monding van het Reitdiep. Dit stond toen nog in open verbinding met de zee. In 1795 is dit eiland door de gebroeders Teenstra ingepolderd en bouwden zij twee grote boerderijen met een ruim (2,5 ha) erf met gracht en bomensingel eromheen. Boerderij ‘Ruigezand’ is de westelijk gelegen Teenstraboerderij. De schuur en hals ervan zijn in 1798 gebouwd. Het voorhuis in Empirestijl is iets later gebouwd: 1803.
Voor meer geschiedenis zie: https://www.martienvanbrederode.nl/tuin-ruigezand

 

De 2e foto die we toonden in Nieuwsbrief nr. 7 - november 2021 liet een smal pad zien, slingerend door de weilanden.
't PadU ziet hier een stukje van "het Pad", iets westelijk van het Iwema Steenhuis.
"Het Pad" is een oude verbindingsroute in het zuidelijk Westerkwartier en is één van de weinige nog bestaande oude, niet bestrate of geasfalteerde paden die de provincie Groningen nog kent. Het is de oudste verbindingsweg over de zandrug tussen Marum en Tolbert. Oorspronkelijk vormde "het Pad" een doorgaande verbinding tussen Marum en Tolbert, maar het traject kent verschillende (oude) benamingen. Vanuit Marum zijn dat achtereenvolgens Malijksepad tot Nuis; vanaf de Wester Nuismertocht tot de Jonkerweg Oude Weg; vervolgens naar Niebert ’t Pad; tenslotte vanaf de Halbe Wiersmaweg bij Niebert Holmerpad, tot aan Tolbert.

"Het Pad" is een schilderachtige route die voert langs boerderijen, maar ook over de erven zelf, over houten vlonders, betonnen bruggetjes en langs weilanden en akkers, bossen en landen, singels en tuinen. Ook voert "het Pad" langs verschillende waterlopen.

Aan "het Pad" liggen oude boerderijen zoals de Frimaheerd en Renkemaheerd. Bij Nuis lagen de de Heringa-, de Harkema- en Fossemaheerd, later samengevoegd tot het landgoed Coendersborg, dat nu zo’n 81 hectare groot is en beheerd wordt door Stichting Het Groninger Landschap. Bij Niebert ligt aan "het Pad" het Iwema Steenhuis.
Het is het enige overgebleven steenhuis in Groningen en dateert van omstreeks 1400.

 


In Nieuwsbrief nr. 6 - oktober 2021 vond u onderstaande foto.
Harense BosHet getoonde pad is de noordelijke ingang van het Harense bos nabij Zevenhuizen.
Met negen hectare is dit bos niet zo groot, maar het biedt de wandelaar veel moois. Als je door het Harense Bos loopt, merk je de hoogteverschillen. In het oosten ligt het bos wel twee tot drie meter lager dan in het westen. Die hoogteverschillen zijn ontstaan in de tijd dat het gebied nog een zandverstuiving was.
Het Harense Bos is ontstaan doordat boeren uit de omgeving in de 19e eeuw hier bomen plantten. Zij hadden veel last van het stuivende zand. Om hun akkers te beschermen werden lariksen en dennen gepoot. Die hielden het zand vast. De sporen van het stuivende zand zijn nu nog te zien in het bos door de grote hoogte verschillen die in het verleden zijn ontstaan.

De huidige eigenaar, het Gronings Landschap, vormt het bos langzaam om tot een natuurbos.
In het Harense Bos staan nu vooral nog dennenbomen, sparren en lariksen. Sommige zijn wel honderd jaar oud. De overgang naar een natuurbos is hier nog maar net begonnen. Er groeien al wel weer hulst, brem, framboos en braam. De wespendief komt veel langs en ook het goudhaantje voelt zich hier thuis.  (Bron Groninger Landschap).

 

De 2e foto die we toonden in Nieuwsbrief nr. 6 - oktober 2021 was de onderstaandeJilt DijksheideDe Jilt Dijksheide, genoemd naar de laatste eigenaar, is het enige overgebleven heidegebied in het Westerkwartier.
Het gebied is gelegen tussen de buurtschappen Trimunt en Zethuis langs de voormalige tramlijn Drachten - Groningen en vormt samen met het Trimunter ontginningsbos een natuurgebied dat onder beheer staat van Staatsbosbeheer. De oppervlakte aan heide bedraagt ruim 20 ha. In het zuidelijke deel ligt nog een vennetje.

Vanouds werd in dit gebied veen afgegraven. Eerst op kleine schaal door de boeren in turfputten. Ook is bekend dat het vroegere klooster 'Maria's poort' (nabij Sebaldeburen) vóór 1600 in de buurt van Trimunt veen ontgon.
Na 1600 groeide echter de vraag naar turf. In het zuiden van het Westerkwartier werd daarom de veenontginning door de Heren van Nienoord grootscheeps aangepakt. Ook op de hoge zandruggen werd, hoewel kleinschaliger, het aanwezige hoogveen vergraven. De ondergronden werden echter niet als landbouwgrond in gebruik genomen en veranderden in heidevelden.

Op een kadasterkaart van 1832, en zelfs op de topografische kaart van 1864 is te zien dat het gebied voor het overgrote deel nog steeds uit heide bestond. Pas na 1900 werd ook hier de ontginning grootschalig aangepakt en voortgezet tot 1937. Op dat moment was nog maar een klein stukje hoogveen in tact.
Dit stukje hoogveen ligt er nu nog steeds en is begroeid met heide: Het draagt nu de naam Jilt Dijksheide.

 

In Nieuwsbrief nr. 5 augustus-september 2021 toonden we u onderstaande foto met als bijschrift: Een park met notariële kenmerken.
Notoaristuun Grootegast
Het betrof een foto van de Notoaristuun in Grootegast, en tuin waar in eerste instantie erg weinig informatie over te vinden was. Een oproep onder de leden leverde onderstaande informatie op.

In een zuil van de toegangspoort aan de markt in Grootegast staat het jaartal 1884. De tuin is inderdaad in 1884 aangelegd door notaris Hofstede, maar eerst gaan we wat verder terug in de tijd.

De in 1807 in Grootegast geboren Bouke (of Bauke) Piers Hazenberg, ging na een korte mislukte periode in het onderwijs, op de boerderij van zijn vader in Grootegast wonen . Behalve boer was hij ook commissionair in granen en handelaar in geslachte varkens op Groningen. (Een commissionair is een tussenpersoon die in eigen naam overeenkomsten sluit, maar voor rekening van een opdrachtgever (de committent).
Dit verdiende zo goed dat hij midden 1840 in Grootegast een groot herenhuis liet bouwen. Van de winst kon hij wekelijks de kosten betalen, zodat toen het huis klaar was het tegelijk met de winst was betaald.

Na Hazenbergs overlijden (1877) is de woning als eerste bewoond
door notaris Hofstede.
Deze notaris legde in 1884 achter de woning de zgn. Notoaristuun aan.

Destijds was de tuin veel groter. Een laan met dubbele rijen kanstanjebomen liep in Noordelijke richting tot aan de waterlossing van het waterschap, waarover een rolplank lag. Ook werden er vroeger evenementen als bv. een zangfestival gehouden.

De tuin heeft qua ontwerp kenmerken van tuinarchitect Lucas Pieter Roodbaard (1782-1851), eerder actief in de noordelijke provincies. Of de tuinaanleg is geïnspireerd op het werk van deze bekende (maar bij de tuinaanleg al overleden) tuinarchitect is niet bekend.
In 1977 is het park uitgebreid en zijn er tennisbanen aangelegd.

Na notaris Hofstede's overlijden hebben de notarissen W.L.  Tonckens, Hermannus Bos, L.M. Bruins, T.H. Huisman en W.J Ludwig in het zelfde pand hun beroep uitgeoefend.
Notaris Huisman heeft de tuin behorende bij de notariswoning, in 1979 overgedragen aan de gemeente Grootegast (nu gem. Westerkwartier).  

Het linker gedeelte van de woning, met boogramen, was vroeger het rijtuighuis. Het boerderijtje huisnummer 94, gebouwd in 1912 was eigendom van notaris Tonckens. De vroegere bewoner hiervan was tevens de koetsier van notaris Tonckens.


Eveneens in Nieuwsbrief nr. 5 augustus-september 2021 stond de volgende foto:Nienoord poort

De foto toont de fraaie ophaalbrug van Nienoord met de poort van Bentheimer zandsteen.
Die laatste stamt uit de glorietijd van de borg, de tijd van Georg Wilhelm von Inn- und Knyphausen en Anna van Ewsum, halverwege de 17e eeuw.
Zij waren toen graaf en gravin, en heersers over Nienoord en de landstreek
Vredewold.
Op de foto zijn ook de twee schuinstaande ingegraven kanonlopen voor de poort te zien. Deze waren bedoeld om aanrijschade door koetsen met het kwetsbare zandsteen te voorkomen