Instituut voor natuureducatie en duurzaamheid

Vogelwerkgroep

Vogels spreken sinds jaar en dag tot de verbeelding van mensen, alleen al omdat vogels kunnen vliegen. Ze zetten je ook altijd weer voor nieuwe verrassingen; je weet nooit wat je te zien en te horen krijgt, op welke plek je ook gaat kijken.
Zo’n plek kan je eigen tuin al zijn, maar in de omgeving van Leiden zijn meerdere grote natuurgebieden waar je geregeld tientallen vogelsoorten kunt waarnemen, soms zelfs in zeer grote aantallen. Een greep uit de voorbeelden: in en om Cronesteyn, De Wilck, Vogelplas Starrevaart en de nabijgelegen polders, De Horsten, Meijendel, Berkheide, de Amsterdamse waterleidingduinen, het terrein rond Huys te Warmont en de polders nabij Warmond en Leiderdorp (aanklikken van een gemerkte gebiedsnaam roept extra informatie over dat terrein op).
 

Natuurlijk hangt de ‘opbrengst’ aan waarnemingen af van de tijd van het jaar, zeker als je het op geluiden hebt gemunt. Verder zijn de aard van het gebied, het moment van de dag en het weer van invloed. Voor degene die vogels wil waarnemen, is het dus handig hier een beetje zicht op te hebben. Dat kun je door wat zelfstudie al heel snel en vrij gemakkelijk bereiken.
Maar als je wat verder wilt gaan en soorten op zicht en/of geluid wilt leren (her)kennen of meer wilt weten over het gedrag van allerlei vogelsoorten, kan het helpen om één of meerdere cursussen te volgen. De Vogelwerkgroep van IVN regio Leiden biedt zulke cursussen geregeld aan. Tijdens de cursussen blijken belangstellenden op een aantrekkelijke manier erg snel behoorlijk veel vogelkennis op te doen. De aanwezigheid van ervaren vogelkenners werkt daarbij versterkend en versnellend en hun enthousiasme over vogels werkt aanstekelijk.

Elke cursus bestaat uit enkele avonden met informatieve presentaties maar ook met activiteiten uit te voeren door de cursisten zelf. Dat maakt zo’n avond afwisselend, extra leerzaam en leuk. Verder bevat elke cursus een aantal excursies naar vogelgebieden, zoals naar sommige van de hierboven genoemde. Dit veldwerk is zonder meer het meest spannend, want dan valt er van alles te zien, te horen, te bewonderen en te beleven.
In het voorjaar zijn de cursussen onder meer gericht op vogelzang. In het begin van het seizoen zijn de bomen nog kaal en kun je veel vogels zien. Geleidelijk verschijnen er steeds meer vogelsoorten die bij ons gaan broeden. Dan groeien de blaadjes aan de bomen en gaat de zang een hoofdrol spelen bij het waarnemen van de binnenkomende soorten. We laten allerlei kanten van de zang en het broeden de revue passeren. Er is volop gelegenheid om de zang van verschillende soorten te leren (her)kennen. Het concert wordt steeds rijker en het wordt een ware kunst om de muzikanten te blijven onderscheiden.
In najaar en winter speelt zang eigenlijk geen rol van betekenis, ook al blijven er kleine geluidjes die sommige soorten kenmerken. De periode van de trek breekt aan en dat levert heel verrassende nieuwe beelden op. In Nederland komen enorme aantallen vogels aan en grote groepen andere vogels vertrekken. Bij sommige soorten treden beide verschijnselen tegelijk op. Zo kan er in de winter een Scandinavisch roodborstje in de tuin zitten terwijl het roodborstje dat gebroed had, veel zuidelijker is getrokken. De cursus kan helpen het inzicht te vergroten.

Wilt u meer weten over deze boeiende onderwerpen en zoekt u een leuke manier om hier snel meer over te leren, ga dan voor informatie naar ‘Activiteiten’ en zoek de vogelcursus op. Hier kunt u vinden hoe u zich voor een cursus aan kunt melden.