Rechte asfaltweg omgeven door kale bomen, met grasvelden aan beide zijden onder een grijze hemel. Landschap

Verslag wandeling door de Meuhoek

De Oude IJsselstreek 5 maart 2026

Zondag 22 februari was er een wandeling door de Meuhoek. Ondanks de regen kwamen een tiental geïnteresseerden op deze wandeling af. Na een korte inleiding gaan we op pad met als gidsen Jannie, Wim en de gidsen in opleiding Diana en Michel. Via Pluimersdijk en Meuweg komen we in de Meuhoek. We worden begluurd door de Spekvos

Niemand wist wie deze schurk was. Hij voorzag met geweld in zijn levensonderhoud door mensen geld en voedsel afhandig te maken en maakte strooptochten in de wijde omgeving. Nadat de situatie onhoudbaar was geworden, nam de buurt het heft in eigen handen. Op 29 maart 1790 werd dit de Spekvos fataal, hij werd doodgeschoten.

De Meuhoek is een kleinschalig coulissenlandschap met een oppervlakte van 3 km2. Bijzonder in dit gebied zijn de knotelzensingels (ca. 3000 knotelzen) en eenmansessen.

De eerste boeren die in het gebied kwamen wonen, begonnen met het ontginnen van het moeras. Ze groeven sloten en trokken els, wilg, berk en gagel uit de grond. Zo ontstonden de hooiweitjes en tegen de ruggen en bulten hier en daar een kamp of akkertje. Vanuit het omringende moeras en broekbos waaiden tijdens najaarsstormen nog lange tijd miljoenen elzenzaadjes uit over de weides en akkertjes. Koeien, zeisen en de ploeg zorgden ervoor dat kiempjes niet konden uitgroeien. Maar in het slootwater dreven met ze met honderdduizenden rond, tot ze bij daling van het peil of dooi van het ijs in het voorjaar bleven kleven aan de oevers. Daar nu kiemden de elzen met duizenden en vochten zich een weg omhoog, veilig voor zeis en ploeg. Ze groeiden uit tot hagen van elzen. Om redenen die we niet geheel kennen, kozen de Meuhoekers ervoor om de elzen te knotten.

En zo ontstond dit land van de duizenden knotelzen. De knotelzen, dienden in het verleden veelal als grensmarkering en afrastering van de weiden. De houtopbrengst door het knotten van de elzen werd gebruikt als brandhout. Het hout van de zwarte els heeft een grijswitte kleur en wordt spoedig na het zagen roodachtig bruin van kleur.  Het hout ontbrandt zeer gemakkelijk, waardoor de houtkachel snel op temperatuur is. De dunne twijgen waren ook geschikt als bundels voor stoken bij het broodbakken.

Elzenhout geeft in een korte tijd erg veel warmte af. Kortom, de zwarte els had een duidelijke gebruiksfunctie in de Meuhoek.

Omdat het gebruik hiervan in de laatste jaren is afgenomen dreigde het beheer in de knel te komen. StAM (Stichting Achterhoek weer Mooi) heeft in samenwerking met de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap en gemeente Bronckhorst geld bijeengebracht. Hierdoor is de aanplant en onderhoud voor 30 jaar veilig gesteld.

Informatiebord in bosgebied met tekst over Meuhoek en logo’s van lokale verenigingen.

De zwarte els kan op veel plaatsen groeien maar houdt het meest van vochtige grond, De boom bloeit in het voorjaar, met katjes die zeer veel stuifmeel produceren. Aan een els zitten aparte mannelijke en vrouwelijke bloemen. De els vormt wortelknolletjes. In symbiose met schimmels kan de els hiermee stikstof uit de lucht vastleggen. De bladeren verschijnen pas in mei, en vallen in het najaar af zonder herfstkleuren te krijgen. De meeste bomen trekken in de herfst het chlorofyl (bladgroen) en andere waardevolle voedingsstoffen terug uit de bladeren naar de stam en wortels om te overwinteren.

Doordat de els via de bacteriën makkelijk aan stikstof komt , blijven de voedingsstoffen in het blad zitten en vallen ze groen af. De vruchten, de elzenproppen, zijn houtig en ovaal. Ze blijven vaak de hele winter nog aan de boom zitten.

Via de Stuifveenweg passeren we een klein bosje op stuifzand. Vervolgens lopen via de Aaltenseweg, een oude handelsverbinding (Hessenweg) van het Munsterland met een vertakking naar Hengelo, Zutphen en achterliggende steden en een andere tak via Halle, Zelhem, Hummelo en Doesburg, richting het dorp Halle. Aan de rechterkant zien we een jonge ontginning uit begin van de vorige eeuw terwijl we in de verte de Halserug zien opdoemen. De Halserug is een grote en bijzonder rechte dekzandrug van 16 km lang, ontstaan als een langgerekt windduin tijdens het einde van de laatste ijstijd (het Laat-Glaciaal, ongeveer 14.500-11.700 jaar geleden). De rug steekt ongeveer 3 meter boven de omgeving uit en is daarmee goed zichtbaar in het landschap. De hoogte van de dekzandrug is verder versterkt door ophoging met een plaggendek vooral na de middeleeuwen.

Via de Landweerweg en Dorpsstraat komen we weer terug op de startplek en kijken tevreden terug op deze wandeling.

Deel deze pagina