Tiny Forest
Natuur in de Buurt
donderdag27aug2020

Bouke en Marit leggen Tiny Forest aan

Een half uurtje voordat de inschrijving sloot, besloot Marit van der Pol zich toch aan te melden. “Van diverse kanten hadden mensen ons al getipt over de Tiny Forests van het IVN.” Ze was een van de 155 particulieren die zich aanmeldden om een minibos aan te leggen in de eigen achtertuin en ze hoorde uiteindelijk bij de twintig geselecteerden.

Alleen inheemse soorten

Met partner Bouke Elsinga en zoontje Naut woont Marit pas een jaar aan de Ulesprong. “Er is nog veel achterstallig onderhoud aan huis en erf, dus twijfelde ik wel om mee te doen. Maar het is een mooie kans en we zeiden: als we het worden dan zetten we de schouders er ook onder.” Het overviel hun wel een beetje dat ze zijn uitgekozen. “We moeten nog een plek zoeken voor het bos.” Ruimte is er genoeg, de kavel is bijna achtduizend vierkante meter. Voorwaarde voor aanleg van het Tiny Forest is dat er minimaal beschikking is over de afmetingen van een tennisbaan. Welke bomen en struiken ze gaan planten, is voor Marit en Bouke een uitgemaakte zaak. “Alleen inheemse soorten. IVN ondersteunt ons hierbij, zij hebben een handboek gemaakt en er zijn twee cursusdagen.”

Thuisonderwijs

IVN Natuureducatie wil ons land klimaatbestendiger maken met de aanplant van Tiny Forests. Wat Marit betreft dient het bos ook nog een ander doel. “We geven onze zoon thuisonderwijs. De natuur, het buiten zijn en vrij spel sluiten mooi aan bij de aanleg van het bos. We hebben een groepje met ouders uit de regio die ook thuisonderwijs geven. Samen kunnen we nu een project doen, zoals kijken naar inheemse bomen en struiken, zo’n bos planten en namaken.”

Subsidies en crowdfunding

De aanleg van een Tiny Forest is een grote investering. “We krijgen van IVN € 750 subsidie en ze zeiden dat je zelf nog minstens zo’n bedrag moet inleggen. Maar als je kijkt naar de bomen en struiken die je moet aanschaffen en de grond die je klaar moet maken voor de aanplant, dan denk ik dat het wel meer wordt. We kijken nu of daar subsidies voor zijn of dat mensen een boom willen sponsoren. Ook een idee is om tulpen te planten en die dan aan de weg te verkopen. Dat is dan weer leuk voor het thuisonderwijs: leren rekenen en verkopen.” Uiterlijk eind maart moeten alle bomen en struiken geplant zijn. IVN stelt als voorwaarde dat het bos minimaal tien jaar de tijd krijgt om te ontwikkelen. “We moeten de eerste jaren ook vlinders, bijen en vogels tellen.”

Voor altijd plek

Jarenlang waren Marit en Bouke Friezen om útens. Marit groeide op in Heerenveen, Bouke in Jubbega. “Door studie en werk woonden we vijftien jaar in Utrecht. Nu zijn we eindelijk terug. Dit is onze ‘voor altijd plek’.”

Dit artikel verscheen in Sa!
Foto: Sietse de Boer 
Redacteur: Renske Woudstra