Een bord met "DOMINEESPAD" bij een grasveld, met een groep mensen en een boerderij op de achtergrond. Bomen en struiken

Wandeling Landgoed Enghuizen 12 april jl.

De Oude IJsselstreek 4 mei 2026

We zijn met 4 gidsen, Peter, Tonnie, Wim en ondergetekende, er melden zich zo’n 23 wandelaars, waaronder ook twee jongeren.

Na een korte introductie door Peter komt als verrassing een verlate Paashaas eitjes uitdelen, een leuke geste van bezoekers aan het belendende café.

We wandelen in twee groepen, Tonnie en Wim en Peter en ik nemen elk zo’n 10 mensen onder onze hoede. Peter en ik lopen de route met de klok mee en met uitzicht over de weilanden richting het verdwenen landhuis vertellen we over de ontstaansgeschiedenis.

 

 

Het landgoed is voor het eerst genoemd in het jaar 1326.

Evert van Eghusen was leenman van dit toen nog Zutphens ‘Zadelleen’. Dit wil zeggen dat de bezitter, de leenman, jaarlijks een gezadeld paard moest schenken aan de leenheer, de graaf of hertog van Gelre.

 

In de verte zien we de bruine en gewone beuken in blad komen, het nog frisse loof tooit mooie kleurschakeringen. Daar aan de rand van het bos stond tot 1945 het laatste kasteel, of liever gezegd, een enorm landhuis in Italiaanse Palazzo stijl (zie foto). Het gebouw beleefde een turbulente Tweede Wereldoorlog en is aan het einde ervan door brand verwoest. De overblijfselen zijn gesloopt en opgeruimd. Hoewel een goed waarnemer nog enkele bemoste brokstukken kan ontwaren in het bos.

Lente verschijnselen iss het thema deze middag, we zien al snel enkele paddenstoelen 😉 tonder- of tondelzwammen, groeiend op een dode beuk. Mooi te zien hoe zo’n zwam zich aanpast aan de stand van de stam waarop deze groeit. Liggend of staand, de sporen bevinden zich aan de onderzijde.

In de berm veelal speenkruid en bosviooltjes, de hier massaal voorkomende sneeuwklokjes zijn door het warme voorjaar al uitgebloeid. We wijzen ook op de aronskelk.

Verderop staan we stil bij een oude Taxus of Venijnboom. Een tweehuizige coniferensoort met giftige zaden. Ook het loof is giftig. Taxushout is buigzaam en geschikt voor handbogen en werd in het verleden ook veelal als zodanig toegepast. Toxon Is een Oudgrieks woord voor boog.

We lopen langs een water dat wordt gevormd door de Weppel en de Hummelose beek. Aan de overkant op een soort schiereiland stond ooit het oudste kasteel. Ernaast bevindt zich ook nu nog het Jagershuis. Een mooi vormgegeven brug geeft toegang.

Links van de weg is recent de beeldbepalende oude paardenkastanje geveld. Door ouderdom te onveilig bevonden. Een oude overhangende tak die zelf wortelde kon worden gespaard en vormt nu een zelfstandige boom.

Daarachter in de bosrand bevindt zich een ongeveer net zo oude Ginkgo. Naar verluid zijn de oudste bomen geplant rond 1830 toen het landgoed z’n huidige vorm kreeg.

We lopen langs het koetshuis en bespreken daar de plataan, een echte tulpenboom, de Liriodendron en verderop de Anna-Paulowna boom. Exotische bomen waren destijds pronkstukken van de adel.

Links zien we een oude tuinmuur die de omheining van de tuin rondom de Oranjerie vormt.

De oranjerie is het huidige woonhuis van landgoed eigenaar graaf van Rechteren Limpurg

We zien nu de lange beukenlaan, maar daarvoor staan links in de berm oude Kaukasische vleugelnoten.

Op die plek kijken we ook even om naar het Jagershuis alwaar zich ook de duiventil bevindt.

Duiven houden was een exclusief, een zogenaamd ‘heerlijk recht’ van de adel. De mest van de duiven is waardevol en de duiven dienden als voedsel in slechte tijden.

Het voedsel van deze duiven was veelal de zaden op de akkers van de pachtboeren. Die pachtboeren mochten niets ondernemen om dit te voorkomen! Tsja, feodale tijden.

Overigens zijn de toenmalige pachtboerderijen ook nu nog herkenbaar aan de luiken waarop rood met gele zandlopers geschilderd zijn.

We maken even wat tempo door de beukenlaan en wijzen aan het einde ervan op de niet toegankelijke oude zichtlaan, onderdeel van het oorspronkelijke park ontwerp.
We vervolgen de route die aan de rand van het landgoed langs de weilanden loopt. In het voorjaar bloeit hier het sneeuwklokje massaal.
In de loop behandelen we nog enkele planten, bomen en oude landschapselementen waaronder deels vervallen, maar pittoreske bruggetjes.

Einde van het pad rechtsaf en dan is er links de oude paardenkolk, verderop staat de pastorie, we lopen langs de achterzijde onder de tulpenbomen door. We wijzen op het blad dat omgekeerd op een tulp lijkt. Ook de bloemen die later in mei, juni verschijnen kun je met tulpen vergelijken.

Opmerkelijk, aan de voorzijde van de pastorie is niet alles wat het lijkt, enkele raamkozijnen zijn niet echt, maar op de muur geschilderd. Een historische belasting in de 18e en 19e eeuw was de ‘vensterbelasting’ waarbij de aanslag afhing van het aantal ramen en deuren in een huis.

Geschilderde ramen dus om de aanslag te verlagen en het huis toch aanzien en symmetrie mee te geven.

Tenslotte wandelen we over het Domineespaadje  (de route die de dominee volgde van de pastorie naar de kerk in Hummelo) en terug in Hummelo nemen we afscheid van een enthousiaste groep wandelaars.

30 april 2026

Hans Radstake

Deel deze pagina