Planten uit Vlindertuin Waalre

De siertuin in de Vlindertuin staat vol met bloeiende planten waar insecten blij van worden. De bloemen hebben volop stuifmeel en/of nectar. Hier vinden bijen, hommels en vlinders genoeg te eten.
In je eigen tuin zullen die planten er ook voor zorgen dat er meer insecten op bezoek komen. Let wel op waar je de plant neerzet. In ieder geval een deel van de dag in de zon: vooral vlinders houden hier van.

De planten die we in de Vlindertuin hebben opgepot, breiden zich makkelijk uit. Je begint met één plant en na een paar jaar kunnen er tientallen staan.
Wil je meer weten over de Vlindertuinplanten, klik dan op één van onderstaande namen:
Agrimonie
Beemdkroon
Bosaardbei
Judaspenning
Look-zonder-look
Majoraan
Ooievaarsbek
Prikneus
Teunisbloem
Zeepkruid

Agrimonie

Deze plant kan ongeveer 1 meter hoog worden. Het is een vaste plant. Hij kan goed tegen droogte en houdt van een beetje schaduw.
De plant bloeit in de zomer. De bloemen zijn geel en zitten in een lange aar. De vruchtjes zijn stekelig en blijven heel makkelijk aan de vacht van dieren of kleding hangen. Zo verspreidt de plant zich in de omgeving.

Voor hommels en bijen

Als de plant bloeit, trekt hij hommels en bijen aan. Agrimonie is ook een waardplant voor de aardbeivlinder.

Beemdkroon

Deze plant kan wel 1 meter hoog worden. Het is een vaste plant. Hij kan goed tegen droogte en staat graag in de zon.
Beemdkroon bloeit lang, vanaf mei tot aan het einde van de zomer. De bloemen kunnen allerlei lila en paarse tinten hebben. De zaden verspreiden zich makkelijk. De wortelrozetten vind je in de omgeving terug. Je kunt ze makkelijk uitsteken en op een nieuwe plek neerzetten.

Voor allerlei insecten

Vlinders, bijen, hommels en zweefvliegen komen op de bloemen af.

Bosaardbei

Deze bodembedekker wordt niet hoger dan 10 cm. Het is een vaste plant die niet te droog wil staan. Halfschaduw is de beste plek.
Bosaardbei bloeit in het voorjaar met witte bloemen. De plant maakt uitlopers waaraan nieuwe plantjes zitten. Deze wortelen makkelijk.

Voor bijen en hommels

Honingbijen en ook wilde bijen komen graag op bezoek, net als hommels.

Judaspenning

De vaste judaspenning wordt ongeveer 30 cm hoog. Het is een vaste plant die van halfschaduw houdt en niet te droge grond.
Hij bloeit aan het einde van het voorjaar. De bloemen zijn lichtlila. De vruchten zijn de ‘penningen’ waar je de zaden in ziet zitten. Door te zaaien krijg je steeds meer judaspenningen.

Voor bijen en vlinders

Bijen en vlinders komen langs bij de bloemen. De judaspenning is een waardplant voor het oranjetipje.

Look-zonder-look

Deze plant wordt meestal ongeveer 50 cm hoog. Het is een tweejarige plant die aardig tegen droogte kan. Hij houdt van halfschaduw.
Look-zonder-look bloeit met witte bloemetjes aan het einde van het voorjaar. Als je een blaadje tussen je vingers fijnwrijft, ruik je uiengeur. ‘Look’ dus, maar hij hoort niet bij de uienfamilie (‘zonder look’). Uit de zaden groeien makkelijk nieuwe planten.

Voor bijen en vlinders

Vooral bijen – ook wilde – komen langs bij de bloemen. Look-zonder-look is een waardplant voor het oranjetipje.

Majoraan

Deze vaste plant wordt maximaal 70 cm hoog. Hij houdt van een zonnig plekje en kan tegen droogte.
De paars-roze bloemen zijn bijna de hele zomer te zien. Onder de grond zitten wortelstokken waarop in de buurt nieuwe planten uitlopen. Maar nieuwe plantjes groeien ook makkelijk uit zaad.

Voor vlinders, hommels en bijen

Majoraan (of wilde marjolein) is een eersteklas insectentrekker. Vlinders, hommels en bijen zijn dol op de nectar uit de bloemen.

Ooievaarsbek

Deze bodembedekker wordt maximaal 30 cm hoog, afhankelijk van de soort. Sommige soorten houden van halfschaduw, er zijn er ook die meer schaduw verdragen. Van heel droge grond houden ze niet. De wortelstokken kruipen over de grond en zorgen voor steeds meer planten.
Geranium-soorten kunnen allerlei kleuren bloemen hebben. In de Vlindertuin hebben we hardroze en zachtroze bloemen. Ze bloeien in het voorjaar.

Voor hommels en bijen

De bloemen zijn vooral aantrekkelijk voor bijen en hommels.

Prikneus

Deze plant wordt ongeveer 50-60 cm hoog. De bladrozetten gaan enkele jaren mee. Hij heeft graag een zonnige plek en kan goed tegen droogte. Uit zaad groeien makkelijk nieuwe planten.
De bloemen zijn hardroze en zijn in de eerste helft van de zomer te zien.

Voor vlinders en bijen

Bijen vliegen graag op de bloemen. Het grijzige blad is behaard. Sommige soorten wilde bijen gebruiken deze haren als nestmateriaal. Ook veel vlindersoorten drinken nectar bij de prikneus.

Teunisbloem

Deze tweejarige plant wordt meer dan 1 meter hoog. In het eerste jaar groeit er alleen een bladrozet. In het tweede jaar komt de lange bloeistengel tevoorschijn. Op een zonnige en droge plek doet de plant het goed. Uit zaad komen gemakkelijk nieuwe bladrozetten op.
De bloemen zijn geel. Ze zitten aan de plant van het begin van de zomer tot in de herfst. Elke bloem is maar één dag open. Het openen gebeurt ‘s avonds. In de loop van de volgende dag verwelkt de bloem.

Voor nachtvlinders

De bloem is ‘s nachts open en is dan door de lichte kleur goed te zien. Allerlei insecten die in de nacht actief zijn, komen eropaf. Bijvoorbeeld nachtvlindersoorten. Voor de teunisbloempijlstaart (een nachtvlinder) is teunisbloem een belangrijke waardplant.

Zeepkruid

Deze vaste plant wordt 40-70 cm hoog. De plant maakt ondergrondse uitlopers. Zo kan één plant in een paar jaar een flinke groep planten worden. De plant houdt van zon en doet het ook goed op droge grond.
De bloemen zijn lichtroze. Ze zijn te zien in de nazomer.

Voor vlinders en hommels

De nectar zit diep in de bloem. Alleen als een insect een lange tong heeft, kan hij bij de nectar komen. Daarom is de plant vooral favoriet bij dag- en nachtvlinders. Hommels hebben een trucje. Zij bijten van buitenaf een gaatje onder in de bloem en komen op die manier bij de nectar.