Valkenswaard-Waalre
Bloemen & Planten
donderdag12nov2015

Winterviolen

Het is nu tijd om Winterviolen te planten in tuin en bloembak. De Gemeentelijke Plantsoenendienst weet er van en heeft prachtige bakken en perken geschapen. Een lust voor het oog en een goede winterbestendige versiering van anders zo kille en saaie straten en pleinen.

Winterviooltjes IVN Valkenswaard-Waalre
Winterviooltjes

Nu zijn er dus violen die de winter kunnen overleven terwijl er toch nog bloemen in zitten die, als het weer niet al te koud is, zich in volle glorie willen laten bewonderen. Voor het menselijk oog is dat wel heel aantrekkelijk maar in feite is het een onnatuurlijk beeld. Van nature zijn violen en ook bijna alle andere planten in onze streken niet genegen om dan bloemen te produceren. Het zou ook nutteloos zijn want de bloem is toch bedoeld als een orgaan om de voortplanting van de plant te verzorgen. De wintertijd is daarvoor uitermate ongeschikt. Maar mensen willen meer. De leefomgeving moet er aangenaam uitzien. Daarvoor zijn kwekers aan de gang gegaan om soorten te kweken die winterhard zijn en zelfs winterbloeiend. De viool is daar een goed voorbeeld van. Er zijn nu bijna ontelbare varianten ontstaan die aan die wensen min of meer voldoen. We zetten de natuur naar onze wil.

Het is niet zo eenvoudig om na te gaan waar de viooltjes van afstammen, die nu in een bijna oneindige variatie worden aangeboden om van te genieten. De natuur biedt ons daarvoor slechts een vrij beperkte keuze.

Er zijn twee groepen viooltjes te onderscheiden: Meerkleurige (Melanium) en Blauwe (Viola).
- De Meerkleurige zijn éénjarig of overblijvend en hebben eivormig iets gekarteld blad met lange bladstelen. Hogerop zijn de bladeren smaller en hebben een meer wigvormige voet. Ze zijn aan de bloemsteelvoet voorzien van twee spitse steunblaadjes. “Driekleurig-, Akker-, Zink- en Duinviooltjes”.
- De Blauwe zijn overblijvend en voorzien van wortelstokken. Hier zijn niervormige donkergroene bladeren met diepe hartvormige voet naar de vrij lange stengel toe. Ze hebben een licht gekartelde rand en een stompe top en groeien vanuit een wortelrozet, behalve bij de Melk- en Hondsviooltjes (resp. lepel- en schoppenvormig blad). “Maarts-, Bos-, Moeras-, Melk-, Honds-, Ruig- en Zandviooltjes”.

De aantrekkelijke bloemen van Viooltjes zijn tweeslachtig en hebben een tweezijdig symmetrische bouw. Ze hangen afzonderlijk aan lange stelen die vanuit de bladoksels ontspringen en aan de top ombuigen. Van de vijf vrije kroonbladen draagt het onderste een buisvormig spoor met nectar. Ziedaar het oorspronkelijke arsenaal waar de kweekvormen uit voortgekomen kunnen zijn. Het veel voorkomend en natuurlijk verschijnsel van de bastaardering heeft hier in het verleden de weg geopend voor de kwekers tot het verkrijgen van mengvormen die winterhard bleken te zijn. Ook zijn de kleurencombinaties hieruit voortgekomen met het gevolg dat we nu ook in barre wintertijden toch nog van die opwekkende lachende gezichtjes met hun centrale denkfrons in perken en bloembakken kunnen genieten.

Jan van Twisk, Waalre 12-11-2015

Kijk hier voor meer foto's.

Meer natuurweetjes