Valkenswaard-Waalre
Vogels
zaterdag15sep2018

Vogels dichtbij: Torenvalk

(Falco tinnunculus)

Deze keer is in de rubriek 'Vogels dichtbij' gekozen voor de Torenvalk. Een roofvogel die in onze omgeving heel regelmatig gehoord en gezien wordt. Met name in open gebieden. De Latijnse benaming kun je vertalen met: Schelklinkende Valk.

35 cm lang, waarvan de staart tot 18 cm is. Spanwijdte gemiddeld 76 cm. Gewicht van 200 (man) – 230 (vrouw) gram. Het volwassen mannetje heeft een licht blauwgrijze kop. De rug is roodbruin met kleine donkere vlekken. De staart is ook licht blauwgrijs met maar één, brede, zwarte eindband. De onderzijde is geelachtig met kleine donkere vlekken. Bij vrouwtjes zijn kop, rug en staart roestbruin met donkere vlekken en is er een bandering in de gehele staart. De onderzijde is ook sterker gevlekt dan bij een mannetje.
Kenmerkend zijn de lange spitse vleugels voor hoge snelheid en wendbaarheid. Ze jagen doorgaans in rustige vlucht of biddend, daarbij speurend, vooral naar Woelmuizen, hun hoofdvoedsel. Het bidden met gespreide staart gebeurt met name bij rustig weer met weinig of geen wind, bij sterkere tegenwind vliegt hij met gelijke snelheid als de tegenwind en hangt zo in de lucht en spreidt hij de staart vrijwel niet. Immers een gespreide staart vangt te veel wind en drijft hem weg. Deze jachttechniek kost veel energie, vooral bij weinig wind, maar is wel succesvol. Een van z’n bijnamen, Klamper, verwijst naar dit bidden (klamperen). Zie foto.
In de winter jagen ze vaak vanaf een hoge zitplaats ter besparing van energie en omdat ze in de winter minder behoefte hebben aan voedsel. Vanaf zo’n zitplaats vangen ze alles wat maar eetbaar is, ook insecten.
De jacht vanaf een zitplaats is echter veel minder succesvol dan vliegend of biddend. Een jachtgebied varieert van 1-10 vierkante km. Voor het overige is hij niet kieskeurig.

De torenvalk komt in heel Europa voor, behalve op IJsland en is schaars in de noordelijke streken. In 2011 waren er in Nederland ca. 5200 broedparen (van Dijk). Ze lijken in de afgelopen decennia gering in aantal te zijn teruggelopen. In de balts- en broedtijd zijn ze luidruchtig. Ook de bedelroep van de jongen is goed hoorbaar. Na de broedtijd komt het voor dat Torenvalken in familieverband jagen om hun jongen de jachttechniek aan te leren.

torenvalk biddend en op de grondTorenvalk, links biddend, rechts man na missen prooi

Hij overnacht en broedt, midden in de stad op hoge gebouwen, in holtes in steile wanden van bergen, op vrijstaande hoge bomen aan bosranden, in oude kraai- of eksternesten en in nestkasten op minimaal 5 m hoogte. Zoals b.v. in Dommelen bij nieuwbouwwijk de Lage Heide. Het mannetje verdedigt vóór en tijdens het broedseizoen de directe omgeving van het nest.
Torenvalken zijn deels stand- en deels zwerf- of trekvogel. Ze blijven dus soms rond hun broedplaats, trekken soms in september/oktober naar Zuid-Europa, Noord- of West-Afrika, om daar te overwinteren.
Dus blijf naar ze uitkijken en luisteren, het is zéér de moeite waard.

Bronnen

  • ANWB Vogelgids van Europa. Zesde druk 2016, pag. 116-117
  • Roofvogels van Europa. Mebs en Schmidt. Geheel vernieuwde uitgave, augustus 2017, pag. 335-342
  • De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis. 1995. Pag. 73, 77-78
  • Andrew Village;The Kestrel, T & AD Poyser, 1990
  • Glutz von Blotzheim e.a.: Handbuch der Vögel Mitteleuropa's, Band 4, 1971

Foto’s: Maarten-Jan van den Braak

Meer Vogels dichtbij