Valkenswaard-Waalre
Vogels
dinsdag30apr2019

Vogels dichtbij: Kleine bonte specht

Dendrocopos minor = Dryobates minor = Picoides minor (Linnaeus 1758)

De Kleine Bonte Specht is niet de opvallendste, maar komt wel algemeen voor in Nederland. De wetenschappelijke naam is samengesteld uit Dendro wat boom betekent en Kopos wat kloppen aan betekent. Behoort tot de klasse der Spechten. En Minor betekent kleine. In Nederland wordt hij, net als de Grote Bonte Specht, ook wel Steenspecht genoemd.

De Kleine Bonte Specht is niet alleen de kleinste van de drie Bonte Spechten, maar ook van alle Europese Spechten. Zijn lengte is 14-16,5 cm met een spanwijdte van 24-29 cm en een gewicht van 19-26 gram. Vergelijkbaar, in grootte, met een Huismus. Een Spechtje met een kort, plomp lichaam. Een ronde kop en korte spitse snavel. De snavel is loodgrijs met een zwartachtige rand en blauwachtig witte snavelbasis. Poten hoorn- tot olijfgrijs. Ogen: Iris bij juveniel (licht) bruingrijs. Volwassen roodachtig bruin. De bovenzijde heeft een zwart-witte bandering op de vleugels en rug. Een zwarte streep op de zijkop, die niet tot de kruin reikt, maar onderbroken is door wit. Flanken doorgaans zwak gestreept, het mannetje heeft een rode kruin met zwarte randen. Het vrouwtje heeft geen rood in het verenkleed en een kleine, met zwart omzoomde vuilbruin-witte kruinvlek. Anders dan bij de Grote- en Middelste Bonte Specht heeft hij geen rode “broek”.

kenmerken en verspreiding kleine bonte spechtLinks: kenmerken van de kleine bonte specht; rechts: broeddichtheid, 2013-2015, in Nederland

Geluid: Kiek-roep, kort en scherp, meestal zwakker dan de Grote Bonte Specht. Bakent zijn territorium af met zang en roffel. Zang: hoge en snelle serie van 8-15 tonen kie, kie, kie. Aan het einde soms wat trager. Maar anders dan bij de Draaihals niet eindigend in een klaagzang klank. Hij roffelt vrij zwak, meer ratelend dan snorrend, met constant tempo, vaak 1,2-1,8 sec lang. Geeft vaak 2 roffels achtereen met uiterst korte pauze. Buiten het broedseizoen valt hij nauwelijks op. Hij roept dan nagenoeg niet en is ook nog eens moeilijk te observeren vanwege zijn kleine formaat en omdat hij zich vooral hoog in de bomen schuilhoudt. Je kunt hem daarom het beste in maart/april spotten. Vlucht: diep golvend.

Hij komt wijdverbreid in Europa voor, vooral als standvogel. In de winter zie je wel trekkende juveniele vogels die, al dan niet samen met Mezen, op zoek zijn naar voedsel en een nieuw territorium. In Nederland is het aantal broedparen in 2013-2015, 5000-6500 en in de winter 15.000-20.000 vogels (Sovon Vogelatlas). De aantallen zijn in de afgelopen eeuw, in Nederland, verdrievoudigd. De in het Noorden en Oosten van Europa levende Kleine Bonte Spechten trekken daar in de winter weg. Dit in verband met koude en voedselschaarste. Ze trekken voornamelijk in zuidelijke richting. Dit gebeurt wisselend, weersafhankelijk, per jaar maar eigenlijk altijd samen met Grote Bonte Spechten. De Kleine Bonte Specht blijft dan in aantal wel ver achter bij de Grote Bonte Specht. In de uitzonderlijk strenge winter van 1962/63 zelfs tot diep in Duitsland en waren er 2 meldingen in Nederland.

man en vrouw kleine bonte spechtLinks: mannetje; rechts: vrouwtje op zoek naar voedsel

Biotoop: Bij ons bewoont hij vooral loof- en gemengde bossen met een flinke component zachthoutsoorten als Berk, Wilg, Els en Populier met daarin dode of stervende bomen.
Het feit dat de kleine specht tijdens het broedseizoen circa 70% van het voedsel uit een cirkel van 50 m rond de broedplaats haalt, maakt duidelijk dat er een duidelijk verband is met locaties met een kwalitatief goede bosbouw.

Het nest wordt gezamenlijk in 12-16 dagen in dood of rot hout uitgehakt en start begin april. De broedtijd duurt van april tot augustus. Anders dan de meeste andere spechten, vaak in de takken van een boom. Hij maakt een vlieggat met een diameter van 3 tot 3,5 centimeter op 10-20 meter hoogte. Daarna start het leggen van 4-6 eieren. Ongeveer elke dag komt er een ei bij. Het broeden duurt circa 3 weken. In de tijd dat ze in het nest zijn, worden de jongen 6 x per uur met o.a. bladluizen gevoed. Het duurt ongeveer 2 weken voordat ze uitvliegen. Jongen zoeken 8-14 dagen na het verlaten van het nest, zelf hun eigen voedsel. Na een jaar zijn ze geslachtsrijp en worden maximaal 6 jaar oud.
Het voedsel bestaat, op de winter na, uit in bomen levende larven en rupsen, bij jonge vogels ook veel bladluizen. In de winter nuttigen ze ook zaden, bijv. zonnepitten of vruchten.

Bij ons in de omgeving kun je ze op veel plekken vinden bijvoorbeeld in het Leenderbos, op de Malpie en bij de Visvijvers. Dus let goed op, het is zeker de moeite waard!

Bronnen

Meer Vogels dichtbij