Valkenswaard-Waalre
Vogels
maandag20sep2021

Vogels dichtbij: Boompieper

Tree Pipit, Anthus trivialis, (Linnaeus, 1758)

De betekenis van de wetenschappelijke naam Anthus trivialis is: geelachtige gewone vogel. Nederlandse volksnamen zijn onder andere: Zeilder, Parachutevogeltje en Heidepieper. Hij mag dan uiterlijk een weinig opvallende vogel zijn, qua zang en bijbehorend vlieggedrag is de Boompieper zeker bijzonder. In het voorjaar en zomer is hij als broedvogel volop aanwezig in onze regio. Wij nodigen je graag uit om kennis te maken met deze mooie soort.

Uiterlijke kenmerken

Met een lengte van 14,0-15,5 cm en een gewicht van 20-30 gram, nauwelijks ter grootte van een Mus of Witte Kwikstaart. Het is een slanke vogel, aan de bovenkant olijfbruin, diffuus gevlekt met een karakteristieke warme gelige tint aan de zijkanten van de nek, keel en borst. De rest van de onderzijde is crèmekleurig wit, contrasterend met de wat gelige borst. Op de borst en flanken donkerbruine lengtestrepen die op de flanken dunner worden dan op de borst. Een zwartachtige baardstreep aan de zijkanten van de keel die soms uitloopt tot een opvallende vlek. De snavelbasis is relatief breed en de basis van de ondersnavel is roze. De geelwitte oogring is aan de voorzijde onderbroken. De poten zijn roze, vleeskleurig. Aan de poten een weinig opvallende maar kenmerkende kort gekromde achter-teen, functioneel bij het zitten op takken.

In het veld kan de Boompieper qua uiterlijk gemakkelijk verward worden met de Graspieper. De Boompieper oogt, nauwelijks waarneembaar, iets robuuster dan de Graspieper. Het meest in het oog springende verschil zijn de lengtestrepen aan de flanken die bij de Boompieper smaller worden maar bij de Graspieper, ongeveer even dik blijven als op de borst.

Overzicht verschillen Boompieper/Graspieper:

Boompieper Graspieper
Lengtestrepen flanken dunner Lengtestrepen flanken even dik
Korte kromme achter-teen Lange rechte achter-teen
Oogring onderbroken Oogring gaaf/heel
Brede snavelbasis Normale snavelbasis
Ondersnavel roze Ondersnavel geel of donker

De laatste verschillen zijn met het blote oog nauwelijks waarneembaar. De verschillen zijn in onderstaande foto’s erg overzichtelijk uitgewerkt.

verschillen boompieper graspieperFoto 2. Verschillen tussen boompieper (links) en graspieper (rechts).

Vliegbeeld: een slanke pieper met een korte nek. Maakt een iets langgerektere indruk dan Graspieper. De snavel recht naar voren in het verlengde van de kop. De vleugels middelmatig van breedte, lopen aan het einde taps toe. Bovendelen olijfbruine toon. De lichte buik contrasteert met de donkere borst. De streping op de borst is fijner dan bij de Graspieper, zie hiervoor. Vliegt in vergelijking met Graspieper op trek vaker solitair. De vleugelslag is regelmatiger, de slagfase erg kort met een relatief lang interval tot er een nieuwe slag gemaakt wordt.

boompieper op zangpostFoto 3. Boompieper op zangpost.

Zang

De volledige zang bestaat uit trillers en reeksen van herhaalde noten samengesteld met een wisselend tempo. Vaak worden slechts kleine delen van die zang gebruikt. Elke mannelijke Boompieper heeft als het ware een repertoire aan verschillende ”liedjes”, zowel op de zitplaats als in de lucht. De zang in de lucht is veelal langgerekter. De zang en het bijbehorende vlieggedrag verschillen duidelijk van die van de Graspieper. De zang is, in het veld, een goede manier om te determineren. Link: zang Boompieper https://youtu.be/qkoU4ms5Dkc.

In de eerste dagen na aankomst in het broedgebied is de zangintensiteit nog laag of verdwijnt soms geheel, mogelijk omdat het nog doortrekkers zijn.
Een Boompieper begint de zang vaak zittend op een hoge post, vaak in een boom. Daarbij vliegt hij al zingend recht omhoog om daarna met stijve vleugels als een parachute te dalen. Aan het einde van de vlucht met afhangende poten, om op de grond, op dezelfde- of op een andere hoge plek, te landen. Zie afbeelding 1.
Deze vorm van zang vindt vooral plaats voordat de eieren gelegd zijn.
De Boompieper laat zich ook midden op de dag horen als andere vogels vaak stil zijn. Toch zingt hij vooral in de vroege morgen, minder aan het eind van de morgen. Daarna is er een duidelijke heropleving van zang in de late namiddag. Soms is er een toename in de zang de laatste dagen voordat de jongen vertrekken. Plotseling hervatten van de zangactiviteit kan gebeuren na het verlies van een legsel of kleine nestjongen.

zangvlucht en vliegpatroon boompieperLinks: Afb. 1. Zangvlucht Boompieper.
Rechts: Foto 4. Vliegpatroon Boompieper.

De trekroep is een schril en onzuiver-raspend, dalend pzie, zie sonogram 1.
Deze heeft een snellere modulatie dan de Siberische Boompieper en is meestal net wat lager van toonhoogte, zie sonogram 2. Bij de boompieper soms afgewisseld met de alarmroep suut.

sonogram boompieper en siberische boompieperBoven: Sonogram 1. Boompieper.
Onder: Sonogram 2. Siberische Boompieper.

De trekroep van de Graspieper is duidelijk anders, een ijl, afgemeten siip, meestal twee of drie keer herhaald met behoorlijke variatie, zie sonogram 3.

sonogram graspieperSonogram 3. Graspieper.

Voorkomen

De Boompieper is een broedvogel in bijna heel Europa. Zie kaart 1. Als voorkeur een biotoop met een open of halfopen terrein met hoge zangpunten die een goed overzicht bieden. Solitaire of losstaande bomen en struiken en een goed ontwikkelde kruidlaag. Daarin vindt hij voedsel dicht bij huis in de broedperiode. In Nederland is dat vooral op de hoge zandgronden, op de heide en hoogveengebieden, in bossen met open structuur en in agrarisch cultuurlandschap met houtwallen, bomenrijen en bosjes. Graag aan de rand van moerassen, in binnenduinen, heidevelden of kaalslagen. In de bergen komt hij tot aan de bovenste boomgrens voor.

verspreidingskaart boompieper, en boompieperLinks: Kaart 1. Verspreidingskaart Boompieper (lichtgroen - zomer; donkergroen - overwinteren).
Rechts: Boompieper.

De voorjaarstrek is van eind maart tot en met mei, met een piek rond half april en begin mei. Waarna ze na aankomst meteen volop gaan zingen.
Na het broedseizoen gaan de vogels alweer snel terug vanaf juli tot en met oktober, met de piek rond eind augustus en begin september. Veel volwassen vogels blijven nadat het broeden en voeren is beëindigd nog weken in het broedgebied. Ze sluiten zich dan nog niet aan bij vogels die er door hun gebied trekken. Dit langer verblijven dient vooral om vetreserves op te bouwen voor de lange trektocht naar het zuiden. Ze trekken meest overdag, vaak in losse kleine groepjes. Boompiepers uit onze contreien trekken vrijwel uitsluitend via Spanje, Portugal, Malta en Italië over de Middellandse Zee naar Noord-Afrika (Mauritanië, Marokko, Algerije, Tunesië en Libië) om van daaruit door te vliegen. Ze overwinteren ten zuiden van de Sahara in Afrika.

Afgelopen najaar, 2020, werd op de trektelpost van de Patersgronden/Groote heide het overgrote deel van de 181 getelde Boompiepers gedurende die periode waargenomen.
Van 2011 tot en met 2020 werden er op de post totaal 596 geteld, gemiddeld 60 per jaar. Er is een tendens van toename in getelde Boompiepers.
In vergelijking: Graspiepers werden er van 2011-2020 15.144 geteld. Gemiddeld 1514 per jaar. Op de post worden zelden doortrekkende Boompiepers gezien nadat de Graspiepers beginnen met hun trek naar het Zuiden. De piek van de najaarstrek van Graspiepers is dus duidelijk later dan die van Boompiepers. Graspiepers overwinteren namelijk rondom de Middellandse Zee en in Noord-Afrika. Ze trekken niet over de Sahara. In diagram 1 en 2 is deze trend in zowel voor- als najaarstrek van de Boom- en Graspieper ook te zien.

trektijden boompiepertrektijden graspieperBoven: Diagram 1. Trektijden Boompieper.
Onder: Diagram 2. Trektijden Graspieper.

Het merendeel van de Boompiepers komt het jaar erna terug naar de geboortegrond maar zeker een derde deel ook niet. Zij gaan naar een ander broedgebied.

boompieperBroedtijd

Seksuele volwassenheid ontstaat aan het begin van het eerste levensjaar, waarschijnlijk op zijn vroegst na ongeveer 9 maanden, maar dat is zeker niet bij alle individuen het geval. Ze hebben meestal een monogaam seizoens-huwelijk. Meer dan 50% verbindt zich het jaar erop met een nieuwe partner. In het vroege voorjaar, bij slecht weer, verblijven de vogels meestal individueel, in paren of kleine groepen buiten hun territorium op gunstige voedselgebieden. Het vrouwtje is bij aankomst moeilijk waar te nemen omdat zij dan vrijwel continu verscholen op de grond verblijft.
Boompiepers vertonen typisch baltsgedrag op de grond. Het mannetje landt in de buurt van het vrouwtje en zingt zachtjes met dichte snavel. De kop en de staart houdt hij schuin omhoog. Zie afbeelding 2.

balts en boompiepersLinks: Afb. 2. Balts van de Boompieper op de grond.
Rechts: Foto 7. Boompiepers.

Het nest wordt altijd op de grond gebouwd met een scherm naar boven gericht, dat wil zeggen onder een afdekking. Bijvoorbeeld onder graspollen, kleine struiken, varens, bramenstruweel, jonge boompjes of onder droog kreupelhout. Er is een duidelijke voorkeur voor gras boven heide. Boompiepers aan de rand van het bos bij heidevelden, broeden dus vrijwel zeker in het gras aan de rand van het bos en niet op de heide. De lengte en breedte van een nest is ongeveer 10-11 cm de hoogte ± 6 cm.

De buitenkant wordt gemaakt van gras en andere stevige natuurlijke materialen. De binnenzijde bekleed met zachtere en kleinere soorten gras, zelden dierenharen. Het eerste nest wordt nooit hergebruikt. Een tweede nest wordt op 20-50 meter van het eerste nest in hetzelfde territorium gebouwd. Het vrouwtje zoekt de nestplaats uit en bouwt het gehele nest terwijl het mannetje haar begeleidt maar van de nestplaats verdreven wordt als hij te dichtbij komt. Na 4-6 dagen is het nest klaar en het duurt dan nog 1-3 dagen voordat het 1e ei gelegd wordt. Er worden in totaal, meestal 5, gladde ovale eieren gelegd. Zelden 4 of 6. Bij hoge uitzondering 7. De kleur en tekening zijn zo gevarieerd dat de eieren nauwelijks te karakteriseren zijn. Basiskleur grijs, blauw, violet, groen, roestbruin, bruin of roze. Meestal met stippen.
Broedperiode: de eieren worden ongeveer 25 dagen na aankomst van de eerste mannetjes gelegd. De gemiddelde temperatuur moet dan wel 2-5 dagen boven 10 °C zijn. Het broeden duurt ongeveer 14 dagen. De jongen uit het 1e nest zijn dan ongeveer half juni zelfstandig. In onze regio vindt vaak een 2e nest poging plaats. Per paar per jaar worden ongeveer 3,6 jongen voortgebracht Het aantal broedparen wordt op 50.000-80.000 geschat. Een deel van het niet lukken van een broedsel is te wijten aan koekoekseieren die bij Boompiepers in het nest gelegd worden, maar ook aan predatoren en parasieten.

In delen van Nederland is hij verdwenen, zoals in Zeeland. In ander gebieden vond uitbreiding plaats, bijvoorbeeld in Oost-Groningen en bij het Lauwersmeer. In Nederland vond in de periode 1984-2015 ongeveer een verdubbeling van het aantal broedparen plaats. Zie ook kaart 2. Dit in contrast met onze buurlanden, waar een tegengestelde tendens was. Waarschijnlijk is de verandering in het soort bos, het slechten van opgaand geboomte en de verdichting van de kruid- en struiklaag, mogelijk door stikstofdepositie, de oorzaak. In de winter zijn er geen Boompiepers in Nederland.

broedzekerheid en boompieperLinks: Kaart 2. Broedzekerheid Boompieper 2013-2015.
Rechts: Boompieper.

Voeding

Het voedsel bestaat vooral uit kleine insecten met overwegend zachte huid. Denk daarbij aan larven, volwassen vlinders, langpootmuggen, snipvliegen, muggen en sprinkhanen, maar ook kevers, wantsen, bladluizen, krekels, sluipwespen, mieren, kokerjuffers, spinnen en hooiwagens. Soms kleine slakken. Het beschikbare voer bepaalt hoofdzakelijk de samenstelling ervan. De insecten worden vooral op de grond gezocht in gebieden met korte of schaarse begroeiing, maar ook in bomen en minder vaak in hoger struikgewas. Boompiepers zijn erg handig bij het zoeken van insecten in bomen. Ze bewegen meestal geleidelijk van binnen naar buiten. Ze komen vaak tot aan de buitenste dunne takken. Als de prooi op deze manier wordt bereikt, probeert de vogel hem te vangen door te springen via een fladderende vlucht. Vocht wordt meestal genuttigd via dauwdruppels, maar ook door de snavel in stilstaand water te dompelen en dan de kop met open snavel op te tillen.

Ze voeren hun jongen bijna uitsluitend met rupsen van de groene eikenmot en snuitkevers. Afhankelijk van de voedselvoorziening wordt het meeste voedsel in een klein gebied rondom het nest gezocht. Te dichtbij komende buren worden door beide partners gedurende de hele broedperiode uit hun territorium verdreven. In het veld zie je Boompiepers dan ook vaak andere soortgenoten achtervolgen.
De Boompieper is dus overwegend een insecteneter, maar eet in de herfst ook vruchten, zoals vlier- en bosbes en zaden van berk, spar en den.

In onze omgeving kun je de soort aantreffen in onder andere de Malpie, het Leenderbos, op de Groote heide, de Keersopperbeemden en in de bossen bij Valkenhorst.

Dus kijk en luister goed, het is zeker de moeite waard!

Maarten-Jan van den Braak, IVN Valkenswaard-Waalre
mj.vandenbraak58@gmail.com

Met dank aan Frank Neijts, Wil de Veer, Esther van Daal, Greet Theunissen, Toon ter Huurne, en Wim Deeben voor de relevante feedback, toevoegingen en/of foto’s.

Bronnen

Artikelen, boeken en sites

  • Alle vogels van Europa, F. Jiguet en A. Audevard, 1e druk 2016 pag. 274.
  • ANWB Vogelgids van Europa, Lars Svensson, 6e druk 2016, pag. 266–267.
  • Handbook of Western Palearctic Birds, Shirihai & Svensson, reprint 2019, volume 1, pag. 149-151 en 154-155.
  • Handbuch der Vögel Mitteleuropas Band 10/2, Urs N Glutz von Blotzheim en Kurt M Bauer pag. 576-609.
  • Site van de vogelbescherming, www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/boompieper.
  • SOVON Vogelatlas, 2018 Kosmos Uitgeverij, pag. 540-541.
  • SOVON Vogelatlas www.vogelatlas.nl/atlas/soorten/soort/10090.
  • Veldgids vogelzang, KNNV Uitgeverij, 1e druk 2017, pag. 241.
  • Veldgids vogeltrek, KNNV Uitgeverij, 1e druk 2019, pag. 238-239.

Beeld en geluid

  • Foto 2, Verschillen Boompieper/Graspieper, Frank Neijts.
  • Foto 3 en 6: Wil de Veer.
  • Foto 5: Esther van Daal.
  • Foto 7: Greet Theunissen.
  • Kopfoto en foto 4 en 8: Maarten-Jan van den Braak.
  • Film zang Boompieper https://youtu.be/qkoU4ms5Dkc, Maarten-Jan van den Braak.
  • Sonogram 1, 2 en 3. Flight identification of European passerines and select landbirds, Tomasz Cofta, 2021 Princeton University Press, pag. 213, 215 en 221.
  • Afbeelding 1. Handbuch der Vögel Mitteleuropas, Urs N Glutz von Blotzheim en Kurt M Bauer, Band 10/2 pag. 600.
  • Afbeelding 2. Handbuch der Vögel Mitteleuropas, Urs N Glutz von Blotzheim en Kurt M Bauer, Band 10/2 pag. 601.
  • Diagram 1 en 2. Site Natuurstudiegroep Dijleland, http://www.natuurstudiegroepdijleland.be/trektelmodule-soortenfiches/.
     

Meer Vogels dichtbij