Valkenswaard-Waalre
Biodiversiteit
vrijdag16feb2018

Parallellen

Zo nu en dan wordt mijn belangstelling geprikkeld voor de flora aan de onderkant van de aardbol. Een familierelatie heeft mij dan een kwartaaltijdschrift Veld & Flora gezonden afkomstig van de Botanical Society of South Africa. Daarin zijn soms aantrekkelijke artikelen opgenomen die ook in onze streken goed gelezen en begrepen kunnen worden.

kukumakrankaHet verhaal over de Kukumakranka wekte deze keer onmiddellijk bij het lezen mijn interesse. Niet alleen vanwege de naam en de betekenis daarvan bij de afstammelingen van de oorspronkelijke Khoi als “goed vir my krank maag”. Maar ook vanwege de parallel met een aardige plantensoort in ons leefgebied. Het gaat hier namelijk om de Krokus die tot de Lissenfamilie behoort. Dat is ook een knolgewas.

De wetenschappelijke naam van het geslacht “Gethyllis”, waar de Kukumakranka toe behoort, is afkomstig van het Griekse woord “Gèthullis” waarmee in de Oudheid de “knoflookknol” werd aangeduid. De knoflook zelf wordt nu echter met de ui tot de bolgewassen gerekend en daarin tot het Alliumgeslacht in de Alliumfamilie (Lookachtigen). Het Gethyllis geslacht is daarnaast evenwel als bolgewas bij de familie van de Amaryllisachtigen ondergebracht.

Een bol bestaat uit nieuwe rokken uit ondergrondse bladeren op een bolschijf die door een verdikte stengel is gevormd. Nieuwe bollen ontstaan ondergronds uit knoppen op die schijf. Bij een knol ontstaan nieuwe knollen vanuit de stengel (stengelknol) of uit flinke wortels (wortelknol) die door verdikking voor nieuwe knollen zorgen. Vaak is het onderscheid moeilijk te zien. De Krokusknol is daar een moeilijk voorbeeld van vanwege het bol-uiterlijk.

krokus lucifers

Nu levert die Kukumakranka, die in de droge dorre streken aan de westzijde van Zuidelijk Afrika en de Karoo in vele vormen voorkomt, een zelfde beeld op als hier de vroege Krokus. Eerst verschijnt de kale bloemstengel met bloem om voor bevruchting te kunnen zorgen en verwelkt al na enkele dagen. Daarna komt het blad om de aanvulling van voedsel te verzorgen voor de vorming van nieuwe ondergrondse individuen die overwinteren. Beide soorten hebben smalle lijnvormige bladeren die bij de Zuidelijke dan ook nog gekruld zijn om extra zon te kunnen opvangen voor de fotosynthese. Bij beide sterft het blad af voordat het leefklimaat al te benard wordt.

Zo wordt die parallel nog voortgezet in de richting van het hele geslacht Amaryllis dat vaak hetzelfde verschijnsel vertoont van “eerst de bloem en dan het blad”.

Waar een tijdschriftartikel al niet toe kan leiden! Het trekken van Parallellen tussen zuid en noord en daardoor ook het naspeuren van het bol/knol probleem dat nog ingewikkelder blijkt te zijn dan het lijkt.

Jan van Twisk,
Waalre 16-2-2018

Meer natuurweetjes