Valkenswaard-Waalre
Natuur in de Buurt
vrijdag09apr2021

Forsythia

Het leven van de alom voorkomende Forsythia.

Tweezaadlobbig geslacht van struiken en bomen tot de Olijffamilie behorend. Samen in die familie met de bekende Wilde Liguster, Jasmijn, Es en Sering die in onze streken voorkomen. In totaal zijn er 24 Geslachten die samen met de Olijven de gelijknamige Familie vormen.

De hier alom aanwezige Forsythia intermedia is ook bekend onder de naam “Chinees Klokje” vanwege de oorspronkelijke herkomst uit Chinees gebied. Ook in andere werelddelen bestaan eigen leden van de Olijffamilie.
Van de “Forsythia intermedia” zijn vele varianten gekweekt en in de handel gebracht voor beplanting in park en tuin. Verwildering is er niet. Wel is er vegetatieve voortplanting door stekken en door tegenwoordige kweek methoden.
De naam Forsythia is ontleend aan de Schotse medeoprichter van de Horticultural Botanic Society genaamd William Forsyth (1737-1804). Botanicus en koninklijk hoofdtuinman.
De toevoeging van de soortnaam “intermedia” betekent zoveel als “tussenpersoon, tussenstadium” naar de latere kweekvorm en verder specifieke benaming.

Forsythia struikBladverliezende struik die enkele meters hoogte kan bereiken. Wat oudere takken zijn beigegrijs van kleur geworden met verspreid lichter gekleurde huidmondjes. Wordt echter meestal door geregelde snoei kunstmatig lager gehouden en ook vermeerderd. Haagvorming is mogelijk.
Vroege Naaktbloeier ver voordat het vaak tegenoverstaand langwerpige groene blad (tot 10 cm en meer) gevormd wordt. Een centrale lange nerf en een licht gegolfde gladde rand kenmerken het vrij smalle blad. Pas na de bloei komen de ontwikkeling van het blad en nieuwe takvorming op gang. De daarvoor bedoelde knoppen zijn klein en onopvallend. Voorafgaand aan de bladval is verkleuring naar geel en rood mogelijk. Het blad verteert gemakkelijk.
De bloei is het meest interessante en geliefde deel van de cyclus. Een heldergele trompetachtige bloem komt vanuit een kale spoelvormige langwerpige knop die pal op de tak zit. Vier gladde lange kroonbladeren zijn alleen aan de voet vergroeid om een trompetvorm te verkrijgen. Vandaar de naam “Klokje”. Vruchtbeginsel, stijl en meeldraden worden bij regen beschermd door het slap gaan hangen van de gele kroon. Er zijn enkele heel kleine steunblaadjes te zien. De latere droge doosvrucht kan enkele gevleugelde zaden bevatten.

Jan van Twisk,
Waalre, 28-3-2021

Meer foto's
Meer natuurweetjes