Biodiversiteit
Amfibieën en reptielen rond Meertjesven bedreigd
Verbossing bedreigt leefgebied amfibieën en reptielen rond Meertjesven (Cantaven) in Waalre
Veel amfibieënsoorten en reptielen gaan in aantal hard achteruit. De helft van de Nederlandse amfibieën staat op de Rode Lijst van bedreigde soorten. Verbossing langs de oevers van het Meertjesven (Cantaven) is één van de oorzaken die hun leefgebied bedreigt. IVN Natuurwerkgroep Waalre start in de wintermaanden met het onderhoud van de oevers van het bosven om leefomstandigheden van amfibieën, reptielen, oeverplanten, vogels en insecten te verbeteren. Het onderhoud is gebaseerd op adviezen van de Stichting RAVON.
Koudbloedig
Bij het leefgebied van amfibieën wordt terecht gedacht aan wateren zoals de Waalrese vennen. Voor hun voortplanting zijn ze daar inderdaad grotendeels van afhankelijk. De meeste soorten leven echter de helft van het jaar op het land zoals op de venoevers. Amfibieën en reptielen zijn koudbloedige dieren. Zelf produceren ze geen lichaamswarmte. Ze nemen de temperatuur aan van hun omgeving. Om actief te kunnen worden, moeten ze zichzelf eerst opwarmen in de zon. Kikkers, padden en salamanders behoren met hun zachte huid tot de amfibieën. Hun ademhaling gaat via de huid en longen. Reptielen hebben een geschubde huid en moeten het bij de ademhaling net als wij doen met longen. De levendbarende hagedis is een reptiel dat hier in de omgeving regelmatig wordt waargenomen.
Zonlicht
Het Meertjesven is een landschappelijk fraai ven. Het bos rondom het ven rukt steeds verder op richting ven. De oorspronkelijke bosrand bevindt zich nu in de moeraszone tot aan het water. Vooral jonge bomen zoals de grove den en berk hebben zich al tot aan de waterlijn gevestigd. Tussen de jonge bomen hebben ook struiken als vuilboom en lijsterbes een plek ingenomen. Door hun naalden-, en bladerdek dringt zonlicht nauwelijks door tot op de oeverbodem. Voor amfibieën en reptielen is het hier dus niet meer mogelijk zich door de zon te laten beschijnen en zo energie op te nemen om in actie te kunnen komen om bijvoorbeeld op voedseljacht te gaan.
Organisch materiaal
Grote hoeveelheden boomtakken, bladeren en naalden vallen met de bomen dichtbij het ven gemakkelijk in het water. Dit organische materiaal veroorzaakt onder andere verlanding van het ven waardoor het uiteindelijk verdwijnt. De bomen houden voorts het ven in de luwte. Met het tegenhouden van de wind kunnen door de windwerking naast slibrijke bodems geen kale bodems ontstaan die juist gunstig zijn voor de vestiging van tal van plantensoorten.
Jan en Jans Visser Fonds
Stichting RAVON (Reptielen Amfibieën Vissen Onderzoek Nederland) heeft in opdracht van IVN Natuurwerkgroep Waalre en de eigenaar van het ven een beheeradvies uitgebracht om het leefgebied van de aanwezige reptielen en amfibieën te verbeteren. Dit onderzoek is mede mogelijk gemaakt met financiële steun van het Jan en Jans Visser Fonds. Eén van de adviezen is om een deel van de oeverranden vrij te maken van bomen en struiken door deze te kappen. Beeldbepalende bomen en struiken blijven behouden. De aanwezige, karakteristieke oevervegetatie heeft ook baat bij meer lichtinval. Dat geldt ook voor vogels en insecten zoals libellen.
Toekomst
De natuurwerkgroep voert deze werkzaamheden in overleg met de gemeente Waalre, Bosgroep Zuid en de veneigenaar de komende wintermaanden uit. De IVN Natuurwerkgroep bestaat uit circa veertig vrijwilligers.
In het Meertjesven komt in groten getale de roofzuchtige Amerikaanse hondsvis voor die op amfibieën (eieren en larven) jaagt. Idealiter wordt alle vis uit het Meertjesven verwijderd. Een dergelijke kostbare ingreep is misschien in de toekomst mogelijk, waardoor ook deze bedreiging voor amfibieën wordt weggenomen.