Eikenprocessierups

(Foto: Roel Timmerman B.V.)

De Eikenprocessierups is de larve van een gelijknamige nachtvlinder die in september haar eitjes legt in de toppen van vooral eikenbomen. Ze overwinteren daar en vanaf april komen de rupsen uit de eitjes. Aanvankelijk zitten ze hoog in de boom. Na een aantal vervellingen vormen groepen rupsen grote nesten op boomstammen. Deze nesten bestaan uit een dicht spinsel van draden, brandharen, vervellingshuidjes en uitwerpselen.
eikenprocessierupsVanuit hun nesten gaan de rupsen ’s nachts in processie op zoek naar jonge eikenblaadjes. De nesten vind je vooral aan de zonnige zuidkant van stammen in eikenlanen. De rupsen hebben voor mens en dier gevaarlijke brandharen. 
 (Foto: Leon van den Heuvel) 

Verspreiding en voorkomen 

De processierups, afkomstig uit het zuiden van Europa, werd in 1991 aangetroffen in Brabant. Nu, 25 jaar later, is hij doorgedrongen tot het noorden van ons land. Ook in Drenthe treffen we de exoot aan op vooral Zomereiken langs wegen, op erven, campings en landgoederen.

boomkleverIn bossen komt de soort ook voor maar hier houden natuurlijke vijanden (o.a. sluipwespen, vogels en vleermuizen) de populatie redelijk in toom.




Levenscyclus

Als de rupsen in april uit de eitjes komen zijn ze oranjeachtig gekleurd. Na een aantal vervellingen zijn ze in juli volgroeid, de kleur van de rupsen verandert in grijsgrauw met lichtgekleurde zijden. Na de derde vervelling, tussen half mei en eind juni, krijgen ze donkere brandharen op de rug. Ze zijn dan ongeveer 3,5 cm lang en verpoppen in juli tot een onopvallende grijze nachtvlinder. Begin september leggen de vrouwtjes vlinders hun eitjes weer in de toppen van de eikenbomen en is de cyclus rond.

Gevaarlijke brandharen

De brandharen van de rups vormen voor de mens, maar ook voor honden en paarden, een gevaar voor de gezondheid. De microscopisch kleine pijlvormige en van weerhaakjes voorziene brandharen worden bij bedreiging afgeschoten. De haren kunnen dan gemakkelijk de huid, ogen en luchtwegen binnendringen. Elke rups heeft tot wel 700.000 van die haren. De stoffen in die haren veroorzaken een op allergie lijkende huiduitslag, zwellingen, rode ogen, jeuk en geïrriteerde luchtwegen. In de meeste gevallen verdwijnen de verschijnselen na ongeveer twee weken vanzelf. Niet alle personen zijn even gevoelig voor de brandharen maar in zeldzame gevallen kunnen andere verschijnselen ontstaan, namelijk braken, duizeligheid en koorts.

De rupsen hoeven niet te worden aangeraakt om last te krijgen van de brandharen. De haartjes verspreiden zich met de wind en kunnen zo in contact komen met wandelaars of fietsers. De haren blijven na vertrek van de rupsen aanwezig in de nesten en kunnen jaren later nog overlast veroorzaken.

Beheersing van het probleem

De overheid is verantwoordelijk voor het bestrijden van de processierups in het openbaar gebied. Bestrijding gebeurt door een gespecialiseerd bedrijf d.m.v. wegbranden, wegzuigen of biologische bestrijding (o.a. door het bespuiten van de boom met een voor de rups dodelijk bacterie).

Bij eikenbomen op particulier terrein is de eigenaar zelf verantwoordelijk maar het spreekt voor zich dat het sterk af te raden is zelf de bestrijding ter hand te nemen.

Met name de biologische bestrijding is geen duurzame oplossing van het probleem. Onbedoeld worden hiermee ook andere vlindersoorten bestreden.

Duurzame oplossing

We schreven al dat in bosgebieden, waarin een natuurlijk evenwicht is, de processierups minder problemen veroorzaakt. We moeten er daarom voor zorgen dat ook buiten de natuurgebieden de natuurlijke vijanden van de rupsen toenemen. Sluipwespen en sluipvliegen profiteren van het  inzaaien van overhoeken met speciale bloemzaden.

Ophangen van nestkasten voor koolmeesmezen en boomklevers helpt ook. Mezen eten voornamelijk jonge rupsen maar boomklevers kunnen ook rupsen met brandharen aan. Ook nestkasten voor vleermuizen kunnen helpen want vleermuizen eten de volwassen vlinders.

Foto's: Lenie Doornkamp

 

Terug naar Biodiversiteit