Grave
Biodiversiteit
zondag07mrt2021

Blog van Hans

De week van de invasieve exoten

Biodiversiteit is ingewikkeld, of toch niet?

 Toen ik me met het onderwerp biodiversiteit ging bezighouden dacht ik dat het eigenlijk niet zo moeilijk is allemaal. We moeten er gewoon met z’n allen voor zorgen dat we de oorspronkelijke flora en fauna in Nederland op peil houden en waar mogelijk herstellen. En natuurlijk niet in grote concentraties. Klinkt best wel simpel. Maar zoals zo vaak vergiste ik me; het is ingewikkelder dan ik dacht. In de eerste plaats is het niet zo eenvoudig om aan te geven om welke flora en fauna het gaat. Zoals in een eerder blogje gemeld, na de laatste ijstijd was hier niets meer. Dus alles van daarna is import. Een beetje waar natuurlijk. Daarnaast kun je met recht stellen dat flora en fauna die hier uit zichzelf zijn gekomen hier thuishoren. Daar is door de mens veel op “aangevuld”. Voorbeelden te over: de Douglas spar, de rivierkreeft, de halsbandparkiet, de Japanse duizendknoop, schildpadden in allerlei soorten en maten, Italiaanse salamanders. Het veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje werd twintig jaar geleden in ons land losgelaten om bladluizen te bestrijden. Japanse duizendknoop is ooit meegebracht uit het verre oosten. Fazanten en damherten werden lang geleden uitgezet als jachtwild. En door de aanleg van een kanaal tussen de Rijn en de Donau kunnen vissoorten uit het Donau-stroomgebied, zoals zwartbekgrondel en Pontische stroomgrondel, nu al twintig jaar zelf onze wateren bereiken. De tijgermug komt mee met vrachtzendingen uit Azië, in ballastwater van schepen zit de Chinese wolhandkrab. Enzovoort. Enzovoort. Vele soorten zijn expres uitgezet, vele zijn per ongeluk in onze natuur terecht gekomen. En dan heb je nog soorten die zich hier vestigen vanwege de klimaatverandering, zoals de zilverreiger, brilduiker, brandgans, bijeneter, slechtvalk, rode wouw en oehoe.

Natuurlijk proberen wij als Nederlanders te bepalen wie hier wel en niet thuis horen. Daar zijn we goed in. Diersoorten die vóór het jaar 1500 in ons land zijn geïntroduceerd, zoals konijn, fazant en knobbelzwaan, tellen niet mee. Die rekenen we tot de inheemse fauna. En er is een lijst van inheemse flora, opgesteld in 2003. Er staan honderden soorten planten op.

De meeste exoten leveren geen problemen op. Andere weer wel zoals een aantal woekeraars die maar moeilijk van de (rivier) bermen te verwijderen zijn. Rivierkreeften maken onze wateren onveilig. Tegelijkertijd vormen ze een smakelijke aanvulling op het menu van onder andere reigers.

We hebben het over flora- en faunasoorten. We moeten het natuurlijk ook hebben over de aantallen daarvan. Er komen veel meer broedvogels naar ons land en ook meer libellen, paddenstoelen en korstmossen, maar aanmerkelijk minder weidevogels en dagvlinders.

Die veranderingen worden veroorzaakt door onder meer een betere bescherming in de landen waar genoemde vogels in de winter verblijven en door het milieubeleid dat in Nederland wordt gevoerd. De lucht wordt schoner net als onze wateren.

Dat is interessant allemaal. Maar wat moeten en kunnen we er mee. Ik denk dat het goed is om ons in de materie te verdiepen. Dan weten we of maatregelen succesvol zijn en of we ons zorgen moeten maken. Dat laatste deed ik al en het wordt er niet heel veel beter op allemaal. Binnenkort kunnen we landelijk beleid beïnvloeden met onze stem. Wat we ieder dag kunnen doen is een bijdrage leveren aan de verbetering van de biodiversiteit in de Graafsche Raam, in onze gemeente en natuurlijk in onze eigen tuin en buurt. Dat is niet zo ingewikkeld. 

 

U wordt van harte uitgenodigd om hierop te reageren via:

ivngrave.natuureducatie@gmail.com