Valkenswaard-Waalre
Natuur in de Buurt
maandag29jul2019

Wat en half wat

Canadese fijnstraal kort en langEen bij velen wel bekend onkruid in de zomermaanden is een meestal slanke vrij lichtgroene verschijning. Soms onderaan vertakt in een aantal rechte stengels en soms zelfs wat bossig geworden meestal door beschadigingen tijdens de groei naar volwassenheid. Op de top van de stengels ontstaan kleine witachtige bloempjes. Bij nader bekijken blijken het typische Samengestelde Bloemen (Composieten) te zijn. Eigenlijk bloemkorfjes bestaande uit een korfje van een ring groene omwindselblaadjes. Daarbinnen in dit geval een buitenring van grijswitte of iets rose straalbloemen en centraal iets gele schijfbloemen. Die bloemkorfjes staan op de top van een ruim vertakte lange pluim. Die vertakkingen hebben aan de voet een smal langwerpig steunblad. De centrale plantenstengel is niet behaard en kan flink verschillend van lengte worden. Zo is er het koppel Wat en Halfwat gegroeid op een zandige droge plek. De ene meer dan een meter lang en de andere aan de basis in vijf delen vertakt en half zo lang gegroeid.
Zo kan de kosmopoliet Canadese Fijnstraal (Conyza canadensis = Erigeron canadensis), die al voor 1700 uit N. Amerika naar Europa gebracht werd, verschillende gedaantes aannemen. Vooral stenige omgeving vormt een geliefde groeiplek zodat de voedsel- en waterbehoefte van deze plantensoort niet groot lijkt te zijn. Een zandige bodem is vooral geschikt. Bebouwde en onbebouwde terreinen en op losse grond van omgewerkte wegbermen en andere taluds. Ook tussen stenen en tegels van trottoirs en verkeersgeleiders, langs muren en op puinhopen. De plant is een echte cultuurvolger en weinig in de echt vrije natuur aanwezig.

De naam “Erigeron” is ontleend aan het oud-Griekse “èrigerón” dat “vroeg grijs” betekent en verband houdt met de snelle overgang van de bloemen tot zaadvorming met kleine grijze pluizenbollen. De naam “Fijnstraal” heeft hier ook mee te maken. Het moderne “Conyza” is bij verschillende Griekse schrijvers “Vlooienkruid”. De toevoeging “canadensis” blijkt enigszins de herkomst aan te duiden. Een langdurige zomerbloeier voorzien van veel fijne (2-5 mm) bloempjes. De Canadese Fijnstraal is met de door vruchtpluizen gedragen zaadjes een duidelijke windverspreider (=anemochoor).
De plant ontkiemt in de nazomer en overwintert vaak als wortelrozet met grof getand spatelvormig blad en kan daardoor vroeg uitlopen. Penwortel met vertakkingen. De meeste planten zijn onderaan onvertakt en bereiken een aardige lengte. In het bovenste deel zijn vele korte vertakkingen die bloemkorfjes dragen en zo een lange en losse pluim vormen.
Het stengelblad is smal, gaafrandig met behaarde rand en langwerpig. Het staat verspreid aan de stengels met dikwijls een bloemtakje in de oksel. Ook hier bij Wat en Halfwat.

Jan van Twisk,
Waalre, 29-7-2019

Meer foto's
Meer natuurweetjes