Valkenswaard-Waalre
Vogels
dinsdag28jul2020

Vogels dichtbij: Roodborsttapuit

European Stonechat, Saxicola rubicola (Linnaeus 1766)

Roodborsttapuiten behoren tot de familie van de Vliegenvangers (Muscicapinae) en daarbinnen tot het geslacht Saxicola waar zowel de Roodborsttapuiten als Paapjes onder vallen. Met een lengte van 11-13,5 cm en een gewicht van 14-19 gram, zijn ze kleiner dan een huismus. De volwassen mannetjes zijn ’s zomers te herkennen aan een zwarte kop inclusief de kin. In het najaar is die gedeeltelijk bedekt door lichte veerranden. Daarbij witte halszijden en stuit. Een oranje borst tot aan de bovenbuik en laag op de flanken. De staart is donker.
De minder opvallende vrouwtjes hebben een grijsbruine kop en mantel, minder donker dan bij mannetjes. Soms in het najaar geheel bedekt door lichte veerranden. De oranje borstkleur is bij vrouwtjes minder fel dan bij mannetjes. Onvolwassen vogels zijn bruin gekleurd met een soort donkerbruin schubbenpatroon. 1e-jaars lijken op wat kleine verschillen na, veel op volwassen exemplaren van hetzelfde geslacht.

roodborsttapuit man en vrouwLinks: Foto 1. Roodborsttapuit man, volwassen, zomer. Maarten-Jan van den Braak.
Rechts: Foto 2. Roodborsttapuit vrouw, volwassen, zomer. Maarten-Jan van den Braak.

De zang bestaat uit gevarieerde korte haastige melancholieke strofen. Een strofe bestaat uit enkele snelle fluittoontjes en ratels. 0,8-1,5 seconde per strofe. Ze beginnen al vroeg in het jaar bij aankomst te zingen met als hoogtepunt april en mei. Meestal goed zichtbaar in open terrein bovenop een struik, paaltje of draad. Bijnamen als Mastvogeltje en Schôn Poalveugelke refereren vooral aan zijn voorkeur om bovenop een paaltje of boompje te gaan zitten.
De alarmroep is een hoog stijgend “fiet”. Waarna vaak een herhaald of ratelend “trèk” klinkt. Het geheel doet denken aan tegen elkaar ketsende kiezelsteentjes. De volksnamen Tikkertje (Kem), Waltak (NB) en in het Engels Stonechat verwijzen hiernaar.
Aan zijn zwarte kop dankt hij de naam Téérpötje. Vennemuske zinspeelt weer meer op de biotoop waarin hij zich ophoudt.
Behalve door de zang proberen mannetjes de vrouwtjes met typisch baltsgedrag te verleiden. Zie tekening 1.

roodborsttapuit baltsgedragTekening 1. Afbeelding 119. Bewegingsstudie baltsgedrag (F. WEICK nach Photos L. GLOOR-CHRIST) Handbuch der Vögel Mitteleuropas. Deel 11-1 pagina 492.

In het veld zou je een Roodborsttapuit kunnen verwarren met een Paapje. Een duidelijk verschil is de witte wenkbrauwstreep bij het Paapje, die bij de Roodborsttapuit geheel ontbreekt. Daarnaast heeft het Paapje een duidelijk minder lange staart.
Omdat Paapjes nauwelijks (meer) broeden in onze regio, zien we ze vooral als doortrekkers. Een beperkt aantal broedt in Noord-Nederland. In de periodes half april tot en met mei maar met de grootste trefkans op de terugweg van half augustus tot en met september. Ze gaan dan terug naar het de savannes in de Sahel-zone om daar te overwinteren.

paapjeFoto 3. Paapje man, volwassen, voorjaar. Esther van Daal.

Roodborsttapuiten daarentegen kun je het gehele jaar tegenkomen. De grootste groep Nederlandse broedvogels arriveert tussen eind februari en eind maart en verlaat ons land tussen half september en half november. Ze overwinteren daarna in Frankrijk, het Iberisch schiereiland en Marokko. Er zijn bij ons slechts een klein aantal overwinteraars. Waarschijnlijk lokale broedvogels. Zie verspreidingskaart 1 en kaart 3.

kaart verspreiding roodborsttapuitKaart 1. Verspreiding Roodborsttapuit.
Rood = broedgebied, blauw = overwinteringsgebied en paars = gehele jaar door. 

De Roodborsttapuit is bij ons een broedvogel van half-open cultuurlandschappen en van duin-, heide- en hoogveengebieden. Ze broeden vooral op de hoge zandgronden, in de volledige kuststrook inclusief de Waddeneilanden en in Zeeuws-Vlaanderen. Vooral op kleigrond en laagveen zie je ze nauwelijks. De aantallen en de verspreiding namen vanaf ongeveer 1975 sterk af, vooral in het boerenland. De soort verdween in bepaalde regio's als de oostelijke Achterhoek en Zuid-Limburg. De laatste 30 jaar heeft de soort een verrassend forse vooruitgang geboekt in aantallen broedparen, 15.000-18.000.

roodborsttapuit kaart broedvogelparen en wintervogelsLinks: Kaart 2. Aantal broedvogelparen per atlasblok.
Rechts: Kaart 3. Aantal wintervogels per atlasblok.

In het boerenland lijkt de soort te profiteren van kleinschalige ingrepen als extensiever bermbeheer en renaturering van beekdalen. In natuurgebieden was vooral het terugdringen van bosopslag in het voordeel van de soort. In de periode sinds 1990 heeft de soort zich in veel meer gebieden in Nederland dan voor die tijd gevestigd. Van maart t/m oktober zijn bij broedplekken Roodborsttapuiten aanwezig. Vooral na een serie zachte winters zijn winterwaarnemingen niet uitzonderlijk en lijken te zijn toegenomen. Mogelijk is het veranderende klimaat daar debet aan. We zien hier maar weinig doortrekkers, aangezien Nederland aan de noordwestgrens van het verspreidingsgebied ligt. Zie kaart 1.

roodborsttapuit juveniel en vrouwLinks: Foto 4. Roodborsttapuit juveniel, 1e zomer. Maarten-Jan van den Braak.
Rechts: Foto 5. Roodborsttapuit vrouw, zomer. Maarten-Jan van den Braak.

Ze broeden vanaf maart en hebben twee maar steeds vaker drie legsels per seizoen van meestal 4-6 eieren. Broedtijd 14-15 dagen. Het mildere klimaat zou zo ook een reden van meer nakomelingen kunnen zijn. De roodborsttapuit broedt veelal op de grond in een goed verstopt nest. De jongen zitten 13-16 dagen op het nest en worden na het uitvliegen meestal nog zo'n 8-14 dagen gevoed door de ouders. Je ziet en hoort ze dan vaak bedelen. Pa en ma vliegen af en aan met vooral insecten zoals langpootmuggen, maar ook wormen, rupsen, vlinders, spinnen en kleine slakken. Later als ze zelfstandig zijn nemen ze ook zaden en bessen.

roodborsttapuit, man en juvenielLinks: Foto 6. Roodborsttapuit man, zomer. Maarten-Jan van den Braak.
Rechts: Foto 7. Roodborsttapuit juveniel, zomer. Maarten-Jan van den Braak.

Je ziet ze in onze omgeving in op veel plaatsen bijvoorbeeld op de Malpie, op de Leenderheide, maar ook op de Plateaux, in de open gebieden langs de Tongelreep en de Dommel zoals bijvoorbeeld het Broek.

Dus kijk en luister goed, het is zeker de moeite waard!

Maarten-Jan van den Braak, IVN Valkenswaard-Waalre

Bronnen

  • Alle vogels van Europa, F. Jiguet en A. Audevard, 1e druk 2016 pag. 295.
  • ANWB Vogelgids van Europa. Zesde druk 2016, pag. 292 – 293.
  • Handbuch der Vögel Mitteleuropas Band 11/1, Urs N Glutz von Blotzheim en Kurt M Bauer pag. 446-499.
  • Site van de vogelbescherming, www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/?q=Roodborsttapuit.
  • SOVON Vogelatlas, 2018 Kosmos Uitgeverij, pag. 518 en 519.
  • Veldgids vogelzang, KNVV Uitgeverij, 1e druk 2017, pag. 206.
  • Advanced bird ID guide, the Western Palearctic, Nils van Duivendijk, New Holland Publishers, reprint 2011, pag. 229.
  • Handbook of the Birds of Europe, the Middle East and North Africa, Volume VII: Flycatchers to Shrikes. Cramp, ed: 1993. Pag. 239.
  • Tekening bewegingsstudie uit Handbuch der Vögel Band 11/2 pag. 492 baltsgedrag. 
  • Live atlas van Sovon: www.liveatlas.nl/liveatlas/result/index/11390/2020.
  • Kaart 1 en 2: SOVON Vogelatlas www.sovon.nl/nl/soort/11390.
  • Foto's: Maarten-Jan van den Braak en Esther van Daal.

Meer Vogels dichtbij