Landgoed Tongelaar

Het Landgoed Tongelaar ligt ten zuiden van Gassel. De 248 hectare wordt begrensd door de Ottersgraaf en de lage Raam. Het omvat bosopstanden, weiden, akkers, laanbeplantingen, houtwallen, boerderijen en een laatmiddeleeuws kasteel. Van groot belang voor de ontwikkeling van het landschap zijn het reliëf en de samenstelling van de bodem. 

Het landgoed is gelegen op de overgang met kleigronden van de voormalige riviervlakte van de Maas en een gebied van verschillende waterlopen (beken), zoals de Lage Raam, de Ottersgraaf en de Biestgraaf, die in het westelijke puntje van het langdoed samenvloeien in de Graafsche Raam, die weer afwatert naar de Maas.

Vanuit een historisch perspectief

Deze ligging is een bijna klassieke situatie voor de vestiging van een zogenaamde "vluchtburcht", wat omstreeks de negende eeuw dan ook geschiedde. Een overeenkomst uit 1282 tussen Heer Jan van Cuijk en graaf Floris V van Holland maakt al melding van kasteel "Tongelaar" met een uitgestrekt complex van gebouwen. Meerdere adellijke families rekenden het met het gebied en prachtboerderijen achtereenvolgens tot hun bezit.

Op 6 juli 1918 ging Tongelaar over naar de fruittelers Van Wagenberg te Vlijmen, zoals nog is terug te zien in de aanwezige hoogstamfruitbomen, totdat het na het nodige soebatten eind  1978 onder beheer kwam van Brabants Landschap. Het kasteel met de toren zoals het zich nu aan ons manifesteert, is gebouwd in de vijftiende eeuw. De westvleugel van het gebouw rondom het binnenplein dateert uit het einde van de achttiende eeuw en heeft het karakter van de Limburgse boerderijbouwstijl, de uitbouw aan de noordvleugel is ouder (halverwege de achttiende eeuw). 

Rond het kasteel liggen in een visueel opzicht, "schoon" landschap monumentale boerderijen, te weten de Benedenhof, de Doelen en de Ooyevaar. Deze cultuurhistorisch-architectonische waarde geldt eveneens voor de drie andere verpachte boerderijen en een bakhuis. Nergens ondergaan de op de verhogingen in het landschap gebouwde monumenten storende invloeden tengevolge van horizonvervuiling. 

Het huidige landschap is hier sterk bepaald door de werkzaamheden rond het verleden van de Beerse Overlaat. In de periode 1825 tot 1845 ruimde men daartoe in dit destijds rijk bebost landschap met uitgestrekte rivierbegeleidende bebossingen veel bossen, boomrijen en heggen op.

Ondanks deze ontbossing heeft het landschap zich in ongeveer 185 jaar tijd ontwikkeld tot een gerijpt, heel bijzonder landschap: grootschalige door prachtige monumentale eikenlanen ingedeelde akkers- en weidecomplexen, onderbroken door verspreid liggende bosopstanden en met houtwallen geaccentueerde terreinglooiingen. Juist de verticale landschapselementen zorgen voor een dynamische afwisseling qua ruimte. 

Wat een kwaliteit

Landschappelijk is dit in een ecologische hoofdstructuur gelegen natuurgebied de afgelopen jaren aanmerkelijk versterkt door in het verlengde van de Laarakkerse Waterleiding via de landgoederen Hiersenhof, Ossenbroek en Barendonk verdroging tegen te gaan middels een sterker meanderen van de beken, waterpeilverhoging en het verlagen van delen van het terrein. 

De gemengde loofbossen, met als hoofdsoorten populier, wilg, eik en els vinden we voornamelijk in de lagere vochtige terreingedeelten; op de relatief drogere gronden treffen we hakhout met eik en wilg aan. Langs de randen van deze bebossingen komt het karakteristieke Kruisbladwalstro veel voor. Vooral in het voorjaar raakt de bezoeker onder de indruk van plantensoorten als Gevlekte aronskelk, Slanke sleutelbloem, Veelbloemige salomonszegel en knopig helmkruid.

De met struweel begroeide wallen op de glooiingen in het terrein zijn qua samenstelling en structuur te vergelijken met de heggen in het Maasheggengebied. Onder de struiken herkent men Kardinaalsmuts, één- en tweestijlige Meidoorn, Hop (met soms het Groot warkruid als parasiet), Rode kornoelje, Vlier, Spaanse aak, Heggerank, Gladde iep en Wegedoorn.

Deze afwisselende opbouw van de houtwallen maken dit natuurgebied tot een belangrijk broed- en foerageergebied voor vogels als Boomvalk, Buizerd, Torenvalk, Kerkuil, Ransuil en elders weer de Bosuil, Steenuil, Braamsluiper, Wielewaal en Nachtegaal. Meerdere zangvogels huizen daarnaast vanaf mei in het riet langs de Lage Raam.

De rust en de min of meer geïsoleerde ligging maken het gebied bij uitstek geschikt tot een ware habitat en via de ecologische hoofdstructuur en verbindingszones tot een waardevolle uitvalsbasis voor soms schuwe dieren. Waaronder de das. 

De cultuurgronden, de bebossing en de bebouwing van dit landschap zijn zo bepalend en verbindend in het rijke samenspel tussen vele levensvormen.