IVN Nuenen
Vogels
maandag27apr2020

Gefladder: Pollyanna

Roy van der Velden, coördinator van de Vogelwerkgroep, schrijft regelmatig een column over vogels.

Als vogelaar krijg je soms leuke vragen en heb je af en toe verrassende ontmoetingen. Zo werd ik een tijdje terug benaderd door Pollyanna, een studente van de Design Academy in Eindhoven. Zij is bezig met een onderzoek naar hoe vogelaars rondom hun huis samenleven en samenwerken met vogels. Pollyanna - ze is van Indiase afkomst en alles moest daarom in het Engels - wil een model maken, waarmee gemeenten in de toekomst bij de inrichting van woonwijken rekening kunnen houden met vogels in de directe omgeving van mensen. 

Vaag? Ja, dat vond ik in eerste instantie ook. Maar het gesprek dat wij samen hadden in de IVN-ruimte en later via de telefoon (door het coronavirus konden we elkaar niet meer ontmoeten) leverde geweldig leuke informatie op voor haar en voor mij. 

Haar interesse was onder andere hoe ik vogelaar ben geworden. Dat bracht bij mij meteen jeugdherinneringen aan mijn opa naar boven. Hij nam me als klein kind op de arm en liet mij de vogels in de tuin zien en noemde hun namen. Precies zoals ik dat nu doe bij mijn kleinkinderen. En mijn moeder zat altijd aan de eettafel brood te verkruimelen na het eten en dan keken we samen naar de vogels in de tuin. Zij strooide broodkruimels en kaaskorstjes het hele jaar door. Ik zat dan meestal met de Patterson Vogelgids op mijn schoot naast haar en zocht de vogels op in het boek. Ik was al op jonge leeftijd gefascineerd door de plaatjes, kenmerken en verspreidingsplaatjes. Ja, de liefde voor vogels zat er bij mij al vroeg in.

Toen ik iets ouder was, een jaar of 10, ging ik samen met mijn vriendje Evert naar de Sonniuswijk waar toen nog geen huizen stonden en kleinschalige weilanden waren. We zagen daar weidevogels zoals de kievit, grutto en wulp rondvliegen en observeerden hun gedrag. Toen waren die prachtige soorten nog in ruime mate in onze buurt aanwezig. Samen lagen we in de rand van de sloot en keken we over het weiland waar een kievit landde. Dan even goed kijken waar die heen liep, opstaan en zonder je ogen van de plek te halen er naartoe lopen. Zo vonden wij onze eerste kievitseieren. We lieten ze overigens altijd wel liggen, want we wilden niets verstoren. 

Pollyanna wilde ook graag weten of we iets in onze tuin doen om vogels te trekken. Nou, degenen die wel eens bij mij thuis zijn geweest, weten dat onze tuin een vogelparadijs is tussen de tuinen om ons heen, waar groen vaker uitzondering dan regel is. Overal hangen voedersilo’s en staan plateautjes om zaad te kunnen strooien. Daarnaast hebben we verschillende nestkasten hangen. Het is ieder jaar weer leuk om te zien dat de kastjes bezet zijn en te volgen hoe de ouders druk in de weer zijn om hun jongen groot te brengen. Het mooiste is natuurlijk het moment dat de kleintjes uitvliegen. Dat is iets, dat moet je kleine kinderen vooral laten zien. Zo krijgen ze liefde voor de wonderen van de natuur. En dat is veel waard, kan ik je uit eigen ervaring vertellen. Het was dan ook leuk om met Pollyanna te praten en te constateren dat zij, tot haar eigen verrassing, vogels heel interessant was gaan vinden door haar onderzoek. En dat vind ik dan weer leuk. Zo’n jonge meid die begrijpt dat de natuur om ons heen belangrijk is. Daar geef je als vogelaar graag je kennis voor door.