Onderzoeksprogramma Natuur in de Buurt

Nederland is een dichtbevolkt land. Ongeveer 8,6 van de 17 miljoen inwoners (51%) leeft in een gematigd tot zeer verstedelijkt gebied. Dat zijn gebieden met meer dan 1000 adressen per vierkante kilometer (CLO, 2016). Deze gebieden kennen vaak weinig groen, omdat er naast de huizen zelf ook straten en betegelde tuinen zijn. Wat kan natuur hier te bieden hebben? 

Natuur in de buurt heeft veel positieve effecten op het fysieke leefklimaat in een buurt (Hop, 2010). Een selectie hieruit: planten binden fijnstof, waardoor de luchtkwaliteit verbetert. Daarnaast stimuleert het de biodiversiteit, waardoor het voor de natuur makkelijker is om in evenwicht te blijven en de kans op plagen (zoals de eikenprocessierups) kleiner wordt. Ook verkleint natuur in de buurt de kans op extreme omstandigheden. Bijvoorbeeld: in de zomer houden bouwmaterialen van gebouwen en straten veel hitte vast. Bomen en planten bieden koelte door hun schaduw en verdamping van water uit hun bladeren, waardoor een temperatuurverschil van wel 15 graden kan ontstaan. Een ander voorbeeld: planten en bomen zuigen regenwater op en filteren het. Daardoor is er minder belasting van het riool en een kleinere kans op ondergelopen wegen, tunnels en kelders. Tegelijkertijd zorgen de planten zo voor een betere waterkwaliteit. 

Groen in de buurt heeft ook invloed op de mensen in die buurt. Zo beïnvloedt het de gezondheid van de mens (zie ‘Natuur en gezondheid’). Groen in een buurt kan mensen stimuleren om de natuur vaker te bezoeken, ook mensen die anders geen goede toegang hebben tot natuur (Lee, 2010; Kazmierczak, 2007). In wijken met meer groen hebben mensen minder hartklachten, gaan mensen meer bewegen (Coombes, 2010; Franzini, 2009), voelen ze zich gezonder (Kardan, 2015), en hebben een betere mentale gezondheid (Sugiyama, 2007). 

Daarnaast kan groen bijdragen aan de sociale structuur in een buurt. Het stimuleert sociale cohesie en het gevoel van sociale veiligheid (Kazmierczak, 2013; Maas, 2009b; Peters, 2010). Doordat de natuur ook goed toegankelijk is voor groepen die snel last hebben van sociale exclusie, zoals werklozen, kan het bijdragen aan sociale inclusie (Lee, 2010). Daarnaast ervaren mensen met meer groen in de omgeving meer sociale steun en minder eenzaamheid. Dit verband is sterker voor kwetsbare groepen, zoals kinderen, ouderen en mensen met een lagere sociale-economische status (Maas, 2009a).  

Bovenstaande alinea laat zien wat natuur in de buurt voor de bewoners kan doen. Of het ook dit potentieel behaalt is echter een complex plaatje. Er zijn veel andere factoren, naast de aanwezigheid van groen, die invloed hebben op hoe vaak mensen het groen bezoeken, welke activiteiten zij ondernemen en in welke mate dit bijdraagt aan de sociale structuur in een buurt. Voorbeelden van deze factoren zijn bijvoorbeeld; hoe goed het groen onderhouden wordt, welke recreationele mogelijkheden er zijn, maar ook de demografische kenmerken van een wijk (Coombes, 2010; Franzini, 2009; Kazmierczak, 2013, Peters, 2010).

Onderzoeksagenda in samenwerking met Wageningen University en Research 

De globale klimaat- en biodiversiteitscrisis daagt ons uit om veranderingen te bewerkstelligen. De verantwoordelijkheid voor duurzame en groene initiatieven komt op een steeds lager schaalniveau te liggen, en lokale bottom-up initiatieven worden gangbaarder. Veel Nederlanders organiseren zich, vaak aangemoedigd door gemeenten, om hun tuin, buurt, stad en land te vergroenen. IVN Natuureducatie ondersteunt hen daarbij. Maar welke strategieën zijn succesvol? Hoe kunnen we dat succes vergroten? En welke impact wordt bereikt?

IVN Natuureducatie en medewerkers van Wageningen University en Research hebben gezamenlijk een onderzoekagenda opgezet om motieven van actieve burgers, de impact van hun activiteiten op hun leefsituatie en de kwaliteit van samenwerking met overheden en andere partijen te onderzoeken. 

Binnen het onderzoeksprogramma zullen meerjarige studies worden uitgevoerd. Daarnaast en daarbinnen bestaan ook mogelijkheden voor sociaal-ruimtelijk wetenschappelijke stages en MSc scripties. Gezamenlijk bouwen we hiermee de komende jaren een knowledge-base op rond ‘Natuur in de Buurt’.

Het onderzoek richt zich op drie thema’s: 

  • Motieven en effecten
  • Strategie en mobilisatie
  • Governance en samenwerking

Motieven en effecten

Dit onderzoeksthema richt zich op de beweegredenen voor, en sociale effecten van, natuurbetrokkenheid. We weten inmiddels veel over de gezondheidseffecten van groen (link). Maar wat is de bijdrage van de actieve betrokkenheid bij groen op de sociale cohesie in wijken en het welzijn van bewoners? Middels zowel kwalitatief als kwantitatief onderzoek worden de motieven en effecten van stedelijke sociaal-ecologische restoratie in kaart gebracht, met expliciete aandacht voor de langetermijneffecten.

Aan de hand van dit onderzoek wordt aangetoond op welke manier natuur niet alleen bijdraagt aan gezondheid, maar ook aan het algehele welzijn en geluk van mensen. We proberen bovendien aan te tonen hoe de interactie met natuur bijdraagt aan duurzaam en natuurbewust gedrag. Wat is bijvoorbeeld relatief tussen het zelf betrokken zijn bij het verfraaien van de omgeving (place-making) en het goed bewaren en beschermen van deze plekken (place-keeping)? En hoe kunnen we de effectiviteit van deze projecten verbeteren?

Concrete onderzoeksvragen richten zich onder andere op het kwalitatief en kwantitatief in kaart brengen van de rol van groen op de mental map van de omgeving waarbij mensen zich betrokken voelen en waar ze gebruik van maken. Dit kan plaatsvinden op wijkniveau, maar ook in de directe ommelanden van de buurt (de zgn. natuurlijke leefomgeving). Wat zijn de motieven van deelnemers aan de programma’s van IVN Natuureducatie, en wat is voor hen het strategische einddoel voor hun acties (hun theory of change)? Andere onderzoeksvragen kunnen zich richten op bijvoorbeeld de betekenis van groen voor integratie van nieuwe migrant-groepen, of de natuurbetrokkenheid van deelnemers op de langere termijn.

Strategie en mobilisatie

IVN Natuureducatie en andere groene organisaties proberen de betrokkenheid bij buurtnatuur te vergroten. Dit onderzoeksthema richt zich op het in beeld brengen van succesvolle strategieën om deelnemers en organisaties te mobiliseren t.b.v. natuur in de buurt. Het belang van groen wordt inmiddels breed erkend, maar welke strategieën om erkenning om te zetten in mobilisatie zijn effectief? En kunnen we op dit gebied leren uit andere landen en van andere sectoren?

Middels dit onderzoek wordt onderzocht wat de meest effectieve en efficiënte manieren zijn om natuur in te zetten. Via welke methode wordt het welzijn in de buurt vergroot? En hoe kan (collectief) natuurbewust gedrag gestimuleerd worden door de deelname aan buurtinitiatieven? Wat kunnen groene organisaties betekenen in de mobilisatie, en hoe kunnen bewoners geactiveerd worden om als gemeenschap zorg te dragen voor buurtnatuur (community forestry). 

Governance en samenwerking

Wie gaat er eigenlijk over buurtnatuur en hoe loopt de besluitvorming? Een deel van het groen in de stad wordt beheerd door gemeente, terwijl ook particulieren (tuinen!) en andere organisaties, zoals scholen, een belangrijke rol spelen. Middels dit onderzoeksthema wordt uitgezocht hoe processen rondom buurtnatuur verlopen. Welke partijen zijn hierbij betrokken, en welke beslissingen moeten gemaakt worden? Ook wordt onderzocht hoe kleinschalige en incidentele buurtinitiatieven opgeschaald kunnen worden naar beleid wat gemeentelijk, provinciaal of landelijk plaatsvindt. 

Waar de één zit te springen om meer natuur, ziet de ander vooral op tegen het afval en eventuele overlast van insecten. De NIMBY-problematiek speelt op wijkniveau natuurlijk snel op. Bij processen rond buurtnatuur zijn dan ook veel partijen betrokken. Er zijn niet alleen beslissingen te maken over de fysieke realisatie, maar ook over het beheer en gebruik. Hoe verloopt de samenwerking tussen bewoners, IVN en overheden? Hoe nemen zij besluiten, en hoe worden afspraken geborgd? En welke samenwerkingsvormen blijken het meest effectief en duurzaam in de praktijk? 

Daarnaast onderzoeken we of we bij buurtnatuur op strategische wijze nieuwe partners kunnen betrekken, zoals bijvoorbeeld projectontwikkelaars. In welke onderwerpen hebben zij interesse (b.v. natuurinclusief bouwen), en hoe zijn deze onderwerpen gekoppeld aan buurtnatuur? Er wordt gestreefd naar het ontwikkelen van een integrale groene oplossing (nature-based solutions), die buurten vergroent en raakt aan de harten van mensen. 

Tot slot wordt ook onderzocht hoe de uitwisseling van kennis en ervaring tussen individuele bewoners, collectieve initiatieven en andere partners kan plaatsvinden. Hoe richten we een effectieve en actieve leergemeenschap op? Via welke platformen kan dit gefaciliteerd worden?

Literatuur

CLO (2016). Gevonden op: http://www.clo.nl/indicatoren/nl2102-bevolkingsgroei-nederland-

Coombes, E., Jones, A.P., & Hillsdon, M. (2010). The relationship of physical activitiy and overweight to obectively measured green space accessibility and use. Social Science and Medicine, 70, 816-822.

Franzini, L., Elliot, M.C., Cuccaro, P., Schuster, M., Gilliland, M.J., Grunbaum, J.A., Franklin, D., & Tortolero, S.R. (2009). Influences of physical and social neighborhood environments on children’s phsycial activity and obesity, Public Health, 99, 271-278.

Hop, M.E.C.M. (2010). Dak en gevel groen. Deventer: Thieme. 

Maas, J., Dillen, S.M.E. van, Verheij, R.A., & Groenewegen, P.P. (2009a). Social contacts as a possible mechanism behind the relation between green space and health. Health & Place, 15, 586-595.

Maas, M., Spreeuwenberg, P., Winsum-Westra, M. van, Verheij, R.A., Vries, S. de, Groenewegen, P.P. (2009b). Is green space in the living environment associated with people’s feelings of social safety? Environment and Planning, 41, 1763-1777.

Lee, A.C.K., & Maheswaren, R. (2010). The health benefits of urban green spaces: a review of the evidence.

Kardan, O., Gozdyra, P., Misic, B., Moola, F., Palmer, L.J., Paus, T., & Berman, M.G. (2015). Neighborhood greenspace and health in a large urban center. www.nature.com/scienticreports.

Kazmierczak, A.E., & James, P. (2007). The role of urban green spaces in improving social inclusion. 354-365

Kazmierczak, A.E. (2013). The contribution of local parks to neighborhood social ties. Landscape and Urban Planning, 109, 31-44.

Peters, K., Elands, B., & Buijs, A. (2010). Social interactions in urban parks: Stimulating social cohesion? Urban Forestry & Urban Greening, 9, 93-100.

Sugiyama, T., Leslie, E., Giles-Corti, B., & Owen, N. (2007). Associations of neighbourhood greenness with physical and mental health: do walking, social coherence and local social interaction explain the relationships?