Vlinders en libellen

Werkgroep vlinders en libellen

De hoofdactiviteit van de werkgroep is het monitoren van dagvlinders in het gebied bij het Anloër Diepje.  Aan de hand van twee vooraf vastgestelde routes worden in de periode van april tot oktober alle dagvlinders geteld. De routes zijn opgezet in samenwerking met de Vlinderstichting en Staatsbosbeheer. Het gaat om een algemene, niet soort specifieke telling.

Route 1  (Burgvallen) die wordt gelopen is ca. 2 km lang en ligt voor een deel in bos en open gebied en loopt langs het Anlöerdiepje.

 De 2e route sluit aan op de eerste en loopt langs het fietspad in het gebied van de Gasterse Duinen naar het beginpunt van route 1. 

De tellingen worden ingebracht in het Landelijk Meetnet Vlinders.

Orchideeënveld

Landelijk Meetnet Vlinders
Gaat de vlinderstand in ons land achteruit en heeft dat te maken met verdroging of vermesting? Worden er in het noorden minder vlinders waargenomen dan in het zuiden? Gaat het hooibeestje in de duinen even sterk achteruit als in de rest van het land of is er verschil? Om dit soort vragen te kunnen beantwoorden, is De Vlinderstichting in 1990 samen met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gestart met het Landelijk Meetnet Vlinders. Het doel van dit project is het verzamelen van actuele informatie over de veranderingen in de dagvlinderstand in Nederland. Daarom worden, verspreid over het hele land, routes uitgezet die overal op dezelfde manier worden geteld. Met deze meetnetten houden we zo de vinger aan de pols en kunnen de mogelijke oorzaken van veranderingen achterhaald worden.

Voorlopige landelijke resultaten Landelijk Meetnet Vlinders over 2017
(Bron: Vlinderstichting)

Er waren positieve berichten over dagvlinders die een goed jaar hadden, maar ook sombere berichten over vlinders die het nog steeds slecht doen en sterk achteruit gaan. Klimaatverandering speelt in beide gevallen een belangrijke rol.  

Gentiaanblauwtje

Gentiaanblauwtje: achteruitgang is alarmerend  (code rood)

Al in  2004 werd ervoor gewaarschuwd dat het gentiaanblauwtje zonder wijziging van de trend in 2020 zou verdwijnen (Tijdschrift Vlinders, 2004). De achteruitgang lijkt iets te zijn afgenomen, maar blijft wel alarmerend.

Waarom gaat het gentiaanblauwtje achteruit?

Verdroging en verzuring hebben de kwaliteit van de leefgebieden sterk verminderd. Daarnaast heeft het grootschalige beheer tussen 1980 en 2000 tot verdere achteruitgang geleid. Met het toegenomen risico op langdurige droogte door klimaatopwarming, worden sommige natuurgebieden nat gehouden. Helaas gaat dat vaak in een veel te hoog tempo voor het gentiaanblauwtje. Tenslotte wordt herstel verder bemoeilijkt door steeds frequentere neerslagextremen door klimaatverandering, met ofwel droogte ofwel wateroverlast tot gevolg.

 

LandkaartjeLandkaartje: talrijk en op nieuwe plekken

 LandkaartjeIn het voorjaar is het landkaartje oranje

Een andere opvallende soort in 2017 was het landkaartje. Zowel in de voorjaarsgeneratie in april en mei als in de zomergeneratie eind juni en begin augustus vlogen zij heel talrijk. De soort werd ook van heel veel nieuwe plekken gemeld, onder andere vaak uit tuinen.
Onder invloed van de klimaatverandering heeft het landkaartje tegenwoordig ook een (partiële) derde generatie, maar die kwam in 2017 niet echt uit de verf.

In september ging de temperatuur flink omlaag en was er veel bewolking en regen: omstandigheden waar landkaartjes niet zo van houden. Landkaartjes overwinteren als pop: we zijn benieuwd hoe de voorjaarsgeneratie in 2018 zal vliegen.

 

Een korte samenvatting van het vlinderjaar 2017:
(informatie Vlinderstichting)

  • Een vroege start: in maart was het mooi weer. April was een koude maand, desondanks zijn er in het voorjaar veel vlinders geteld. 
  • In het voorjaar zijn veel dagpauwogen geteld. Deze soort  had in 2016 twee grote generaties en  vermoedelijk zijn veel vlinders gaan overwinteren.
  • Voor het eerst sinds 1990 piekte het aantal vlinders in juni, normaal is dat pas midden juli en soms  zelfs pas rond de maandwisseling naar augustus. Er was nauwelijks sprake van een junidip.  
    Tot medio juli lag het gemiddeld aantal vlinders iedere week ook boven het langjarig gemiddelde.
  • Ondanks een koude septembermaand, bracht september nog redelijk wat vlinders, met een goede extra generatie voor landkaartje, dagpauwoog en atalanta.

 

 

Contactpersoon:  Marian Swenne
marian.swenne at gmail.com                             (06-83122914)