Slangenkruid met grote lichtpaarse bloemen Bloemen en planten

Wilde kruidachtige gewassen in Duin en Kruidberg

Zuid-Kennemerland 10 augustus 2026

Duin en Kruidberg vormt sinds 1995 samen met Midden-Herenduin en de Kennemerduinen, het Nationaal Park Zuid-Kennemerland. De naam is ontstaan uit twee voormalige hofsteden: Duin en Berg en de Kruidberg.

Dit is een artikel uit het verenigingsblad van IVN-ZK: Toorts 128

Mijn dochter kreeg haar interesse voor de natuur met de paplepel ingegeven en ging soms mee met natuurexcursies, onder andere over eetbare gewassen en geneeskrachtige kruiden. Ze was een beetje een ‘kwajongen’ wanneer ik over het kleefkruid vertelde. Dan hadden een aantal deelnemers al snel een pluk kleefkruid op hun rug.

Een tros belletjes, bloemen van de smeerwortel
Smeerwortelschicht, foto: Jan Hartog

We spraken af voor de NS-wandeling vanuit Santpoort-Noord door de Kennemerduinen, de start bij Duin en Kruidberg, een voor mij vertrouwde omgeving. Mijn dochter is intussen erg geïnteresseerd geraakt in vogels en loopt rond met haar verrekijker en op haar smartphone een vogel-app. Zie je het voor je? Ik met mijn neus naar beneden en zij naar met haar neus omhoog!

 

De Ossentong met enkele donkerpaarse bloemen
Ossentong, foto: Jan Hartog

Kleefkruid

Dat doodgewone kleefkruid, lid van de walstrofamilie (ik kan het niet laten) is trouwens een bijzonder geneeskrachtig kruidje wat boordevol silicium (kiezel) zit, een belangrijk mineraal voor de huid, haren en de slijmvliezen. In het voorjaar kan je het jonge groen als groente eten. Honden weten vaak intuïtief wat ze nodig hebben en gaan soms spontaan kleefkruid grazen.

 

Slangenkruid

Wat mij direct opvalt in Duin en Kruidberg, is het blauw met roze van het slangenkruid, dat je veel langs de paden tegenkomt alsof het ons volgt. Het heeft een voorkeur voor zonnige, droge en kalkrijke bodem, vooral op plekken waar steenslag, puin of sintelgruis met het duinzand vermengd is. Ideaal dus langs de duinpaden.

Slangenkruid is twee tot meerjarig en valt op door ‘schichten’ met donker hemelsblauwe bloemen en rozerode bloemknoppen. Veel van de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae) hebben als bloeiwijze zo’n schicht, een vorm van vertakking waarbij de zijassen van de bloeiwijze beurtelings links en rechts van de vorige as ontspringen; zo ontstaat dan een zich afrollende bijscherm. Dit kun je ook goed waarnemen bij andere ruwbladigen als het vergeet-mij-nietje, de smeerwortel en de, in Duin en Kruidberg veel voorkomende, hondstong en ossentong, let maar eens op!

 

Slangenkruid met grote lichtpaarse bloemen
Slangenkruid, foto: Jan Hartog

Voor allerlei bijen, hommels, vlinders en zweefvliegen vormt het slangenkruid een belangrijke nectar- en of stuifmeelbron. Vooral de kleine sachembij heeft een bijzondere voorkeur voor slangenkruid. De blauwe helmdraden (stelen van de meeldraden) steken ver buiten de kroonbuis uit en vormen een goede landingsbaan voor bestuivers.

Op de stengel van het slangenkruid zit een kleine driehoekige zwarte vlinder met rode stippen.
Slangenkruid met sint-jansvlinder, foto: Jan Hartog

De stijl (onderdeel van de stamper) is gevorkt en lijkt op de gespleten tong van een slang die uit de opengesperde muil steekt, de slangachtig opgerolde schicht. De plant werd daarom vroeger, volgens de oude signatuurleer, wel gebruikt als geneesmiddel tegen slangenbeten en andere giftige beten. Tegenwoordig wordt slangenkruid inwendig als geneeskruid afgeraden vanwege de pyrrolizidine alkaloïden, die bij grotere hoeveelheden schadelijk voor de lever zijn. Dit is dezelfde stof die in grote hoeveelheid voorkomt in het Jacobskruiskruid maar dat is een ander verhaal!

 

Tekst en foto’s: Jan Hartog

Ontdek meer over

Deel deze pagina