Mistige heide met jonge dennenbomen bij zonsopgang, omgeven door een lichte nevel en een bosrand. Landschap

Verslag ‘Kleuren van de Herfst’

Uden 5 november 2026

Het was deze keer moeilijk om het voorwandelen te regelen vanwege de drukke agenda’s van de gidsen. Dus werd het vrijdagmiddag. Met Corrie en Petra om 14.00 uur en met Esther en Ernest om 16.00 uur. Ik heb als coördinator dus een wandelrijke vrijdagmiddag gehad! Het had trouwens iets moois om net tegen zonsondergang bij het beekdal aan te komen. Met de nevel erboven en de paarden in de weide. Misschien een idee voor volgend jaar bij een herfstwandeling…

Het is een mooie zondagochtend op 01-11-2026, als we met vijf gidsen staan te wachten op ons publiek op de parkeerplaats van het Natuurcentrum. Er komen 22 personen opdagen. Dus delen we groep in drieën. De andere gidsen vormen een koppel en ik loop alleen. Maar dan komt Adriëtte aangefietst in IVN uniform. Ze dacht dat ze nodig was voor de grote grazers excursie, die op hetzelfde moment gepland was. Maar zij sluit zich nu bij ons aan. Heel leuk.

Ik had een leuke wandeling uitgezet met bos, heide, zand en beekdal. Mooi en gevarieerd. Ondanks het feit dat het deze week niet zoveel geregend heeft, zijn er toch wat paddenstoelen dankzij de nevel en de mist. Wat hebben ze toch een leuke namen: oorlepelzwam, heksenschermpje, spekzwoedzwam en rodekoolzwam. Een oude gevelde stam blijkt een waar paradijs met elfenbankjes, grote bloedsteelmycena, glimmerinktzwam, gewone hertenzwam en zwavelkopjes. En op de grond nog de franjezwam en nog een rodekoolzwam. We komen bij een lariksbos met weer andere paddenstoelen waaronder de dennenkleefsteelmycena, veel dennenvlamhoed en veel slanke anijstrechterzwam. Vandaag ruikt hij wel naar anijs.

We zien onderweg nog een enkele gal, maar de meeste zijn al op de grond gevallen en verstopt in het gevallen blad. Bij de Amerikaanse eiken vertellen we over het ontstaan van de herfstkleuren. Maar als we onze ogen weer op de grond richten stikt het daar ook van de draadknotszwam en witte paardenhaartaailing die het eikenblad graag verteren.

Ik heb geluk dat Adriëtte mee is, want ze doet enkele leuke ontdekkingen, zoals de minuscule blauwgrijze schorsmycena en de okerkleurige vezeltruffel. De enige truffel die bovengronds te vinden is. Ondanks dat hij wel door dieren gegeten wordt, is hij niet lekker. Dus helaas. Over de heide proberen we wat meer door te stappen, maar toch moeten we telkens weer halt houden als iemand een paddenstoel vindt.

Hier zie je ook al meer herfstkleuren, omdat je nu op de rand van het bos kijkt. Over de zandverstuiving duiken we weer het bos in en zien wat grote stinkzwammen. Wat voor grapjes onder de mensen zorgt. Ze beginnen aan elkaar te wennen. Via het beekdal lopen we naar de Karlingerweg. De deelnemers zijn heel tevreden, maar verzadigd van de vele informatie die ze gekregen hebben. Dus nu lopen ze wel door. Bij het Natuurcentrum nemen we afscheid. We krijgen nog veel bedankjes en complimenten over onze uitgebreide kennis. Het was weer een prachtige ochtend.

Ingrid Decreton

Deel deze pagina