Geel korstmos groeit op een rots met zachte focus achtergrond. Biodiversiteit

Verslag jaarlijkse Mossen- en korstmossenexcursie

Uden 14 april 2026

De weergoden waren ons goed gezind op zondag 29 maart jl. Het was een vrijwel windstille, zonnige ochtend; perfect dus voor onze jaarlijkse Mossen- en korstmossenexcursie!  En doordat het de dagen daarvoor flink geregend had, stonden de mossen er fris en fruitig bij.

Coördinatoren Sonja en René hadden een korte en afwisselende route uitgezet op Slabroek, en na een kort welkomstwoordje van René gingen we snel van start. Omdat Karin en Twan verhinderd waren, werden de twintig deelnemers verdeeld over vier gidsenduo’s. De groepjes waren dus klein, maar dat is voor een onderwerp als mossen en korstmossen helemaal niet verkeerd!

Na een korte inleiding en een stukje ‘loeptechniek’ gingen we op weg. Hoewel… het open veld was zó interessant dat we er lang bleven rondkijken. De route in het bos moest nog even wachten. Over de korstmossen waren de deelnemers misschien nog wel het meest verbaasd. Dat een samenwerking tussen twee (of drie) organismen zo’n rijkdom aan vormen en kleuren kan opleveren! Vooral de feloranje gekleurde broedbekertjes van het groot dooiermos zorgden voor enthousiaste uitroepen. Maar ook de stekeltjes aan het kapjesvingermos waren leuk om te ontdekken, net zoals de bruine sporen die hier en daar op de bovenkant van het kopjesbekermos te vinden waren.

De mossen verkochten zichzelf moeiteloos omdat ze – vooral tegen de zon in – gemakkelijk tot in detail te bekijken waren. De huikjes die de sporenkapsels van het zandhaarmos bedekken leken wel gesponnen van gouddraad, met een prachtige rode gloed richting de punt. En het was net of de felgele korstmossen groot- en vals dooiermos zelf licht gaven. Zelfs de trouwe Engelse setter in ons groepje was er stil van! De donzige mossoort grijs kronkelsteeltje diende als voorbeeld bij de uitleg over glasharen die mossen gebruiken om het zonlicht te weerkaatsen om zo uitdroging te voorkomen. En de naam van deze soort werd meteen duidelijk bij het zien van de stelen van de sporenkapsels: gekronkeld!

Waar wij gidsen af en toe een stukje mos plukten om het gemakkelijk van dichtbij te kunnen laten zien, gingen de deelnemers zonder aarzelen op hun knieën zitten of zelfs languit liggen om met hun loep of camera dichtbij een mosje te komen. Caroline van Vegchel maakte prachtige foto’s met haar macrolens, waarvan bijgaand een selectie te bewonderen is. Kijkend door haar macrolens ontdekte ze ook dat breekblaadje, een hele kleine mossoort, zich niet alleen ongeslachtelijk voortplant via de afgebroken blaadjes, maar ook geslachtelijk, met sporenkapsels.

Helemaal ondergedompeld in deze microwereld waren we de tijd bijna vergeten… Eindelijk op weg in het bos bekeken we slaapmossen, die horizontaal groeien maar ook tegen bomen omhoog kunnen klimmen. En als je al kijkend door de loep je ogen wat langer over een tak met slaapmossen liet dwalen, dan was het net alsof je door een sprookjeswoud wandelde. Iedereen was helemaal enthousiast toen we sporenkapsels van het gesnaveld klauwtjesmos vonden, waarbij de peristoomtanden duidelijk zichtbaar waren. Onvoorstelbaar dat zo’n fragiele plantjes zo’n ingenieuze bouw hebben!

Al wandelend genoten we van de zang van (vooral) roodborstjes, mezen en tjiftjafs. In één van de nestkastjes van Vogelwacht Uden waren pimpelmezen druk aan het bouwen. Waarmee? Met mos natuurlijk! Dat de grote bonte specht het zoete sap uit de bast van bomen drinkt, werd duidelijk door de ringelsporen op een Amerikaanse eik. Even verderop zagen we nog meer sporen van een specht: grote gaten in een staande dode boom. We bespraken het belang van dood hout voor de biodiversiteit en één van de deelnemers vroeg zich af of je zomaar bomen mag kwellen door ze te ringen, waardoor ze een langzame dood sterven. Misschien denken we daar in de toekomst door voortschrijdend inzicht weer heel anders over…

Bij een liggende dode boom zagen we prachtige contrasten: de fijne donzige structuur van de knaloranje Portugese alg gecombineerd met het grove, schilferige oppervlak van de mintgroene schildmossen. Alsof we naar het oppervlak van een buitenaardse planeet keken! De judasoren in een vlier die een dag eerder nog fluweelzacht en soepel aanvoelden, waren nu totaal verschrompeld, hard en uitgedroogd, alsof ze al weken geleden afgestorven waren. Ongelooflijk hoe snel dat kan gaan!

Weer terug op het veld bekeken we nog een paar varianten van het korstmos heidestaartje: gevorkt, kronkel- en ruw heidestaartje. Alle drie met dezelfde grijsgroene kleur, maar verschillend van vorm en oppervlak.

Het was een prachtige ochtend, met enthousiaste deelnemers. Zelfs doorgewinterde natuurgidsen als Lies en Annemie waren verwonderd over al het verborgen natuurschoon waar je normaal gesproken zo gemakkelijk aan voorbijloopt.

 

Saskia, namens Bertus, Adriëtte & Geert, Petra & René en Sonja & Paul

 

Tekst: Saskia Scheepens

Foto’s: Caroline van Vegchel

 

 

 

 

Deel deze pagina