Biodiversiteit
Verslag ‘Expeditie Voskuilenheuvel: ontdek hoe de Peel ooit was’
Op een stralende zondagmorgen 19 april 2026 meldden zich 41 bezoekers voor de Expeditie Voskuilenheuvel in Venhorst. Na een kort welkom namens IVN Uden e.o. kreeg Theo de Mol het woord, één van de bestuursleden van de stichting Peellandschapspark Voskuilenheuvel. Hij nam ons mee op reis in de geschiedenis van de Peel, de ontginningen en het ontstaan in 1988 van dit mooie natuurpark. Dat deze gronden in het begin van de 20e eeuw te slecht waren voor de landbouw, bleek uiteindelijk de redding voor dit pareltje natuur te midden van een intensief landbouwgebied. De terreineigenaar, gemeente Boekel, heeft het beheer van dit gebied in goede handen ondergebracht bij een actieve groep vrijwilligers van deze stichting, die zich heel wat van hun vrije zaterdagen inzetten voor het voortbestaan van dit natuureducatiepark.
In vier groepen gingen de gidsen daarna met de deelnemers op expeditie in dit afwisselende gebied. Op de hei stond een jonge grove den, waarbij werd uitgelegd dat de rups van de dennenlotboorder, een vlindertje dus, hier de top dusdanig had aangetast dat de boom een posthoornachtige omleiding in de groei zal gaan maken. Duidelijk was te zien hoe de struikhei door de stikstofneerslag wordt verdrongen door grassen zoals pijpenstrootje. En er werd verteld waarom deze laatste zo heet. Het toppunt voor één van de groepen was, op aanwijzing van sporendeskundige Annemarie van Diepenbeek, het kunnen zien van de zeldzame levendbarende hagedis die lekker zat te zonnen bij een van de poelen.
Tussen de zwarte Corsicaanse dennen liet zich de kleine kudde Kempische heideschapen zien, die met hun lammetjes zonnig het voorjaar aankondigde. En opvallend genoeg was ook de aanwezigheid van de voorjaarsgallen zoals de pruimenhoorntjesgal op het blad van de europese kers en de besgal van de lensgalwesp op de mannelijke bloesem van de europese eik. De vogelliefhebbers konden genieten van het gezang van onder andere de fitis, boomklever, vink en roodborst. En met een beetje geluk konden zij hen spotten in de boomkruinen.
Na een rondje om de visvijver, een voormalige grind- en zandafgraving, kwamen we bij het nieuwste stuk van het park, D’n Horst. Door afgraving van de voedselrijke landbouwgrond is hier een terrein ontstaan met dellen (kleine vennetjes) en kleine heuveltjes om te laten zien hoe de uitgestrekte Peel er ooit moet hebben uitgezien. Over een gedeelte van het terrein hing nu een rode gloed van de topkapsels met sporen van de haarmossen, die zich hier als pionier op de arme grond goed kunnen handhaven. Weer terug over D’n Heuvel met wit bloeiende kers en sleedoorn keken we weer uit over een mooi stukje heide.
Leuk was het om te horen hoe de verhalen van de gidsen soms werden aangevuld door de ervaringen van lokale bewoners, die meeliepen. Een geslaagde dag die uitnodigt om terug te komen als de hei in bloei staat.
Paul van Zantvoort


