Natuurgebied Goorloop Zuid

Ten zuiden van Helmond stroomt de beek de Goorloop Helmonds grondgebied binnen. Dit deel van het beekdal van de Goorloop is een van oorsprong moerassig gebied, wat te zien is aan de bomen die er groeien, zoals de wilg, de els en de es. 
Het gebied ligt ten westen van de Heeklaan en is onderdeel van het natuurgebied Groot Goor. De Goorloop ontspringt ten zuidoosten van Mierlo, in het natuurgebied Sang en Goorkens. De Goorloop stroomt door Helmond West en langs De Waranda, naar Aarle-Rixtel en mondt uiteindelijk uit in de Aa bij Boerdonk. 


Ecologische verbindingszone EVZ
In 2015 is in dit gebied een ecologische verbindingszone aangelegd door de gemeente Helmond in samenwerking met het Waterschap Aa en Maas. Verschillende natuurgebiedjes zijn met elkaar verbonden. Hierdoor kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen van het ene gebied naar het andere. Vooral insecten, vogels en kleine zoogdieren maken gebruik van deze trekroute tussen natuurgebieden. Het leefgebied van planten en dieren wordt hierdoor vergroot en de soortenrijkdom bevorderd.
De oevers van de Goorloop zijn natuurvriendelijker gemaakt, door ze schuin af te graven. Er zijn nattere zones aangelegd, oeverpoelen en poelen voor amfibieën. Het beekprofiel van de Goorloop is verdiept, zodat omstandigheden beter worden voor vissen.         
In het gebied is een afwisseling van bloemrijk grasland, ruigten, bosjes en nattere gebieden. In de zomer bloeit er echte koekoeksbloem, pinksterbloem, grote ratelaar, knoopkruid en gewone rolklaver. Er komen veel insecten voor, zoals vlinders, libellen, sprinkhanen en krekels. 


Poelen en oeverpoelen
De aangelegde oeverpoelen staan bij hoog water in verbinding met de Goorloop en bij gemiddeld waterpeil niet. De oeverpoelen zijn een goede omgeving voor vissen, die zich hier in de zomer kunnen voortplanten en in de winter overleven. Ook komen er veel planten voor, die van een vochtige omgeving houden, zoals  moerasrolklaver, watermunt, waterweegbree en zompvergeet-mij-nietje. 

De poelen bestaan uit geïsoleerd stilstaand water, gevoed door grond- en regenwater. Ze zijn het leefgebied van padden, kikkers, salamanders en libellen, die zich hier kunnen voortplanten. Voor vogels en zoogdieren zijn de poelen drinkgelegenheid en bron van voedsel.

Goor Poel

Bloemrijk grasland
In het gebied komen zowel natte als droge graslanden voor. De meeste graslanden werden tot enkele jaren als landbouwgrond gebruikt en werden bemest. Ze verkeren nu in een overgangssituatie van voedselrijke naar schralere omstandigheden. Door maaien en afvoeren van het maaisel worden de graslanden voedselarmer en daardoor soortenrijker. Op enkele nattere stukken vindt inmiddels ontwikkeling plaats naar soortenrijker grasland (dotterbloemhooiland). Aan de randen komt veel riet voor. De hoger gelegen graslanden zijn nog matig voedselrijk en hierdoor soortenarm. Hier groeit gestreept witbol, reukgras en veldzuring.
Graslanden die niet meer regelmatig gemaaid worden ontwikkelen zich tot ruigten, zoals een aantal perceelranden en laaggelegen natte ruigten met veel riet en hoog opschietende ruigtekruiden. Dit biedt schuilmogelijkheid en nestgelegenheid. Er komen o.a. koninginnenkruid, moerasspirea en verschillende distels voor.  


Kwel
Aan bruin gekleurd water in sloten is te zien dat er kwel in dit gebied voorkomt. Kwel ontstaat door een ondergrondse waterstroom van een hoger gelegen gebied naar een lager gelegen gebied. Grondwater dat onder druk staat, komt op aan de oppervlakte. Kwel is belangrijk omdat het voedselarm en kalk- en ijzerhoudend is en fosfaat kan binden. Hierdoor helpt kwel mee aan het verarmen van de grond, waardoor in het gebied bijzondere planten kans krijgen zich te ontwikkelen. 


Bosgebied
Er loopt een wandelpad naar het bos in het Groot Goor. Langs dit pad en in het bos vind je verschillende soorten slakken, waaronder de wijngaardslak. Doordat een stuk bos in het verleden als vuilstort is gebruikt en hier ook oude grafzerken terecht zijn gekomen, is de grond kalkrijker geworden. Daardoor is het een geschikt leefgebied geworden voor de wijngaardslak, die verder alleen in Zuid-Limburg voorkomt.  
Het bos is van oorsprong een vochtig bos, waar verdroging heeft plaats gevonden door daling van de grondwaterstand. Door het dempen van sloten en andere beheersmaatregelen wordt de grondwaterstand opnieuw verhoogd. Zo worden omstandigheden gecreëerd waardoor oorspronkelijke vegetatie weer meer kans krijgt. Sommige bomen zijn niet bestand tegen deze overgang en verzwakken en sterven af. Dit is te zien in gedeelten van het bos. Hier staat tegenover dat er nieuwe bomen en struiken zijn aangeplant die er van nature voorkomen, zoals zwarte els, haagbeuk en gewone esdoorn.


Vogels
Een deel van het bos is het verleden aangelegd als parkbos, met eiken en beuken. Door de aanwezigheid van oude hoge bomen, komen er veel soorten spechten voor: zwarte specht, groene specht en drie soorten bonte spechten (kleine, middelste en grote bonte specht). 
Ook de schuwe houtsnip komt hier voor, maar zal zich niet snel laten zien of horen. Houtsnippen broeden graag in nattere bossen met open plekken en buiten broedtijd kunnen ze zich bevinden in ruigten.
Er is een ijsvogelwand aangelegd in een hoge oever, vlak bij het Eindhovens kanaal, als nestgelegenheid voor de ijsvogel, die je hier over het water kunt zien vliegen. Andere vogels die er voorkomen zijn rietzanger, bosrietzanger, sprinkhaanzanger, kleine karekiet en watersnip. 


Frans Joseph van Tielpark
Aan de Heeklaan ligt het Frans Joseph van Tielpark, met wandelpaden, bruggetjes en een vijver. De vijver is ontstaan door zandwinning. Met sluizen en slootjes in het gebied wordt gezorgd dat het water op peil blijft in de vijver. Er zwemmen wilde eenden, waterhoentjes en meerkoeten rond. 

Frans Joseph van Thiel


Diersporenwandeling 
In het gebied komen veel dieren voor. Er lopen reeën door het gebied en in de modder zijn pootafdrukken zichtbaar. In de zomer zijn lege huidjes van libellenlarven te vinden bij het water. Op boomstammen is vraat te zien van spintkever en boktor en spechten hebben er nesten uitgehakt. Ook slakken laten op verschillende plaatsen hun sporen na. Bij de poel in het park zijn pootafdrukken te vinden van watervogels.

Ga op zoek naar deze diersporen langs de Goorloop en in het bos met behulp van afbeeldingen in de folder en de routebeschrijving op het kaartje.

De wandeling is niet geschikt voor kinderwagens en rolstoelen. Omdat een deel van het gebied regelmatig vrij nat is, worden dichte schoenen of laarzen geadviseerd.

Download de brochure: Diersporenwandeling_Goorloop Zuid