Insecten en bodemdieren
In de suikerpot
Een bijzonder gezelschap zit hier bij elkaar: de gewone wesp die we ook wel als de limonadewesp kennen, de Europese hoornaar die Nederlands grootste wesp is en het exotische neefje, de Geelpoothoornaar alias de Aziatische hoornaar die iets kleiner is.

Ze doen zich allen tegoed aan een zoete substantie die ze hebben gevonden in een tuin. Alle drie horen ze bij de familie van papierwespen. Ze hebben een sociale levenswijze en leven net als de honingbijen in kolonies.
Wespen zijn de roofdieren onder de insecten. Op hun menu staan vele insecten. De Geelpoothoornaar vangt zelfs wespen. Dankzij hen hebben wij veel minder last van ‘vervelende’ beestjes. Ze spelen een belangrijke rol in het ecosysteem.
Maar feitelijk zijn het vegetariërs. De gevangen insecten zijn bedoeld voor de larven in het wespennest. Zij hebben eiwitten nodig. De larven scheiden vervolgens een zoet kleverig stofje uit waarmee de wespen zich voeden. Zij hebben dit nodig om te kunnen vliegen. Brandstof dus.
Op het eind van de zomer stopt de koningin met eieren leggen en neemt het aantal larven af. Dit is de periode dat de wespen elders hun brandstof moeten halen. Spoedig zullen ook de laatste larven het nest verlaten en zit het werk van de wespen erop. De achtergelaten suikerpot in de tuin is dus een welverdiende beloning na zoveel gedane arbeid.
Uiteindelijk zullen alle wespen en hun koningin sterven door honger en kou. De nieuwe koninginnen overwinteren op een beschut plekje. Zij zullen in het voorjaar weer een nieuw nest bouwen.
Tekst: Ike Pots, foto’s: Frans Kromme