Insecten en bodemdieren
2026 10 Iepenridderwants, Aleid Offerhaus
Vanmorgen stond in de krant een bijzonder stuk over de symbiotische relatie van een tapir en een boom. De tapir kon niet zonder de boom en de boom kon niet zonder de tapir. Romantischer kon het haast niet. Ik werd aan de ene kant geraakt door de kwetsbaarheid van het geheel en aan de andere kant was het de ver-van-mijn-bed-show. De tapir woonde in Midden-Amerika en ik zat in Amstelveen aan het ontbijt. Jammer voor de tapir, maar ik at er geen boterham minder om. In en om Amstelveen groeien ook bomen maar tapirs zijn ver te zoeken en toch zijn er ook hier planten en beesten die niet zonder elkaar kunnen. De ’tapir’ die mij als eerste voor de geest kwam, was de iepenridderwants die ik een tijdje terug in huis tegenkwam. Ze was zo klein dat ze makkelijk doorging voor een stofje, maar wel eentje dat bewoog. Toen ik haar zag wist ik nog niet dat het om een ridderwants ging, maar haar schild had inderdaad bij nader inzien en met een beetje fantasie een ridder te paard kunnen tooien. Anders dan haar naam doet vermoeden, is ze niet exclusief gebonden aan iepen, maar leeft met evenveel plezier op eiken en elzen. Volgens de taxonomie, de wetenschappelijke indeling van de chaotische natuur om ons heen, behoort deze wants tot de arthropoda (geleedpotigen), de insecta (insecten), de hemiptera (halfvleugeligen) en de heteroptera (wantsen). Inderdaad heeft deze wants poten die geleed zijn en een skelet dat aan de buitenkant zit (geleedpotigen), zes poten (insecten), een zuigsnuit en vleugels waarvan de bovenste helft hard is en de onderste zacht (halfvleugeligen) en ze behoort tot de wantsen omdat ze vrij plat is en geen dramatische gedaanteverandering ondergaat: een larve van een wants van een volwassen wants onderscheiden is niet makkelijk. Vergelijk dat maar eens met de indrukwekkende metamorfose van vlinders. Wij mensen (zoogdieren) ondergaan die metamorfose in de buik van onze moeders, maar tussen het baby- en het volwassen stadium blijven we redelijk gelijkvormig. Bekend maakt bemind. Mensen gaan ver om in die overrompelende veelsoortigheid van de natuur een wetenschappelijke ordening aan te brengen, maar zo bijzonder als het is om in een grote mensenmassa een bekende tegen te komen, zo bijzonder is het om straks een iepenridderwants te kunnen herkennen. Ik heb haar voorzichtig met een duizend-dingendoekje naar buiten gebracht op weg naar de elzen-, eiken- of iepenzaadjes in de tuin.
Aleid Offerhaus
Natuurgids IVN Amstelveen
Het is verboden deze column te dupliceren of te gebruiken zonder uitdrukkelijke toestemming van de schrijver/fotograaf/tekenaar.