Biodiversiteit
Verslag Excursie ‘Natuur onder de loep’
Zuiderpark en landschapspark De Meulenreek
Zondag 5 juli 2026, bijna 10.00 uur. Hoewel het heerlijk weer is om naar buiten te gaan, liggen de straten vlakbij het Zuiderpark er nog verlaten bij. Terwijl wij – Ria, René en Saskia – druk bezig zijn om loepen, steelloepen, insectenpotjes en verschillende zoekkaarten klaar te leggen, komen de eerste deelnemers er gelukkig al aan. Met zestien deelnemers, onder wie drie kinderen, gaan we enthousiast in drie groepen op pad.
Aangezien de focus bij deze excursie vooral ligt op de kleine details, laten we de deelnemers eerst oefenen met de loep. Daarna volgt uitleg over de bestuiving van bloemen door insecten en laten we met mooie afbeeldingen zien hoe de stuifmeelkorrels het vruchtbeginsel bereiken, waar de daadwerkelijke bevruchting plaatsvindt. Met de loep ontdekken de deelnemers dat het ‘sterretje’ dat je op appels en peren kunt vinden de verdroogde resten van de kelkbladeren en meeldraden zijn. En dat het steeltje van de appel dus niet aan de bovenkant, maar eigenlijk aan de onderkant van de appel zit.
Nu het verhaal van de stampers en meeldraden duidelijk is, is het tijd voor een complexer voorbeeld. Bij een bramenstruik zien de deelnemers dat die mooie witte bloemen niet alleen veel meeldraden hebben, maar ook een hele verzameling stampers. Als de bestuivende insecten hun best doen, komt er stuifmeel op alle stampers en kan er overal bevruchting plaatsvinden. De braam is dan ook een zogenaamde verzamel(steen-)vrucht, met in elk klein vruchtje een zaadje. Dat is duidelijk te zien bij de kleine, nog groene bramen, waar rondom nog een brede rand met verdroogde meeldraden blijkt te zitten.
Na een half uur hebben we de poort van landschapspark De Meulenreek pas bereikt…! De deelnemers zijn namelijk zó enthousiast dat ze met de loep vrijwel alle bloemen langs het pad willen bekijken. Het kwelvlies op het roestkleurige water voor De Meulenreek wordt door broer en zus Tijn en Yfke getest en na een paar goed gemikte steentjes zien we dat het kwelvlies in fragmentjes uiteendrijft. Geen vervuiling dus, maar een natuurlijk verschijnsel.
Tijn is heel behendig met het insectenpotje en heeft al snel een groen kevertje gevangen, dat ‘hoogzwanger’ blijkt te zijn. De gele eitjes zijn al duidelijk onder de dekschildjes te zien. Ook de vele geel-zwart gestreepte rupsen van de jakobsvlinder op het jakobskruiskruid trekken onze aandacht. Een van de deelnemers merkt op dat die rupsen wel erg opvallen op de groene stengels. De geel-zwarte strepen zijn voor vogels en andere potentiële vijanden een duidelijk signaal om deze giftige rups met rust te laten. Ook andere – vaak ongevaarlijke – dieren maken gebruik van deze signaalkleur. Denk maar aan allerlei soorten zweefvliegen.
Tren, die met zijn oma aan de excursie meedoet, heeft zijn eigen professionele steelloep meegebracht. Maar hij is ook al snel enthousiast bezig met de natuurbingokaart van IVN. Tijn heeft een mooi klein vlindertje gevangen en met de vlinderzoekkaart stellen ze vast dat het om een zwartsprietdikkopje gaat. Bijzonder, want het gaat helemaal niet zo goed met dit grasland-vlindertje. Als het beestje weer vrijgelaten wordt, blijft het keurig op Tijns vinger zitten, zodat het uitgebreid gefotografeerd kan worden. Ook de kleine rode weekschildkevers op de wilde peen hebben geen haast en gaan rustig door met paren.
Landschapspark De Meulenreek ligt er nu prachtig bij, met volop wilde bloemen en bloeiende grassen. We leggen uit dat grassen voor hun bestuiving afhankelijk zijn van de wind en laten de deelnemers met de loep kijken naar de meeldraden die ver buiten de aar hangen. Het is even zoeken naar de kleine veervormige stampers die het stuifmeel uit de lucht kunnen zeven. Bij de akkerdistels zien we al enkele exemplaren met zaadpluizen, en dat maakt duidelijk dat ook bloemen die door insecten bestoven worden de wind soms nog nodig hebben.
De tijd vliegt voorbij en het is al over elven als we het Zuiderpark in lopen. Maar wat wil je ook als er op elke vierkante meter zoveel te zien is! Na wat uitleg over de aanleg en opzet van het park willen we vlot doorwandelen, maar ons oog valt telkens weer op iets interessants. Bijvoorbeeld op de prachtige stekelige rups van de gehakkelde aurelia in een brandnetel, de vaste waardplant van de rups. Als we willen gaan ruiken aan de bloemen van de kamperfoelie, zien we ineens een hele snelle vlinder: de kolibrievlinder. Hij schiet ervandoor, maar gaat aan de overkant van het pad gelukkig uitgebreid foerageren, waarbij wij hem met de hele groep goed kunnen bekijken. Geweldig, wat een vliegkunst! De vleugels gaan zo snel op en neer dat je ze niet ziet bewegen en met zijn plompe lijfje en wijduitstaande ‘staartje’ lijkt de vlinder echt op een klein vogeltje. Maar we moeten dóór, want de tijd dringt!
We maken een kort uitstapje naar wat rotsblokken met felgekleurde korstmossen en wat polletjes muisjesmos en lopen dan door naar de vlonder bij de waterpartij. Daar bekijken we de ravage die de larven van het zwartblauwe elzenhaantje aanrichten op de bladeren van de zwarte els. Op de terugweg luisteren we naar het ruisen van de ratelpopulier en bekijken we het afgeplatte smalle steeltje dat het blad zo wendbaar maakt. We wandelen langs de wadi’s die nu droogstaan en weelderig begroeid zijn. In natte tijden voor zorgen zij ervoor dat het regenwater uit de aangrenzende wijk langer vastgehouden wordt.
Bij De Wijde Wereld staan we nog even stil bij een hondsroos met een enorme ragebol-achtige rozenmosgal, waarin meerdere larven van de rozenmosgalwesp een veilig onderkomen én voedsel vinden. Weer terug op het parkeerterrein nemen de deelnemers enthousiast afscheid. Ons doel om mensen te verwonderen is deze ochtend zeker geslaagd. En Tren heeft zijn hele bingokaart vol. Goed gedaan! Dank aan Conny Koenen-Lamp voor de prachtige macrofoto’s.

René, Ria en Saskia