2019-06-17 Determineeravond

Aanwezig: Nico, Hans, Wim, Eduard en Marja


Marja heeft een email ontvangen van Eveliene Jansen, Boswachter publiek van Staatsbosbeheer Provinciale eenheid Zuidwestelijke Delta/team Biesbosch. 
Daarin worden een aantal suggesties gedaan voor onze uitgaansdag. Marja benadert Eveliene nog eens om wat meer duidelijkheid te krijgen over wat een goede optie is en waar we het best leuke planten kunnen zien. 
Marja vraagt Hans of hij in zijn Herbarium de Fijne ooievaarsbek op wil zoeken. Zij had zaterdag een aantal planten meegenomen, maar het waren allemaal de Slipbladige Ooievaarsbek; deze heeft klierharen aan de stelen van de bloem. De Fijne ooievaarsbek die zaterdag genoemd was heeft ze niet gezien. De Fijne ooievaarsbek heeft geen klierharen; maar heeft fijner blad en langere bloemstelen. 
We bekijken daarna Stijf barbarakruid in het herbarium van Hans. Hij heeft Gewoon barbarakruid en Stijf barbarakruid naast elkaar liggen. Ook heeft hij het in de Oecologische Flora opgezocht. Gewoon Barbarakruid bloeit veel uitbundiger. Stijf barbarakruid heeft stompe snavels. 
Wim had een gras bij zich. We komen al snel uit op Grote windhalm. Deze heeft aartjes met 1 bloem en een lange kafnaald. Hans had van zaterdag vanuit de Strang een raaigras meegenomen. Dat bleek Italiaans raaigras te zijn. Arie had vanaf de Strang (om thuis te determineren) Trosraaigras meegenomen en heeft ons daarvan een foto toegestuurd.  Verder had Hans nog Glanshaver in zijn zelfgemaakte vaasje. 
We gaan aan de slag met Weegbree, we beginnen bij het begin in de Heukels. Het is lastig om verder te komen. De keuze van grasachtige negeren we, maar dat hadden we moeten volgen anders komen we niet bij de Weegbreefamilie. Het lukt uiteindelijk wel, omdat we wisten wat het niet kon zijn. We hadden een prachtig exemplaar van de Hertshoornweegbree onder de loep.

Toen Nico vertelde waar de volgende plant vandaan kwam, wist ik over welke plant het ging;
Grijskruid. Een belangrijk kenmerk zijn de Sterharen op de vrucht.
Ook de Luzerne, die ik in het veld meestal herken was lastig om te determineren. Ik kon er niet opkomen bij welke familie de plant hoorde. Ik wist wel dat het een klaver was.
We begonnen bij de Vlinderbloemigen. Hopelijk onthoud ik het nu wel.  Het was een heel gepeuter omdat de meeldraden vergroeid leken met de vlag, maar dat waren ze niet. Dat leverde een belangrijk kenmerk voor de Luzerne op.

Rond tien uur hielden we het voor gezien. Een aantal van ons hebben nog even een glaasje gedronken en zijn toen ook naar huis afgereisd. 

Marja