Voorbeeldactiviteiten Scharrelkids

1. Zintuigen op scherp!

Ontdekkingstocht

Download checklist_observeren-beleven.pdf de checklist observeren en beleven, stuur de kinderen er op uit en laat ze de natuur in de omgeving beleven, en al hun zintuigen gebruiken. Laat ze bij terugkomst iets vertellen over wat ze allemaal hebben gezien en gedaan. Wat heeft het meeste indruk gemaakt? En waarom?

Blinde ontdekkingstocht

Houd een voeltocht door het park. Een kind is geblinddoekt en wordt begeleid door een ander kind, die hem van alles uit de natuur laat voelen. Ieder kind heeft oog voor wat anders, Wat voelt het fijnst? Was het spannend?
Het kan ook gewoon gezellig aan tafel. Doe kinderen een blinddoek om en leg voorwerpen uit de natuur op tafel. Laat kinderen alleen ruiken en voelen. Hoe voelt alles? Kunnen ze raden wat het allemaal is?

Dieren in de buurt

Ga met de kinderen dieren observeren, let ook op kleine beestjes. Welke dieren zien ze? Wie eten elkaar op? Als ze een klein diertje zien, laat ze het diertje een naam geven en observeren. Wat doet het diertje allemaal? Waarom zou hij dat doen?

Fotosafari

Houd een fotosafari en laat kinderen natuur fotograferen. Wat vinden zij natuur? Regel een aantal (wegwerp) camera’s of laat de kinderen met hun smartphone foto’s maken. Kijk met wat voor foto’s de kinderen terug komen. Bij terugkomst schrijven de kinderen allemaal iets op over hun fotosafari. Wat hebben ze gefotografeerd en waarom? Het is een leuk idee om deze teksten allemaal in te lijsten en ergens centraal in de buurt op te hangen als herinnering aan de dag.

Schors afdruk

Geef de kinderen papiertjes en waskrijtjes en laat ze een afdruk maken van de schors van verschillende bomen. Druk het papier op de schors en kleur het in met een waskrijtje. Zo komt vanzelf het schorspatroon op het papier te staan. Welke verschillen zien ze tussen de schors van verschillende bomen? Je kunt de papiertjes laten uitwisselen en kijken of de kinderen de bijbehorende boom kunnen terugvinden.

Natuur ondersteboven

Laat de kinderen eens op een andere manier door een stuk natuur in de wijk lopen (bijvoorbeeld een stuk bos of park). Laat ze in een rijtje lopen met een spiegel tegen de brug van hun neus aan, zodat ze naar boven kunnen kijken. Wat zien ze allemaal?

Voel de natuur

Laat de kinderen een natuurvoelbox maken. Laat ze eerst ergens een doos vandaan halen, bijvoorbeeld een schoenendoos thuis of bij de buren. Maak een gat in het deksel/de bovenkant van de doos. Daarna verzamelen de kinderen allemaal dingen uit de natuur in hun omgeving. Spreek duidelijk af wat niet mag (vieze dingen, afval, scherpe dingen). Dan laat ieder kind een ander kind dingen voelen uit zijn voelbox, zonder er naar te laten kijken. Laat de kinderen beschrijven wat ze voelen (ruw, glad, nat, droog, hard, zacht etc.) en daarna raden wat het is.

Geluidenkaart

Geef de kinderen potlood en papier en laat ze een plekje uitzoeken, waar ze met gesloten ogen gaan zitten. Laat de kinderen goed luisteren. Het papiertje is een kaart, laat de kinderen opschrijven of tekenen welke geluiden ze horen en waar ze de geluiden horen. Zo hebben ze na een tijdje een geluidenkaart, die ze met elkaar gaan vergelijken. Wie hoorde wat en waar kwam het vandaan?

Ontdek een boom

Voor in een park of een stukje natuur waar een aantal bomen staan: Koppel twee kinderen aan elkaar en geef een van de twee een blinddoek. Samen lopen de kinderen naar een boom toe, het kind met de blinddoek wordt begeleid door het kind zonder blinddoek. Laat het kind met de blinddoek een boom ‘ontmoeten’. Laat hem vragen beantwoorden als: Hoe voelt de boom, kun je de boom omhelzen, hoe ruikt de boom, zitten er takken of plantjes op de stam? Neem rustig de tijd om de boom te laten ontdekken. Loop dan met een extra rondje voor desoriëntatie weer terug naar de beginplaats. Doe de blinddoek af en laat het kind kijken welke boom van hem was. Neem ook hier rustig de tijd voor.

Natuur ruikt lekker

Laat de kinderen een en eigen natuurparfum maken door verschillende geuren uit de natuur te verzamelen en fijn te persen met behulp van een bakje en een vijzel. Daarna mogen ze het parfum aan iemand anders ‘verkopen’. Ze mogen alles vertellen over hun parfum en vertellen waarom iemand hun geurtje echt moet ruiken.

2. Zoek en verzamel!

Verzamel natuurschatten

Download checklist_zoeken-verzamelen.pdf de natuurschatten zoeklijst, deel deze uit en kijk waar de kinderen mee terug komen. Stal de gevonden schatten uit op een tafel en laat iedereen iets vertellen over de schatten. Welke schat vind je het mooist, en waarom? Zijn er ook dingen geweest die je niet mee wilde nemen?

Mini-tuinieren

Maak met de kinderen een eigen mini tuin. Vul een bak met aarde en mos en verzamel allemaal leuke dingen om in deze tuin te zetten; takjes, eikeltjes, blaadjes. Ontdek samen deze mini tuin. Welke vormen zien de kinderen? Hoe voelt alles? Welke diertjes zouden in deze mini tuin kunnen leven?

De natuur in kleur

Laat de kinderen op zoek gaan naar kleuren in de natuur. Niet alles in de natuur is groen. Geef ieder kind een briefje of een voorwerp (bijvoorbeeld een steentje) in een eigen kleur, anders dan groen, en laat iedereen zo veel mogelijk dingen uit de natuur verzamelen in zijn of haar kleur.

Verzamelkunstenaars

Laat de kinderen van alles verzamelen, of verzamel zelf van tevoren allemaal dingen uit de natuur om een kunstwerk van te maken. Denk aan bladeren, takjes, mos, dennenappels, zaden, gedroogde bloemen, steentjes. Kinderen kunnen overal wel wat leuks van maken. Zorg voor schildersdoeken en lijm. Samen een kunstwerk maken is nog leuker!

Afval verzamel race

Maak samen de buurt en de natuur schoon. Vraag de gemeente om prikkers, regel vuilniszakken en houd een afval verzamel race. De kinderen maken de buurt schoon en hebben een uitdaging! Wie komt terug met de volste vuilniszak?

Raad de tegenstelling!

Stuur de kinderen in groepjes van twee met een eierdoos op pad. Ieder groepje krijgt een briefje met een andere tegenstelling (bijvoorbeeld hard/zacht, donker/licht, ruw/glad, vochtig/droog) en zoekt voor deze tegenstellingen allemaal dingen uit de natuur. Vul de eierdoos voor de helft met de ene tegenstelling en voor de andere helft met de andere. Bijvoorbeeld: Rechts alle donkere voorwerpen en links alle lichte. Bij terugkomst wisselen twee groepjes hun eierdozen en mag het andere groepje raden welke tegenstelling zij hadden.

Vind de verdediging

Planten hebben slimme trucs om zich tegen de honger van dieren te beschermen. Bijvoorbeeld met stugge haartjes, stekels of doorns. Sommige planten hebben zelfs giftige bessen. Laat de kinderen zoeken naar alle verdedigingstrucs van planten. Welke kunnen ze vinden? En wist je dat je brandnetels kunt aaien als je ze alleen van onder naar boven toe aanraakt? De netels staan namelijk naar boven gericht!

Op zoek naar kriebeldiertjes

Laat de kinderen zoeken naar kriebelbeestjes. Wilde dieren zijn overal, zelfs onder je schoenen. Overal leven kleine diertjes. In de tuin, in de buurt, op de tegels, in de bosjes. Houd de kinderen lekker bezig door ze kleine diertjes te laten zoeken. Het is leuk om ze een loeppotje mee te geven, zodat ze alle diertjes goed kunnen bekijken.

  • Kijk op donkere, vochtige plekjes
  • Kijk onder elke steen.
  • Speur tussen planten, duw wat blaadjes van een plant opzij
  • Wie leven er in dood hout?

Leg een witte zak onder een struik of plant en schud de takken voorzichtig heen en weer. Kijk wat er op de zak ligt. Laat de kinderen een diertje kiezen en bekijken. Laat ze het diertje een naam geven. Laat de kinderen het diertje beter bekijken in een loeppotje en/of het diertje natekenen. Daarna worden alle diertjes natuurlijk weer vrijgelaten!

Geef de kinderen ook deze opdracht: Maak je zo klein mogelijk; stel je voor dat je zelf een klein beestje bent. Wat zie je allemaal? Kijk eens tussen grassprieten of op een boomschors. Zie je andere kleine beestjes? Hoeveel pootjes hebben ze? Hebben ze voelsprieten? Kunnen ze vliegen?

Slootdiertjes

Diertjes vangen is leuk voor jong en oud! Laat de kinderen samen met hun ouders zelf een schepnet maken (zie hieronder) of koop er een paar en kijk wat er allemaal leeft in de sloot. Met de zoekkaart waterdiertjes, die te bestellen is via de website, kun je kijken wat er allemaal is gevangen. Laat de wat oudere kinderen samen hun vangsten bespreken, waar in de sloot leven deze diertjes? Op de bodem, tussen de plantjes? En wie eet wie?

Maak een schepnet

Een schepnet is ideaal om onder water op ontdekkingstocht te gaan zonder zelf nat te worden. Heb je er geen in huis? Ze zijn meestal te koop bij een dieren- of speelgoed winkel maar je kunt er ook zelf een maken!

3. (Ver)bouwen

Kijk hoe het groeit

Laat de kinderen met hun ouders een tot twee weken voor aanvang samen zaadjes van rucola, radijs of sla kopen en thuis planten. De kinderen leren samen met hun ouders hoe de plantjes groeien en hoe ze de plantjes verzorgen. Het is natuurlijk ook super leuk om iets te doen met die plantjes! Organiseer een buurt picknick waar iedereen broodjes belegt met eigen gekweekte sla.

  • Tip: Zaai de zaadjes in de vorm van een letter of een figuur.

Tijdens een buurtpicknick kunnen kinderen ook insecten van dichtbij bekijken. Maak bijvoorbeeld een mierenstraat van suikerwater of bouw een insectenhotel.

Maak een mierenstraat

Maak een mierenstraat om mieren nog beter te bekijken. Mieren houden van zoetigheid. Zoek een mierenholletje en leg daar een wit papiertje bij. Meng een suikerklontje in een laagje water en druppel hier een mooi straatje van over je papier. Een ondiep schoteltje met suiker- of honingwater, fruit of jam zorgt er ook voor dat je mieren van dichtbij kunt zien. Je ziet hoe de mieren samenwerken om het eten te vervoeren.

Bouw een insectenhotel

Sommige bijen maken nestjes in de grond, maar de rest woont in andere nestjes. Bijvoorbeeld in bamboestokjes. De bijen leggen daar hun eitjes in. Metselbijen maken het einde van het stokje dicht met een propje klei. Behangersbijen maken muurtjes van blaadjes. Ze knippen een klein rondje uit een blaadje van bijvoorbeeld een roos, en nemen ze mee naar hun nesten. Het is super leuk om zelf een nest voor deze bijtjes te maken.

Wat heb je nodig?

  • Holle stengels van 15 – 30 centimeter (van riet, braam, vlier of bamboe)
  • Cilinder van steen of houten kistje

Aan de slag

  1. Zorg dat de stengels aan de achterkant afgesloten zijn en bundel de holle stengels horizontaal in de cilinder of het houten kistje.
  2. Zorg dat het kistje helemaal gevuld is met stokjes (hotelkamers).
  3. Plaats het insectenhotel met de ingang naar het zuiden.

Hutten bouwen

Laat de kinderen samenwerken en natuur hutten bouwen in het park. Maak eerst samen een plan. Zoek dingen in de natuur, ga bij de buren langs of zij nog spullen hebben, verzamel alles wat bruikbaar kan zijn. Er zijn vast nog mensen in de buurt die spullen in een schuur hebben liggen. Vind het uit, of doe een oproep. Zorg eventueel zelf voor gereedschap. Zoek uit wat ieders specialiteit is (bijvoorbeeld organiseren, ontwerpen, verzamelen, bouwen) en gebruik dit bij het samenwerken. Wie weet kunnen de hutten bij succes wel blijven staan voor latere activiteiten. En al worden de hutten zelf geen succes, een leuke dag en ervaring gegarandeerd!