Vogels
verslag Kraaijenbergse Plassen 7 februari 2026
Excursieverslag Vogelwerkgroep IVN Zuid-West Veluwezoom
7 februari 2026 – vogelexcursie Kraaijenbergse Plassen bij Cuijk

Er waren 12 deelnemers, inclusief de gidsen.
Het weer was prachtig, in het begin nog een beetje koud, maar de zon scheen, het leek wel vroeg lente.
In Renkum op het verzamelpunt hoorden we al diverse vogels zingen, zoals koolmees, groenling en zelfs een tjiftjaf!
En ook bij de plassen hoorden we al van alles zingen.

Kraaijenbergse Plassen,
Tot 1942 maakte het Kraaijenbergse Plassen-gebied deel uit van de Beerse Overlaat. Bij een hoge waterstand van de Maas stroomde het water via de Beerse Overlaat binnendijks richting Den Bosch. Het gebied had een agrarisch karakter waar in 1968 verandering in kwam toen de zandwinningsactiviteiten begonnen en de plassen langzaam zijn ontstaan. Met name industriezand zoals grind en klei werden hier gewonnen, ideaal als beton en metselzand.
In de eerste 20 jaar tot aan 1990 zijn de eerste vijf plassen gegraven. Plas 6 die westelijk van Plas 5 zou komen te liggen is nooit gegraven vanwege haar landschappelijke en natuurwetenschappelijke waarde. Sindsdien is dit gebied beschermd. Daarna werd besloten, met goedkeuring van de Provincie, de andere richting op te graven en ontstond Plas 7, ter grootte van maar liefst 175 hectare, die ook voor zandwinning werd gebruikt.
De Kraaijenbergse Plassen hebben een aanzienlijke bijdrage geleverd aan de nationale behoefte van deze grondstoffen die schaars waren en nog steeds zijn in Nederland. In 2014 heeft het laatste baggerschip de Kraaijenbergse Plassen verlaten, wat een einde bracht aan de zandwinningsactiviteiten. De contouren van de plassen hebben hun definitieve vorm gekregen. Er is in totaal 30.000 ton industriezand, 4.000 ton grind, 2,5 miljoen m3 ophoogzand en 1 miljoen m3 klei gewonnen. Er is een plassengebied ontstaan dat zich uitstrekt van de Cuijkse haven in het oosten tot Gassel in het westen en van de Maas in het noorden tot Beers in het zuiden. Het dorp Linden is hierdoor vrijwel omringd door water en bijna een eiland geworden.
Doordat in 1991 de oorspronkelijke waterloop werd verlegd is de waterkwaliteit enorm verbetert. Sindsdien worden de plassen namelijk gevoed door grondwater van een goede kwaliteit, zodat het ook veilig en lekker is om te recreëren.
Want in de loop der tijd is een deel van deze plassen ingericht voor recreatie, terwijl een ander deel, onderdeel van een nieuw ingericht natuurgebied uitmaakt. Naast Plas 5 vindt men nog twee kleinere plassen. Het Gat van Geluk; een kleiwinningsput ten behoeve van dijkversterking is momenteel in gebruik als visvijver. Het Ganzenorgel is een rustgebied voor waterdieren, een verveend wilgenmoeras. Plas 9 wordt ook wel de Heeswijkse Plas genoemd.
In die bijna halve eeuw is er dus heel veel veranderd. En nog steeds blijven de Plassen veranderen in een uniek stuk recreatie en natuurgebied. Bron:https://www.kraaijenbergseplassen.nl/over-de-kraaij/ontstaan/
Zie ook: https://www.brabantslandschap.nl/ontdek-de-natuur/kraaijenbergse-plassen

In eerste instantie reden we naar een wildscherm met uitzicht op Plas 7. Daar hebben we een hele tijd gestaan met mooi uitzicht vanaf een dijk/pier met water aan alle kanten.
We zagen er aalscholvers met hun vleugels wijd in de zon. Er vlogen steeds ganzen en kleine zangvogels over, bijvoorbeeld veldleeuweriken. En ook zagen we een vlucht toendrarietganzen, mooi te zien met donkere kop en hals, ietsje kleiner als grauwe ganzen. De roep van deze rietganzen is moeilijk te onderscheiden van dat van de grauwe ganzen, hoewel het omschreven wordt als: lage fagotachtige roep. De Merlin-app determineerde deze soort steeds als kleine rietgans, maar die was het echt niet. Zie ook: https://vogelskijken.nl/vogels-herkennen/zo-herken-je-de-toendrarietgans/

Daarna zijn we gaan wandelen bij Plas 5, dat ingericht is en beheerd wordt als natuur door Het Brabants Landschap.
Vanwege de modder en de stekelige meidoorns was het te moeilijk om helemaal rond de plas te lopen, maar we zijn zover gegaan als we konden en vonden daar een mooi plekje aan het water, waar we met de telescoop van alles hebben gezien.
Bijvoorbeeld de grote zaagbekken en de nonnetjes Beide zijn het zaagbeksoorten: Mergus merganser en Mergellus albellus. Samen met de middelste zaagbek, Mergus serrator, zijn dit de driezaagbeksoorten die in Nederland overwinteren.
De middelste zaagbek zien we vooral aan de kust (maar ook weleens in het binnenland) en de grote zaagbek is in het hele land te vinden op rivieren en grotere meren. Het nonnetje komt meestal wanneer het heel koud is in noordelijke streken en als er grote delen van de Oostzee zijn bevroren.
![]() |
| Grote zaagbekken (waarneming.nl van Elst) |
![]() |
![]() |
| Nonnetjes (waarneming.nl van Elst) | Middelste zaagbekken (waarneming.nl van Elst) |
Terug wandelend, nou ja, glibberend over een modderpaadje langs een rietveld (van Plas 7), was een van ons zo onfortuinlijk om een modderfiguur te slaan. Gelukkig was de glijpartij niet pijnlijk….
Weer op vaste grond aangekomen wachtte ons een hele leuke verrassing: twee ransuilen in de bosjes. We hebben er een tijdje staan kijken en foto’s gemaakt.
De ransuilen zaten dus niet in een roestboom, maar in een grote struik. Ik heb nog eens wat informatie over de ransuil nageslagen:
![]() |
![]() |
In Nederland is de ransuil naast de bosuil, de meest voorkomende uilensoort. Ongeveer zo groot als een kraai met opvallende helder oranje ogen en grote oorpluimen. Is een echt nachtdier die men overdag zelden te zien zal krijgen. Alleen ‘s winters wel eens in groepjes te zien aan de buitenkant van bij voorkeur coniferen, maar ook in struiken en klimop alwaar ze zich lijken op te warmen in het zonnetje. Bij gevaar maakt de ransuil zich klein en neemt een gespannen houding aan. Voelt de ransuil zich op zijn gemak dan wordt zijn contour plomper. Leeft voornamelijk van muizen en spitsmuizen, maar ‘s winters slaat hij in de schemering ook wel kleine vogeltjes. Als broedplaats kiest hij meestal verlaten nesten van vogels als kraaien en duiven. Maar nestelt ook wel op de grond. Bron: waarneming.nl
Vanwege de modderige schoenen, kleding, zijn we na afloop niet naar een restaurant gegaan.
Marleen heeft weer de waarnemingen bijgehouden, 52 soorten: zie einde bericht.
De vogelwerkgroep krijgt het weer druk, we zijn al begonnen met een inventarisatie van bosuilen en vanaf begin maart gaan we weer om de twee weken de broedvogeltelling in de Jufferswaard / Noordberg in Renkum doen.
Volgende maand, 14 maart, is er een excursie gepland in het Renkums Beekdal.
Een uitnodiging met details volgt nog.
Met vriendelijke groet,
Els Roode
Vogelwerkgroep IVN Zuidwest Veluwezoom.
Waarnemingenlijst:
| 1 | aalscholver | 27 | kuifeend | |
| 2 | blauwe reiger | 28 | meerkoet | |
| 3 | boomkruiper | 29 | merel | |
| 4 | brandgans | 30 | muskuseend | |
| 5 | brilduiker | 31 | nijlgans | |
| 6 | buizerd | 32 | nonnetje | |
| 7 | casarca | 33 | ooievaar | |
| 8 | Cetti’s zanger | 34 | pimpelmees | |
| 9 | ekster | 35 | putter | |
| 10 | fuut | 36 | ransuil | |
| 11 | gaai | 37 | roodborst | |
| 12 | grauwe gans | 38 | slechtvalk | |
| 13 | grote bonte specht | 39 | smelleken | |
| 14 | grote canadese gans | 40 | staartmees | |
| 15 | grote zaagbek | 41 | stormmeeuw | |
| 16 | grote zilverreiger | 42 | tafeleend | |
| 17 | heggemus | 43 | toendrarietgans | |
| 18 | houtduif | 44 | torenvalk | |
| 19 | huismus | 45 | veldleeuwerik | |
| 20 | hybride knobbel-/ zwarte zwaan | 46 | vink | |
| 21 | kauw | 47 | wilde eend | |
| 22 | kievit | 48 | winterkoning | |
| 23 | knobbelzwaan | 49 | wintertaling | |
| 24 | kokmeeuw | 50 | witgat | |
| 25 | kolgans | 51 | zilvermeeuw | |
| 26 | koolmees | 52 | zwarte kraai |




