Paddenstoelen

Als je het bosje bij het Holtveen in loopt en je kijkt even goed rond dan zie je al gauw een stuk of twintig verschillende soorten paddenstoelen. Prachtig! Trots! Maar als je bedenkt dat er in de provincie Drenthe meer dan 2000 soorten paddenstoelen voorkomen, staat deze bescheiden natuurvorser weer met beide benen op de vochtige grond. En het klopt ook wel: het aantal paddenstoelen bij het Holtveen is niet erg groot vanwege de stikstof uit de nabijgelegen akkers. Als je wat verder rondkijkt in onze mooie omgeving zie je veel meer, bij Vosbergen bijvoorbeeld of het Mensinge bos.

Paddenstoelen zijn eigenaardig. In een vochtige omgeving steken ze massaal de kop op, alsof ze onder het oppervlak gewoon zaten te wachten. En feitelijk is dat ook zo. Het zijn geen dieren maar ook geen planten, ze hebben geen bladgroen om zonlicht op te vangen. Ze kunnen groeien in het donker. De stof waaruit paddenstoelen zijn opgebouwd komt in het plantenrijk niet voor: chitine. Je vindt die stof ook in het pantser van insecten. Geen dieren, geen planten, wat dan wel? Paddenstoelen blijken het zichtbare gedeelte te zijn van een draderige massa die onder de grond of in het hout leeft. Samen met de paddenstoel noemt men die massa een zwam. Naast dieren en planten hebben we dus nog een derde groep levende organismen: de zwammen.

Die bekende rooie met zijn witte stippen tref je meestal aan bij berkenbomen. Zo hebben veel paddenstoelen een duidelijke voorkeur voor bepaalde bomen of planten. Eekhoorntjesbrood en vliegenzwam leven in een soort symbiose met boomwortels. De paddenstoelen krijgen suikers uit die wortels in ruil voor water en mineralen. Honderden soorten komen exclusief voor in naaldbossen en honderden andere soorten bij voorkeur op dood hout.  

De paddenstoel is het voortplantingsorgaan van de zwam. Op of in dit vruchtlichaam worden de sporen gevormd, soms tussen de plaatjes onder de hoed, soms in de buisjes van de hoed. Sommige paddenstoelen zijn feitelijk niks anders dan een zak vol sporen, zodra die sporen rijp zijn barst de zak open en worden de sporen verspreid. Een paddenstoel produceert heel veel sporen om meer kans te maken op voortplanting (komt ons bekend voor…). Het minste zuchtje wind is genoeg om ze ver weg te laten waaien, tot zelfs over zeeën en oceanen! Als een spore op een geschikte plaats terecht komt, ontkiemt hij en groeit er een schimmeldraadje uit. Een mannelijk schimmeldraadje gaat versmelten met een vrouwelijk exemplaar en de zo ontstane hyfe groeit vervolgens uit tot een dicht netwerk, de zwamvlok of het mycelium. En uit deze zwam groeien volgend najaar weer mooie paddenstoelen, ook bij ons in Vries.

Bram Visch, Kor Mulder, Heim Meijerink (foto: Wil Folkers)