Close-up van een doorschijnende, hartvormige zaaddoos met groene stengel tegen een wazige groene achtergrond. Bomen en struiken

Vruchten en zaden, daar draait het om

In de lente was mijn motto: naar de knoppen gaan. Ik stond stil bij het prille begin van bloemen en bladeren. De bladeren van die loofbomen, zette ik in de zomer op de voorgrond, nu is het tijd om te kijken naar de vruchten en zaden die dankzij de bloemen inmiddels volop te bewonderen zijn.

Al wandelend zie ik overal om me heen bomen, vol met vruchten. Althans, dat is denk ik wat ik zie. Want wanneer is er sprake van vruchten en wanneer van zaden?                                                                                             Het gevleugelde zaad van de iep, net een eitje.

Het verschil

Alle planten die bloemen maken, maken vruchten en zaden. Het zaad bevat een plantje in wording, daarbij weinig water maar wel veel voedingsstoffen. Zo kan het zaad overwinteren, lange tijd in de grond overleven. Het zal ontkiemen bij de juiste temperatuur, voldoende water, zuurstof en licht. Tot die tijd heeft het zaad bescherming nodig.  Zijn taaie zaadhuid zorgt hier voor. De vrucht is ook zo’n  beschermende laag. Het is het deel van de bloem dat rondom het zaad (de zaadjes) komt, dient als een soort vervoermiddel, om zo het vele zaad ver van de moederplant de beste kans te geven om zich te ontwikkelen. Want de plant wil zich voortplanten, voortbestaan. Daarvoor moet een enkel zaadje in ‘goede aarde vallen’ en tussen alle concurrentie tot bloei komen.

Het lege napje van het beukennootje (fluweelzacht van binnen), het zaadje laat met het ‘hoedje’  nog net de beschermende laag zien, de kiembladeren, en tenslotte de bladeren en de bloemen.

Veel diversiteit

Groene vruchten en noten aan bomen, met bladeren en takken op de achtergrond.Oké, ik kijk dus naar de vrucht. Daarbij zie ik heel veel diversiteit. Eerder dit jaar was de straat wit van de pluizige zaden van de populier. Nu zie ik vlezige vruchten, zoals appel, kers of bes. Droge, harde vruchten die openspringen, zoals de peul van de robinea, de paardenkastanje. Maar ook de droge, harde vruchten die niet openspringen, zoals eikel, hazelnoot,  en de gevleugelde noten van es, iep en esdoorn.De walnotenboom heeft gladde vruchten, de kastanje stekelige vruchten. Kortom, er valt genoeg te beleven.
Al die verschillen hebben uiteraard een functie. Ze helpen op hun eigen wijze bij de verspreiding van het zaad.

Gladde walnoot, eikel nog verborgen in het napje, de tamme- en de paardenkastanje.

 

Het zaad gaat op reis met eigen vervoer

– de wind (en daarbij thermiek): de wilg maakt hier bijvoorbeeld gebruik van, evenals de populier. Een populier kan wel tot 28 miljoen zaden produceren, die met droog weer losgelaten worden. Het gaat hier om heel lichte zaden. Ook de berk, die door de wind bestoven wordt en dan veel hooikoorts veroorzaakt, Esdoorn, es en linde krijgen elk jaar veel vleugeltjes.               verspreid de zaden via de wind. Er is dan sprake

van zwaarder zaad, dat dankzij een of twee vleugels het luchtruim kiest. Dit geldt ook voor de zaadjes van de esdoorn, iep, es en linde. deze laatsten versieren al weken lang alle stoepen in onze buurt.
Dan is er nog de plataan met de vruchtbollejtes, net kleine bitterballen, waarvan de vele kleine zaadjes vederlicht zijn en dus ook prima door de wind meegenomen kunnen worden.

De zaadjes van de plataan, die vanuit de prachtige rode bloeiwijze ontstaan.

water: zaden die drijven kunnen door water heel ver meegenomen worden, en bij overstromingen ook landinwaarts terecht komen. Aan de slootkant vind je daarom ook planten waarvan de zaden goed kunnen drijven. Zo ook het zaad van de els, een boom die graag op vochtige plaatsen vertoeft. De 3 mm grote nootjes uit de elzenpropjes, worden door de wind meegevoerd. Eenmaal in het water kunnen ze door hun kurklaag en luchtgevulde holten prima drijven. Pas als de kurklaag verteert, zinkt het zaadje. Vrij logisch dat de nakomeling dus weer aan het water staat. Zwemkampioen is de kokosnoot, die dankzij de met luchtgevulde holte heel ver kan komen, ook al is hier sprake van een heel grote noot.

dieren: zaden kunnen meeliften met vogels, herten en zwijnen, doordat ze haakjes hebben of kleven. Maar ook doordat de dieren vlezige vruchten eten, zoals kersen en bessen, om daarna de zaden weer onverteerd uit te poepen. Inmiddels zijn die zaden wel door het maagzuur bewerkt en kunnen daardoor beter kiemen, soms is dit zelfs een voorwaarde wil het zaad ontkiemen. Zaden verzamelen als wintervoorraad (door Gaai, Muis, Eekhoorn) om vervolgens vergeten te worden, werkt mee aan de verspreiding van bijvoorbeeld walnoten en hazelnoten.

mensen: ook hier is de impact van de mens op de natuur aanwezig. In vroeger tijden door het meenemen van exotische zaden, nu via de landbouw of via het handelsverkeer. Denk maar eens aan het water dat als ballast mee komt met schepen, en hier geloosd wordt, al dan niet met meegelifte zaden. Tenslotte kleven aan kleding en schoeisel ook menig zaad.

Dankzij mijn wandeling ben ik weer eens van alles over vruchten en zaden gaan bekijken. Voor mij een ontdekkingstocht, wellicht ook voor jou?

Tekst en beeld: Corlène van den Camp

Ontdek meer over

Deel deze pagina