Bomen en struiken
Bo(o)mbast
In eerdere artikelen besteedde ik aandacht aan knoppen, bladeren, vruchten en zaden van bomen. Deze keer wil ik mijn tocht langs bomen afronden door eens te kijken naar de stam, de takken. Is de bast van een boom bombastisch en dus alleen gericht op uiterlijk vertoon, of heeft hij een functie? Wat valt er te weten, te beleven? Welke feitjes zijn er, maar vooral: wat prikkelt mijn fantasie?
Al wandelend zie ik heel grote verschillen. Van glad tot pokdalig. Met zogenaamde ogen, daar waar takken afgevallen zijn. Pastilles op de bast bij de witte abeel. Bomen die soms vgeenkleurig zijn, soms een heel kleurenpalet vertonen.
Zo is er de gladde bast van de beuk. Dun, kwetsbaar en gevoelig voor zonnebrand. Zelf heeft hij daar een prima overlevingsstrategie voor ontwikkeld. De takken hangen naar beneden, beschermen de stam. Staat diezelfde beuk echter in een laan, dan heeft hij die takken niet nodig, zijn soortgenoot beschermt hem wel. Ja, totdat die soortgenoot gekapt wordt. De volle zon kan ineens enorme schade aanrichten. Niet voor niets wikkelen mensen dan een soort jute om de stam.
Een douglas kampt met heel andere problemen. Hij groeit zo snel, dat hij letterlijk uit zijn vel barst, omdat de schors niet elastisch is. Van dichtbij zie je dan ook een heel divers landschap met hoogtes en laagtes, met di-
verse kleuren. De berk lost deze snelle groei op door
delen van de bast los te laten, je ziet de vellen er letterlijk bijhangen.
In Nederland zie je bij de gladde iep, amberboom of kardinaalsmuts op de jonge twijgen de bast in eerste instantie als kurklijsten groeien. Deze lijsten zijn vleugelvormig, ontmoedigen wellicht vraat door dieren. De kurkeik in Portugal vormt een zeer dikke bast, waarvan de kurklaag na 10 jaar geoogst kan worden. Men maakt er bijvoorbeeld kurken voor wijnflessen van.
Op de stam van naaldbomen zie je harsblaasjes, waarin taai, kleverig hars zit. Deze hars zit van nature in de naaldboom. De boom produceert de hars als deze beschadigt is, bij stress, om zich te beschermen tegen virussen, ongedierte. Hars kent vele toepassingen. Het wordt toegevoegd aan papierpulp om het papier beschrijfbaar en bestand tegen vocht te maken. In een pleister zit het vaak als kleefmiddel. De strijkstok van de viool wordt ermee ingesmeerd, mensen gebruiken het als ontharingsmiddel.
Wanneer een prunus last heeft van de zogenaamde gomziekte, duwt de aangetaste boom de bacteriën naar buiten en wordt een soort hars zichtbaar. Kijk je goed dan zie je op de stam van zo’n prunus ook de lenticellen zitten. Een soort huidmondjes, die zorgen dat het levende weefsel voldoende zuurstof op kan nemen.
Callusvorming, warrelknoesten
Wanneer een tak afbreekt, of de bliksem de boom treft, ontstaat ter plekke een wond. Daar is de boom vatbaar voor bacteriën, schimmels en insecten, waardoor hij ziek kan worden, rotten of sterven. De boom zal van nature ter plaatse wondhout aanmaken, oftewel callus. Daarmee zal de wond overgroeien.
Ook insectenvraat of een infectie veroorzaakt door een bacterie moet aangepakt worden. Wanneer de boom een tumorachtige groeiaandoening vormt op deze plek, spreken we van een warrelknoest, wortelhout of maserknol.De passieve groeiknoppen schrikken wakker en beginnen als een bezetene te groeien. Er ontstaat een opeenhoping van knoppen / takken / wortels. Het hout aldaar is stroperig, hard en moeilijk te splitsen en snijden, maar scheurt minder gauw. Een warrelknoest van de juiste boom (bijv. taxus, eik) kan veel geld opbrengen, aangezien kunstenaars er prachtige voorwerpen van maken, jaguar er ooit zelfs het dashboard mee verfraaide.
En soms levert die warrelknoest of de gehavende boomschors, een prima voedingsbodem voor mijn fantasie. Ik hoop dat dit voor jou ook geldt.
Tekst en beeld: Corlène van den Camp