Eelde-Paterswolde
Vogels
donderdag10jun2021

Op zoek naar een heel bijzonder uiltje

Afgelopen zaterdag was het zover. Een team enthousiastelingen van de steenuilenwerkgroep Eelde / Paterswolde / Vries verzamelde zich op het erf van Enid Hirschler in Donderen. Met ladders, klimtuig en gereedschap in de aanslag, helemaal klaar om een paar wel hele kleine bijzondere uiltjes te laten ringen door ringer Rinus Dillerop.

Al vele jaren op rij zorgt hier een echtpaar steenuil voor succesvol nageslacht. En na wat tegenvallers dit jaar kon de werkgroep wel wat succes gebruiken. Jammer genoeg lijkt ook dit keer het resultaat mager. Vier eieren, maar waar zijn die uilskuikens die er allang hadden moeten zijn?

In gesprek met Ronand Valstar van de steenuilen werkgroep Donderen, Yde en Vries over waarom het dit jaar nog niet loopt zoals hij graag zou willen. En waar de passie voor dit malle kleine uiltje toch vandaan komt.

Van alle vogels die je kunt beschermen, kies je voor zo’n apart klein uiltje. Waar komt die passie voor de steenuil vandaan?
Eigenlijk is het een beetje toevallig op mijn pad gekomen. Ik was met mijn vrouw onderweg in Zuidwest Drenthe en zag een beetje rare forse merel op een paaltje zitten. Nu weet ik wel wat van vogels, maar een rasechte vogelspotter ben ik niet. Toen ik beter keek zag ik al snel dat er op deze merel wel een heel raar gezichtje zat. De ogen waren veel te groot en hij had een houding die niet helemaal klopte. Dichterbij zag ik dat het echt een mini-uiltje was en ik was toen al meteen verkocht en vond het een heel intrigerend vogeltje.

Toen ik er meer over las ontdekte ik dat het een mysterieus beestje is. Zo klein als ie is, zo sterk en krachtig is hij ook. Ondanks zijn formaat pakt hij gerust een dikke veldmuis of een jonge spreeuw. Op het eerste gezicht denken sommigen misschien dat het een sukkeltje is. Zo verdrinken de jongen nog in een bak water als je niet oplet. Maar juist als je klein bent, moet je snel leren hoe je moet overleven. En dat snappen ze dan ook heel snel. Dan moet je dus wel een heel intelligent vogeltje zijn. Nadat Anne van de Zijpp vanuit IVN Eelde een werkgroep opstartte vroeg Erna van Elk van IVN Vries of ik dat hier ook wilde doen. En zo is het begonnen. Nu doe ik dat al een jaar of drie samen met Pieter Boekel, Ronald Pauw, Paul de Vries en Michiel de Leeuw.

Wat doen jullie als werkgroep?
We werken samen met drie andere sub werkgroepen in de “Steenuilenwerkgroep Eelde/Paterswolde/Vries” en zijn actief in alle omliggende dorpen en gebieden. Ons werk begint al in februari. Dan doen we onze ronde langs de kasten die we hebben opgehangen om te horen of er uiltjes actief zijn. Dat begint met het afspelen van de territoriumroep van het mannetje. Met een beetje geluk reageert er dan een echt steenuiltje. Eind april gaan we dan in de kasten kijken of er wat gebeurt. We komen dan ook vaak kasten tegen die door andere vogels bevolkt worden. Spreeuwen en mezen maken ook dankbaar gebruik van de door ons gemaakte steenuilenkasten. Die ‘krakers’ laten we lekker zitten natuurlijk. Bij de kasten waar we een legsel vinden komen we na een aantal weken terug, hopelijk om jonge uiltjes te kunnen ringen. Vorig jaar is dat door de corona maatregelen niet gelukt, maar het jaar daarvoor kon dat bij 4 jongen.

Dat ringen doen jullie om onderzoek te doen, maar wat wil je vooral weten?
Het is vooral interessant om te zien waar onze uiltjes naartoe vliegen. De steenuil is behoorlijk honkvast. De meeste jongen broeden het jaar erna een paar honderd meter verderop. Dat maakt een populatie ook kwetsbaar. Als het ergens in een gebied slecht gaat, dan duurt het soms heel lang voor ze er weer terugkeren, als dat al gebeurt. En omdat ons gebied zo’n beetje aan de noordkant van alle leefgebieden zit komt er ook niet zoveel aanvliegen van andere gebieden. Maar gelukkig komt er heel soms ook een uiltje van verder weg. Dat is hier ook al een keer gebeurd met een uiltje uit Balloo. Hoe de uiltjes zich verspreiden is voor ons weer belangrijk om te bedenken waar we onze kasten op willen hangen. Je wilt toch proberen kleine leefgebieden aan elkaar te koppelen zodat de populatie sterker wordt en bestand is tegen een jaar waarin het een keer tegenvalt. Zoals dit jaar dus.


Wat maakt dit jaar tot een belabberd steenuilenjaar?
We hebben nog geen jongen kunnen ringen dit jaar. We hoopten er vandaag hier vier te kunnen ringen, maar dat is niet gelukt. Misschien komt het door de vorst eerder dit jaar. Die hakte er natuurlijk wel even in, een steenuil is maar klein en kan niet lang zonder voedsel. Maar we hoorden daarna toch genoeg uiltjes her en der. Mogelijk dat het natte koude voorjaar ook niet echt geholpen heeft. Insecten zijn nu later dan normaal. En de steenuil heeft wel een gevarieerd menu met muizen en wormen, maar moet het deze tijd vooral van mestkevers en meikevers hebben. Misschien dat die er wat te laat zijn.

Ai een domper dus? Blijft het beschermen dan nog wel leuk?
Ja een beetje een domper is het wel. Maar er is hier ook een lichtpuntje. Het vrouwtje dat hier op het nest zit heeft nog geen ring. Die moet dus ergens anders vandaan zijn gekomen, of van een natuurlijke broedplek hier ergens in de buurt. Dat is mooi om te zien. En natuurlijk blijft het leuk, ook als het een jaartje tegen zit. Het is mooi om jongen uit te zien vliegen uit een nestkast die je zelf hebt opgehangen. Of het jaar erna een jong met een eigen nest terug te vinden, of om te horen dat een jong uit jouw gebied verder weg op eieren zit. Maar het leukste is misschien nog wel het contact met de mensen die een nestkast willen op hun erf. Het zijn mensen die graag bezig zijn met de natuur en alles wat er om hun erf groeit en vliegt. Die bezoekjes aan de nestkasten gaan altijd gepaard met veel gastvrijheid en soms zelfs met koffie en gebak. En dan wil de planning wel eens helemaal in de soep lopen en merk je dat na drie bezoeken de dag al voorbij is, terwijl je er tien wilde doen op een dag.

Hoe gaan jullie nu verder?
We gaan eerst goed in de gaten houden hoe het met dit broedsel afloopt. En steenuilen hebben soms meerdere legsels per jaar, dus wie weet wordt het nog wat.  En dan gaan we in het najaar weer rond om de kasten schoon te maken. Die hoeven niet al te goed schoon trouwens. De mooiste nesten vonden we soms op een dikke stapel nestmateriaal. En we kijken of de kasten nog steenmarter-veilig zijn. Een prachtig beestje, maar ook superslim in het kraken van onze kasten. Ondanks veiligheidssluisjes van hout en metaal komt dit slimme roofdiertje vaak een nestkast binnen om de eieren of jongen te pakken te nemen.

Wat kunnen mensen doen om te helpen bij de bescherming?
Er bestaat een erfwijzer over wat een goede inrichting is van je tuin, maar eigenlijk komt het er gewoon op neer om niet alles op te ruimen. Laat een stapel hout of dakpannen lekker liggen in een hoekje van de tuin. Dat trekt muizen en insecten aan en daar leven steenuilen van. En de uitjes zijn niet schuw. Ze zoeken graag onze erven en tuinen op. Het zou ook heel fijn zijn als mensen het aan ons melden als ze zelf een uiltje horen of zien. Het geluid is niet zo goed na te doen en het klinkt nog het meest als een fel pieuuuw pieuuuw. Als je het eenmaal hebt gehoord herken je het gelijk. Ook zijn we heel blij met de financiële hulp die we vorig jaar kregen. Met bijdragen van de Rabobank, het IVN en een gulle gift, konden we goede ladders en klimharnassen aanschaffen. Je wilt toch wel een beetje veilig naar boven en vooral weer veilig naar beneden. Met al die hulp kunnen wij ook de komende jaren nog volop aan de slag. Het streven is om ieder jaar meer uiltjes uit te laten vliegen. En het zit dit jaar misschien een beetje tegen. daar staan ook weer succesjaren tegenover. En het mooiste is als we na een paar van die succesjaren ook het aantal gebieden uit kunnen breiden. Met de inzet van enthousiaste vrijwilligers, de werkgroepen en al die enthousiaste buren met koffie en gebak en hun liefde voor dit bijzondere uiltje weet ik zeker dat dat gaan lukken.

Meer weten
Meer weten over de steenuil en hoe je zelf je erf of tuin in kunt richten? Download hier de erfwijzer
Meer weten over de steenuilen werkgroep of hoe je zelf actief kunt worden

Tekst en foto Roger Groesz