Column week 9, Blij met Bollen

Zo’n grauwe winterdag. Grijs en saai. Of toch niet ? Ik speur al vanaf januari in mijn tuin naar die hoopgevende groene puntjes die boven de grond komen. De bollen lopen uit. Ze laten zich niet weerhouden door weersomstandigheden. Bij erge kou gaat het misschien iets minder snel maar ze stoppen niet. Ze willen gewoon erg graag in de donkere wintermaanden een sprankje hoop geven. Het verlangen dat wij hebben naar frisgroen, kleuren en geuren, zoemende eerste hommels…
Daarom ben ik ‘Blij met Bollen’. Ook al heb je maar ruimte om één pot ergens neer te zetten of op te hangen aan beugels voor je raam: plant in het late najaar bollen (want ze hebben een koude periode nodig) en je zult geen blue monday hebben ('Blue Monday' valt meestal op de maandag van de laatste volle week van januari, maar soms ook op de derde maandag van januari).
En iedereen kan bollen planten. Daar hoef je geen tuinier voor te zijn. Het enige dat je moet weten staat op de verpakking. Laat je fantasie het werk doen, zodat je bloei hebt van januari tot ver in het voorjaar /voorzomer!!! Voorjaarsbollen stellen weinig eisen, ze kunnen zowel in de schaduw als in de zon staan. Als ze in de schaduw staan heb je er vaak nog langer plezier van. Wel komen ze wat later tot bloei dan bollen in de volle zon.

Bolgewassen worden tot de stinzenplanten gerekend. Deze werden vanaf circa de 16e eeuw aangeplant op buitenplaatsen, rondom kastelen en landhuizen. Ze zijn daar verwilderd en ingeburgerd. Een stins is een Fries woord dat zowel in Nederland als in Duitsland gebruikt wordt om een burcht of een landhuis mee aan te duiden. Bewoners van stinzen konden het zich permitteren voorjaarsbloeiers rondom hun huis te planten. De naam "stinzenplant" duikt voor het eerst op in historische beschrijvingen uit 1932. Van oorsprong komen stinzenplanten van elders. Soms zijn dit andere delen van Nederland, maar vaak ligt hun oorsprong verder bij ons vandaan. Ze zijn door avonturiers en botanisten 'ontdekt' en geïntroduceerd in West-Europa. Zo hebben de heren C. Clusius (1526 - 1609), W. Robinson (1838 - 1935) en gebroeders Cornelis en Marinus van Tubergen (eind 19e eeuw) vele nieuwe soorten en cultivars op hun naam staan.

Na deze geschiedenisles is het vooral leuk om te weten dat de ‘voorouders’ van jouw sneeuwklokjes, sterhyacinten, winterakonieten, krokussen, boshyacinthen enz. met hun wortels in buitenlandse aarde hebben gestaan. Toch wel een beetje internationaal: jouw kleine bloempot/-bak of voortuintje. Geniet ervan!

Elza Vis, IVN-natuurgids

Digitale krantversie Column 2020-09, 25 februari 2020, pagina ?

Naar columns 2020

Vind je dit leuk? Steun ons en word lid!

Word lid