Column week 43, Roodborst hier, roodborst daar, ja het zijn er veel dit jaar?

Waar ik de laatste tijd ook wandel of fiets, in groten getale zie ik roodborstjes.
In de vogelliteratuur (waar ze tegenwoordig roodborsten worden genoemd) valt te lezen dat het niet al te vriendelijke beestjes zijn die elkaar niet in hun territorium dulden. Tijdens het broedseizoen zit er niets anders op en moeten mannetjes en vrouwtjes het, voor instandhouding van de soort, noodgedwongen een poosje met elkaar uithouden. Maar daarbuiten zouden ze elkaar niet kunnen luchten of zien. Wie schetst mijn verbazing daarom dat ik kort geleden maar liefst drie roodborsten op een rijtje zag. Goed, een beetje overdreven: twee zaten er dicht bij elkaar op het muurtje voor ons raam en een derde scharrelde in het gras rond, maar toch. Of die keer dat ik de oude spoorbaan in Vinkeveen opliep en maar liefst vier roodborsten om me heen tekeer hoorde gaan. Nou kan het zijn dat mijn waarneming - ongebruikelijk veel roodborsten - vertekend is. In de winter houden tenslotte de meeste vogels hun snavel maar het is juist de roodborst, naast de winterkoning, die je vrijwel als enige nog hoort zingen. En dan val je natuurlijk extra op. De winterkoning zingt altijd het zelfde, vrij uitgebreide lied met tegen het eind een snerpende roller. En dan ook nog eens met volle overtuiging, zeker voor zo’n klein vogeltje. De roodborst heeft een kristalhelder, tinkelend maar aarzelend liedje. Alsof hij iedere keer even nadenkt wat hij nu weer zal zingen en zich halverwege alweer bedenkt. Ook hoor je hem de hele tijd waarschuwen met scherpe, vrij snerpende klikken. Bovendien zingen bij de roodborsten, vrij ongebruikelijk, zowel het mannetje als het vrouwtje dus je hoort ze ook nog eens dubbel zoveel. Aan de andere kant zou mijn waarneming ook wel eens kunnen kloppen. Roodborsten zijn hoofdzakelijk insecteneters en hebben de neiging om, als het kouder wordt, naar warmere streken te trekken. Ze kunnen in de winter hun dieet echter ook met zaden en bessen aanvullen en besluiten om hier te blijven. De trek is tenslotte niet zonder gevaren en onze winters zijn ook niet meer wat ze geweest zijn. Tegelijkertijd komen wat minder kouwelijk aangelegen familieleden, die broeden in Scandinavië, in de winter naar onze contreien afzakken. Als ‘onze’ roodborsten nu eens op wat grotere schaal besloten hebben om hier te overwinteren terwijl de Noordse familie ook aan is komen waaien, dan zou mijn waarneming dus wel kunnen kloppen. Erg vind ik het natuurlijk niet: het zijn prachtige vogeltjes en hun heldere tinkelbelletje in deze stille tijd doet me goed. Ik ben benieuwd of u er ook zoveel ziet de laatste tijd!

Sep Van de Voort,
IVN-natuurgids

 

Digitale krantversie Column 2020-43, 21 oktober 2020, pagina ?

Naar columns 2020

Vind je dit leuk? Steun ons en word lid!

Word lid