Column week 4, Wachten…

Als ik eind december, begin januari mijn (buurt)wandelingen maak geniet ik van de frisheid en de winter. Vooral als de temperatuur zo rond het vriespunt is. Dat is heerlijk. Maar dan, vanaf midden januari begint het toch te kriebelen. Dan komt er bij het genieten, het wachten. Het wachten op tekenen van eh…..hoe zal ik het zeggen, ik kan er niet omheen: het voorjaar.

Begin december plukte ik wat hazelaartakken waaraan nog wat herfstig blad hing. Maar het ging mij om de dikke katjes. Ik zette ze in mijn buiten wintervaas die voor het raam staat. Gewoon vullen met water en de natuur heb je dicht bij huis. Verder niks aan doen.

Door de ‘warme weken’ zag ik dat elzen aan de rand van het Argonpark begin januari al in volle bloei stonden. Zwaar en dik en stuivend hingen de katjes aan de bomen. Toen kwamen ook al de eerste meldingen van hooikoorts. De mensen die daar gevoelig voor zijn zullen geen melding nodig hebben.
Ik ga nu niet verder in op de verandering van het klimaat. Ik kijk en neem waar. Dat vind ik leuker.
En ik probeer in mijn eigen leven en omgeving een kleine bijdrage te leveren aan dat wat goed is voor de natuur en het milieu. En ik geniet gewoon van de natuur dichtbij huis.

Hazelaar manlijke bloemenEn nu is dat wachten op het voorjaar. Dat is inderdaad een wachten, ik kan daar verder niets actiefs aan doen. En ‘wachten’ is ook best fijn. Dan zie je uit naar iets, iets moois meestal. Het is een positief iets en daar kunnen we wel wat van gebruiken.
Ik wacht elk jaar op het ‘uitbreken’ van de hazelaar. Daarom pluk ik in december die takken en nu….nu bloeien ze al overal. Als lange, gele slierten hangen ze aan de struiken. Het mooiste vind ik dan dat je ‘erbij kunt’. Ze groeien vlak langs je wandelpad. De hoge struik vormt zelden een stam maar vertakt zich vanaf de voet.
De mannelijke katjes die nu bloeien zijn al ontstaan in de zomer van het vorige jaar. Bij mijn volgende wandeling zal ik eens opletten of de vrouwelijke bloeiwijzen al zichtbaar zijn. Deze lijken op gewone bladknoppen maar laten zich later zien. Kijk naar de puntjes van die ‘bladknoppen’. De vrouwelijke bloeiwijzen lijken op rode pluimpjes met een kleverige stempel waarop het stuifmeel van de katjes neerkomt. En het bijzondere is dat ze pas aan het begin van de zomer uitgroeien tot hazelnoten, lang na de bestuiving.

Geniet van het wachten…

Elza Vis,
IVN Natuurgids

Kijk op www.jaarvandemerel.nl  hoe u eenvoudig kunt bijdragen aan het onderzoek naar de afname van de merelstand.

Digitale krantversie Column 2022-04, 26 januari 2022, pagina ?

Naar columns 2022

Vind je dit leuk? Steun ons en word lid!

Word lid