Column week 33, Een iets te vroege laatvlieger

Met het warme zomerweer dat de afgelopen weken ons land binnen is geslopen, is het natuurlijk heerlijk toeven in je eigen achtertuin. Het loopt tegen Mariahemelvaart, de tijd dat ieder jaar de Perseïden meteorenzwerm zorgt voor een grote kans op vallende sterren aan de nachtelijke hemel. Eind juli zijn de eerste exemplaren te bewonderen, maar op het hoogtepunt rond 13 augustus kan dat met een beetje geluk oplopen tot tientallen vallende sterren per uur. U begrijpt dat ik tegen zonsondergang met deze zwoele avonden dan ook niet naar binnen te krijgen ben. Zo kwam het dus dat ik op een avond er achter kwam dat we onze woning met anderen delen. Terwijl het nog behoorlijk licht was zag ik iets met hoge snelheid rond ons huis fladderen. Ik dacht aanvankelijk dat het een zwaluw was, maar dan was het toch wel een zeer behendig exemplaar want hij kon de scherpste wendingen en bochten maken. Toen ik nog eens goed keek, leek het mij toch een vleermuis te zijn. Merkwaardig, want het was eigenlijk nog veel te licht voor deze nachtelijke avonturier. Dat leek hij zich kennelijk ook te realiseren want na nog wat rondjes fladderen keerde hij terug op zijn thuisbasis en ging vlak onder de dakrand op onze muur zitten, kennelijk wat beduusd door zijn eigen vroege enthousiasme. Gelukkig lang genoeg voor een kleine fotosessie mijnerzijds.

Na enige bedenktijd besloot hij toch nog even terug te kruipen onder zijn dakpan en het er nog wat van te nemen. Toen de schemering echt goed op gang kwam, bleek hij niet het enige vliegende zoogdier (want dat zijn ‘t!) in de omgeving te zijn. Minstens vier vleermuizen fladderden rond ons huis: tenminste twee van een kleinere soort en twee grotere exemplaren waren bezig muggen en andere ongedierte rond ons huis op te ruimen. De grote vraag was natuurlijk: met welke vleermuizen delen wij ons huis en onze tuin? Wel, dat is nog niet zo eenvoudig om uit te vinden, ben ik achter gekomen. In onze omgeving kunnen we de gewone en de ruige dwergvleermuis aantreffen, de water- en de meervleermuis, de rosse vleermuis en de laatvlieger. Dat “mijn” vleermuizen kennelijk onder onze dakpannen wonen, sluit de vleermuizen die een voorkeur hebben voor bomen al uit, dat maakte het al een stuk makkelijker. Dan hou je eigenlijk alleen de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger over. De dwergvleermuis is, de naam zegt het al, een klein beestje, terwijl de laatvlieger juist de grootste vleermuis van ons land is. De twee soorten jagen ongeveer op dezelfde hoogte van ongeveer 5 á 10 meter, wat ook strookte met mijn waarneming. Rest nog de vraag welke vleermuis mij een fotomomentje had gegund. Navraag bij grotere geesten binnen onze vereniging leverde, toegegeven op basis van een niet al te gedetailleerde foto, de conclusie op dat het een laatvlieger betrof. Die die dag dus eens te vroeg was uitgevlogen. Geen wonder dus dat hij zo verbouwereerd was!

Sep Van de Voort,
IVN-natuurgids

Digitale krantversie Column 2020-33, 12 augustus 2020, pagina ?

Naar columns 2020

Vind je dit leuk? Steun ons en word lid!

Word lid