Column week 3, Een vogel met een petje

De donkere dagen aan het einde van afgelopen jaar waren wel erg somber: qua zonneschijn kwamen we er maar erg bekaaid van af. Gelukkig was er vlak na de kerst weer zo’n zeldzame dag dat onze eigen ster de hele dag stralend aan de hemel stond. Tijd voor een wandeling dus, de spoordijk af in Vinkeveen richting A2 en dan aan het eind rechtsaf waar even later aan je linkerhand een smal wandelpaadje ligt dat tussen de weilanden en de bramenstruiken door kronkelt. Een mooie afwisseling van dichte begroeiing met de weidsheid van het veenweidelandschap. De zon doet haar best om het landschap zo fraai mogelijk uit te lichten. Nu zij laag aan de horizon staat, strooit ze een prachtig warme goudgele gloed over het landschap. Vooral de berken met hun web van steeds fijner wordende takjes laten zich van hun mooiste kant zien. Ieder twijgje afzonderlijk wordt voorzien van een haarscherp gouden randje en de bast knalt er nog witter uit dan anders. Het geluid van een wulp in de verte geeft moed dat er echt wel weer een nieuwe lente staat aan te komen, al is het nu nog even behelpen.

Voor een vogelliefhebber is het natuurlijk niet echt een topseizoen maar als je weet waar je moet zoeken, is er altijd wel wat leuks te zien. Hardcore insecteneters hebben ons land verlaten, dus daar moeten we het niet van hebben. Maar als je een plek weet waar veel zaden te vinden zijn, hoef je alleen maar rustig te wachten. Een plek bij uitstek is een els vol met elzenproppen. Elzen hangen vol met mannelijke en vrouwelijke katjes. De mannelijke katjes hangen, niet verwonderlijk, wat doelloos te hangen maar de vrouwelijke katjes daar heb je wat aan. Na bevruchting worden dit een soort ovale proppen en in de herfst ontstaat hierin het zaad voor de voortplanting. Deze proppen hangen stevig aan de tak en houden het zaad goed vast: een soort afhaalmaaltijd voor de liefhebbers dus! Als je rustig bij zo’n els gaat staan komen er vanzelf pimpelmezen, putters of vinken naar je toe. Dit keer is het een stelletje pimpelmezen dat rustig van prop naar prop scharrelt en ondertussen de meest acrobatische toeren uithaalt om bij de zaden te kunnen komen. Gele borst als de koolmees maar met een veel kleiner zwart befje, een mooi blauw petje op zijn kop en een oogstreep als een soort masker, de vleugels lichtgrijs maar met een zweem blauw er doorheen. Tegen de staalblauwe winterlucht is het een prachtig plaatje. Bij een beetje lenteachtig weer kun je hem soms al weer horen zingen: twee hoge snerpen waarna er nog een stuk of vijf wat lagere noten achteraan komen stuiteren. Ach, er is altijd wel wat moois te zien als je je ogen goed openhoudt.

Sep Van de Voort,
IVN-natuurgids

Digitale krantversie Column 2020-03, 15 januari 2020, pagina ?

Naar columns 2020

Vind je dit leuk? Steun ons en word lid!

Word lid