Column week 12, Bloeiend naakt

Een column met deze titel kan zomaar je verbeelding op hol doen slaan. En toch zie je het regelmatig in deze tijd van het jaar: bloeiend naakt. Je zou het er koud van krijgen. Ik moest dan ook even mijn handschoenen aantrekken om een goede foto te maken van die barre omstandigheden. Zeker met in mijn achterhoofd nog die geweldige sneeuw- en ijsweek. Genoten heb ik daarvan….alhoewel iets minder toen ik ’s morgens in dat stuifsneeuwweekend naar m’n werk moest met de auto zonder winterbanden. Gedenkwaardige tijden.

Maar om even terug te komen op dat bloeiend naakt: het is geel en je ziet het aan de randen van plantsoenen in onze eigen woonomgeving. Ik zag het ook eens rond deze tijd in heggen op een wandeling in de buurt van Nijmegen: helder oplichtend in het dorre, naakte hout.
En bij de eerste warme lentezonnestralen kan het er heel druk zijn met gevlieg en gezoem.
De plantenkenner heeft het al geraden: we hebben het hier over de Gele kornoelje (Cornus mas). Deze Gele kornoelje is een naaktbloeier. Zij bloeit vóór het ontluiken van de bladeren zoals we dat kennen van de Forsythia in onze tuinen. Niet te verwarren met de Winterjasmijn met bijna dezelfde bloemen op het naakte hout.
De Gele kornoelje bloeit met kleine gele bloemen, schermvormig en vrijwel zittend, zonder steeltje dus. Ze hebben een grote aantrekkingskracht op de eerste vliegende insecten. Als er, mogelijk door de weersomstandigheden, geen insecten vliegen worden er geen of weinig vruchten gevormd.
De plant is toch ook in cultuur genomen voor deze eetbare vruchten.
Ze worden soms aangeplant in heggen, zoals ik dat zag op mijn wandeling bij Nijmegen.
De Gele kornoelje valt op hier in onze dorpen: er staan prachtige bloeiende exemplaren bij de bibliotheek in Mijdrecht: een wolk geel. En misschien staan er ook wel exemplaren in andere parken en plantsoenen in de kernen. Je kunt ze bijna niet over het hoofd zien.

Ik probeer ook altijd ergens in deze tijd een andere naaktbloeier te vinden om er takken af te knippen en op de vaas binnen tot bloei te brengen. Iets meenemen uit ‘Grootvaders bos’, zei mijn oude tante dan als ik dat vertelde. Hier heb ik het over de Sleedoorn met zijn stralend witte bloempjes. Ook al draag ik ze soms een aantal uren mee aan de zijkant van m’n rugzakje of onder de snelbinder van mijn bagagedrager, ze overleven het altijd.
Ik hou van deze kleine bloeiende vreugden van het vroege voorjaar. Dat naakte, eenvoudige, stralende kleinood na winterse tijden. Ik geniet daarvan, ook binnen dus…

Misschien beter, als het mogelijk is, in je eigen tuin een naaktbloeier te planten. In plaats van in ‘Grootvaders Bos’ takken af te knippen. Sorry, als ik de lezer op een idee heb gebracht.
Maar ik kan het niet laten om mooie dingen die ik buiten, dichtbij huis, opmerk met anderen te delen. Zeker(helaas nog) in deze tijden van beperkingen. De natuur beperkt zich niet: zij strooit uit!

Elza Vis,
IVN-natuurgids

 

Digitale krantversie Column 2020-12, 24 maart 2021, pagina ?

Naar columns 2021

Vind je dit leuk? Steun ons en word lid!

Word lid