Rustige meer met riet en bomen weerspiegeld in het water, onder een heldere blauwe hemel. Vogels

Vroeg uit de veren voor een magistraal concert op het Erkemederstrand

Barneveld 13 mei 2026

Zaterdag 9 mei was het zover: de langverwachte nachtegalenexcursie. Terwijl de meeste mensen zich nog eens omdraaiden, verzamelden tien enthousiaste deelnemers zich al om 06:00 uur bij de Vetkamp in Barneveld. De bestemming? Het Erkemederstrand. Eenmaal aangekomen werden we door onze gidsen, Daan en Kees, welkom geheten onder een ware kakofonie aan vogelgeluiden. De toon was gezet!

Nostalgie en Natuur

Tussen het bloeiende fluitenkruid, de boterbloemen en de geurende meidoorn doken we even de geschiedenis in. De gidsen vertelden dat de nachtegaal vroeger ook in ’t Paradijs in Barneveld te horen was. Helaas zijn ze daar door stikstofdepositie en het verwijderen van de ondergroei verdwenen. Gelukkig vinden de circa 7.000 Nederlandse nachtegalen nog een veilig heenkomen in vochtige duinen, de Biesbosch en hier op het Erkemederstrand. De vogel spreekt al eeuwen tot de verbeelding in kunst en sprookjes, denk maar aan Händels ‘De koekoek en de nachtegaal’.

Luisteren met aandacht

Tijdens onze wandeling leerden we kritisch luisteren naar de tjiftjaf, fitis, zwartkop, vink, spreeuw en de vertrouwde zang van de merel. Ook het verschil tussen de lijsters werd haarscherp uitgelegd: de grote lijster staat fier rechtop met ronde vlekken, terwijl de zanglijster kleiner is met pijlvormige vlekjes op de borst. “Kijk altijd naar de biotoop,” drukte de gids ons op het hart. Ondertussen zorgde de winterkoning voor een explosief luid lied en trakteerde de roodborst ons op zijn melancholische, kabbelende ‘beekje’.

Unieke waarnemingen bij het water

Bij het strand aangekomen was de lucht blauw en was het nagenoeg windstil. We hoorden de cetti’s zanger, die even later ook prachtig over het water scheerde. Ook hoorden we de vrij zeldzame grote karekiet, die zich mooi liet zien in de zon tussen het riet. Met opgezette keelveren zong hij luid en krassend. Dankzij een handig geprint overzicht van de gids leerden we de verschillende ‘bruine vogels’ – zoals de kleine en grote karekiet – goed uit elkaar houden.

Op het water was het een drukte van jewelste met knobbelzwanen, vechtende meerkoeten en baltsende futen. En toen was daar het moment waar we voor kwamen: voor het eerst hoorden we het lied van de nachtegaal. Terwijl we naar het bosje liepen waar hij zich schuilhield, hoorden we even later nog een tweede exemplaar. Twee nachtegalen die ons trakteerden op een waar concert; dat was echt genieten!

De ijsvogel en de verborgen wielewaal

We wandelden verder door een sprookjesachtig decor, waarbij de dauw als glinsterende pareltjes op het gras lag. Tussen het groen staken de helderwitte madeliefjes en langs het pad de zachte duinroos prachtig af tegen de kleurrijke rode klaver. Zo nu en dan sprong er een kleine groene kikker van het pad naar de kant. Plotseling klonk het ijle gefluit van de ijsvogel; een aantal gelukkige deelnemers zag hem als een blauwe flits in een rechte lijn over het water wegschieten.

Ook hoorden we de wielewaal. Zijn zang is een luidruchtig, helder en melodieus gefluit met het kenmerkende “dudeljo”. Natuurlijk wilden we hem naast het horen ook wel zien, maar deze grote geel-zwarte vogel liet zich helaas niet vinden. De gidsen legden nog het verschil uit tussen snavelvormen: de pincetsnavel voor insecteneters en de stevige, dikke snavel voor de zaadeters.

In de ban van de nachtegaal

Op een gegeven moment hoorden we een nachtegaal weer in vol ornaat zingen. We besloten er even uitgebreid voor te gaan zitten. Lekker in het zonnetje luisterden we ademloos naar zijn repertoire. De gids vertelde dat een nachtegaal wel 180 tot 300 verschillende strofes kent. Met de krachtige, ritmische “tju-tju-tju-tju” markeert het mannetje zijn territorium en probeert hij een passerend vrouwtje te verleiden. Door een week eerder uit het zuiden terug te keren en ’s nachts luidruchtig door te zingen, gidsen de mannetjes de later arriverende vrouwtjes rechtstreeks naar hun gebied. Het vrouwtje kiest haar partner heel bewust op basis van de snelheid en kracht van de trillers; een bewijs van zijn vitaliteit.

Een poëtisch slot

De terugweg voerde ons langs grauwe ganzen en opnieuw door velden vol fluitenkruid en boterbloemen. Als kers op de taart zagen we in een grove den een paartje staartmezen met twee pluizige jongen. Ook een grote bonte specht vloog nog voorbij. Aan het einde van de ochtend stond de teller op maar liefst 28 verschillende vogelsoorten.

Bij de afsluiting citeerde de gids uit het hoofd het gedicht ‘De Nachtegaal’ van J.C. Bloem:

“Ik heb van ‘t leven vrijwel niets verwacht,

’t Geluk is nu eenmaal niet te achterhalen.

Wat geeft het? – In de koude voorjaarsnacht

Zingen de onsterfelijke nachtegalen.”

Na een welverdiend applaus voor de gidsen keerden we huiswaarts, vol van de geluiden van de vroege ochtend.

Met de nachtegaal in de oren en de zon op ons gezicht, was deze ochtend letterlijk en figuurlijk een ‘hoogvlieger’!

Ontdek meer over

Deel deze pagina