Hert kijkt op in een boslandschap met zachte, bruine tinten op de achtergrond. Zoogdieren

IVN-Wildexcursie 2 april jl. in Kroondomein Het Loo

Barneveld 8 april 2026

Op 2 april vond onder leiding van IVN-gidsen Cor en Gerrit een wildexcursie plaats. Met een groep van 20 deelnemers werd het Kroondomein verkend. Voordat de wandeling begon, werden de telefoons op stil gezet; de tocht verliep volledig in stilte om de rust in het bos te bewaren en de kans op het zien van wild te vergroten.

De gidsen wezen onderweg op diverse sporen, zoals de ‘wissels’ (vaste looppaden van het wild) en verse wroetsporen van wilde zwijnen. Ook waren er duidelijke vraatsporen van herten en reeën op de boombast zichtbaar. Een praktische tip van de gidsen: wie vijftien minuten rustig op een kruising gaat zitten, ziet vaak meer, omdat het wild dan vaak onverwacht op de toeschouwer afkomt.

Tijdens de wandeling werden vijf edelherten gesignaleerd. Deze droegen geen gewei, aangezien zij dit in deze periode al hebben afgeworpen. Eén hert bleef rustig staan en poseerde voor een foto, wat een bijzondere belevenis was. Kort daarna werd een foeragerende keiler (een volwassen mannetjeszwijn) waargenomen. Op de vraag van een deelnemer waarom zwijnen vaak langs paden wroeten, legden de gidsen uit dat de grond daar vaak losser en natter is. Hierdoor kan het zwijn met de gevoelige snuit makkelijker diep in de grond naar voedsel zoeken. Wilde zwijnen zijn alleseters die zelfs kadavers nuttigen, al hebben zij met de komst van de wolf nu een natuurlijke concurrent.

Er werd door één van de gidsen ook een plaat met afbeeldingen van diverse edelhertgeweien getoond en hij gaf hierbij interessante informatie over de ontwikkeling hiervan.

Op de zandpaden werden verschillende prenten (pootafdrukken) bestudeerd. Hierbij werd uitgelegd dat een puntige afdruk meestal van een hinde is, terwijl een rondere vorm wijst op een edelhert. Ook werd stilgestaan bij de kringloop van het bos: dode bomen blijven liggen om als voedingsbron en leefgebied te dienen voor talloze organismen. Bij het vergaan geven zij essentiële voedingsstoffen terug aan de bodem voor nieuwe groei.

Bij het bereiken van het rustgebied werden twee frislingen gespot. Deze jonge zwijnen (tot circa zes maanden oud) zijn direct herkenbaar aan hun horizontaal gestreepte vacht, die voor optimale camouflage zorgt. Bij het vallen van de avond keerden de deelnemers, begeleid door de zang van een zanglijster, terug naar de parkeerplaats. Er kan worden teruggekeken op een zeer geslaagde wildexcursie!

De foto’s zijn gemaakt door:

  • Edelhert: Gijsbert Bos
  • Frislingen: Inge Snitselaar
  • Groepsfoto en prenten: Ellen Knobbe

Ontdek meer over

Deel deze pagina